II. OVER AARD EN OORSPRONG VAN DEN GEEST

* * * * *

Ik ga er thans toe over uiteen te zetten wat uit het wezen van

God of van het eeuwig en oneindig Zijnde, noodzakelijk moet

voortvloeien. Weliswaar niet alles;--immers in _Stelling XVI_ van

het Eerste Deel hebben wij aangetoond dat er oneindig veel dingen

op oneindig vele wijzen uit moeten voortvloeien--, maar slechts

datgene wat ons als een handleiding kan zijn tot de kennis van

den menschelijken Geest en diens hoogste gelukzaligheid.

Ethica In meetkundigen trant uiteengezet, vertaald, ingeleid en toegelicht door Jhr. Dr. Nico van Suchtelen · 第 31 / 59 题