... de vrees voor de hel maakte mij nog dikwijls opgewonden. Ik vroeg
mij af: In welken staat ben ik? Zoo ik op dit oogenblik-zelf stierf, zou
ik verdoemd worden? Ik zei tot mij zelf: Ik zal dit steentje tegen dien
boom daar vlak tegenover mij werpen, zoo ik hem raak, is dat een teeken
van heil, mis ik hem, dan beduidt het verdoeming. Aldus sprekend werp ik
mijn steentje _met bevende hand en terwijl mijn hart vreeselijk
klopte.... Sedert dien heb ik niet meer aan mijn zaligheid getwijfeld_.
Blz. 168 _Fontaine de Hiéron_: een instrumentje om goocheltoeren mee te
doen.
Blz. 170 _Lapidation_: steeniging.