I. Wanneer in éénzelfde voorwerp twee tegenstrijdige bewegingen
worden opgewekt, moet noodzakelijk òf in beide, òf in een daarvan
een verandering plaats grijpen, totdat zij ophouden tegenstrijdig
te zijn.
II. De kracht eener uitwerking wordt bepaald door de kracht harer
oorzaak, voorzoover haar wezen door het wezen dier oorzaak
verklaard of bepaald wordt. (_Dit Axioma blijkt uit Stelling VII
Deel III_).