* * * * *
Ik ga er thans toe over uiteen te zetten wat uit het wezen van
God of van het eeuwig en oneindig Zijnde, noodzakelijk moet
voortvloeien. Weliswaar niet alles;--immers in _Stelling XVI_ van
het Eerste Deel hebben wij aangetoond dat er oneindig veel dingen
op oneindig vele wijzen uit moeten voortvloeien--, maar slechts
datgene wat ons als een handleiding kan zijn tot de kennis van
den menschelijken Geest en diens hoogste gelukzaligheid.