Aboe Bekr, die den Islam op zijn veertigste jaar beleed, zijnde twee
jaren na de zending van Mahomet, terwijl hij de eenige persoon was,
zoowel onder de Mohajerin als de Ansars, wiens vader en moeder mede
bekeerd werden. Zijn zoon Abd'alrahman en zijn kleinzoon Aboe Atik
omhelsden eveneens dat geloof (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin, enz.).
[1964] Deze woorden schijnen eene algemeene beteekenis te hebben. Zij
worden echter gezegd in het bijzonder, met betrekking tot Abd'alrahman,
den zoon van Aboe Bekr te zijn geopenbaard, die deze uitdrukkingen
tegen zijn vader en moeder gebruikte, alvorens hij den Islam beleed
(Al Beid‚wi).
[1965] Tenzij zij hunne zonde door berouw en door het omhelzen van
het ware geloof uitwisschen, zooals Abd'alrahman deed.
[1966] Zijnde de profeet Hoed.
[1967] Zooals dienovereenkomstig geschiedde; want deze verpestende en
hevige wind doodde, zonder onderscheid van sekse, ouderdom of stand,
al diegenen, welke niet in de leer van Hoed geloofden, en verwoestte
hunne bezittingen geheel (Zie Hoofdstuk VII, vers 70).
[1968] Zooals de nederzettingen van de Thamoedieten, Midianieten en
de steden van Sodom en Gomorrah, enz.
[1969] Overeenkomstig het oordeel van verscheiden uitleggers, waren
deze geniussen van Nisibin of van Yemen, of wel van Niniveh, en zeven
of negen in getal. Zij hoorden Mahomet, gedurende zijn verblijf te
al Tayef, des nachts, of na het morgengebed in de vallei van Nakhiah
den Koran lezen en geloofden in hem (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1970] Vanhier veronderstellen de uitleggers, dat deze geniussen,
alvorens zij zich tot het Mahomedanisme bekeerden, tot den Joodschen
godsdienst behoorden.
[1971] Sommigen noemen dit hoofdstuk "Oorlog", omdat daarin bevolen
wordt, een hevigen krijg tegen de vijanden van het Mahomedaansche
geloof te voeren.
[1972] Sommigen veronderstellen, dat dit geheele hoofdstuk te Mekka
werd geopenbaard.
[1973] Hanifieten oordeelen, dat deze wet is afgeschaft, of in het
bijzonder op den oorlog van Bedr betrekking heeft, daar de hier bevolen
gestrengheid noodig was, bij het ontstaan van het Mahomedanismus
(zie Hoofdstuk VIII, vers 69 en noot), daar zij dat bevel te wreed
vinden, om in den bloei van dien godsdienst te worden toegepast. Bij
de Perzianen en sommige andere secten, wordt dat bevel echter nog in
zijne volle kracht bewaard; want volgens hunne meening moeten alle
volwassen mannen, welke in den slag gevangen zijn gemaakt, gedood
worden, tenzij het Mahomedaansche geloof door hen worde omhelsd. Zij
die na den slag in handen der Moslems vallen, worden niet gedood,
maar mogen in vrijheid gesteld worden, hetzij kosteloos, hetzij
tegen betaling van een zekeren losprijs; of kunnen ook wel tegen
Mahomedaansche gevangenen uitgewisseld, of tot slavernij gedoemd
worden, al naar gelang dit den Iman of vorst behaagt. (Al Beid‚wi,
Zie Reland. Dissert. de Jure Militairi Mohammedanor. p. 32).
[1974] Sommige afschriften hebben koetilu, in plaats van katilu,
volgens welke eerste lezing het hier zou moeten luiden: die gedood
zijn of gemarteld worden, enz.
[1975] Zijnde de geleerden van Mahomets volgelingen, zooals Ebn Masoed
en Ebn Abbas (Jallalo'ddin).
[1976] Of, zooals deze woorden mede kunnen worden vertaald: En hij
zal hen voor hunne vroomheid beloonen.
[1977] Zooals de zending van Mahomet, het splijten van de maan,
en de rook, in Hoofdstuk XLIV, vers 9 vermeld.
[1978] Hoewel Mahomet, hier en elders, zelf bekent een zondaar te
zijn, beweren verscheiden Mahomedaansche godgeleerden, dat hij geheel
rein van zonde was. Zij veronderstellen dientengevolge, dat hem hier
wordt bevolen vergiffenis te vragen, niet omdat hij die behoefde
maar om een voorbeeld aan zijne volgelingen te geven. Daarom was hij
gewoon van zich zelven te zeggen (ten minste indien de overlevering
waarheid bevat): Ik vraag God iederen dag honderdmaal vergiffenis
(Jallalo'ddin).
[1979] Zooals: huichelarij, onbeschaamdheid, of onstandvastigheid in
hun geloof.
[1980] Of, zooals de woorden mede kunnen worden vertaald: Indien gij
u zoudt hebben afgewend, en van uw geloof afvallig waart geworden.
[1981] Zijnde: hetgeen gij van ons begeert, door te huis te blijven en
niet met Mahomet ten oorlog te trekken, en door geheime samenspanning
tegen hem (Al Beid‚wi).
[1982] Deze woorden veronderstelt men, op het onderzoek des grafs
betrekking te hebben.
[1983] Dit waren de stammen van Koreidha en al Nadir of zij die
het leger der KoreÔshieten te Bedr van leeftocht voorzagen (Al
Beid‚wi). Zie Hoofdstuk VIII, vers 36.
[1984] Wat betreft den weerstand en den tegenzin omtrent het
voortplanten des geloofs. Men veronderstelt algemeen, dat hier op de
Perzianen wordt gedoeld. Anderen zijn echter van meening, dat Mahomet
hier de Ansars of de engelen op het oog heeft.
[1985] Deze overwinning, waaraan dit hoofdstuk zijnen naam ontleent,
was, overeenkomstig de meest algemeene uitlegging, die, waarbij de
stad Mekka werd ingenomen. Men zegt dat deze plaats werd geopenbaard,
bij Mahomets terugkeer van de expeditie van al Hodeibiya. Zij
bevat eene belofte of eene voorzegging van deze bijzonder glansrijke
overwinning, die nog geene twee jaren later plaats had. Overeenkomstig
den profetischen stijl, is hier de verledene voor den toekomenden tijd
gebruikt (Al Zamakhshari, Al Beid‚wi, enz.). Desniettegenstaande zijn
er sommigen, die veronderstellen, dat het hier bedoelde voordeel, de
stichting des vredes van al Hodeibiya was, welke hier eene overwinning
wordt genoemd, dewijl de bewoners van Mekka den vrede wenschten, en
daar een wapenstilstand met Mahomet sloten; zij verbraken dien echter,
waardoor de inneming van Mekka werd veroorzaakt. Anderen gelooven,
dat hier de verovering van Khaibar of de overwinning op de Grieken
te Moeto, enz., wordt bedoeld.
[1986] Zijnde: Alles wat gij gedaan hebt, en hetgeen verschooning
verdient: of uwe zonden, zoowel diegene, welke gij in den tijd uwer
onwetendheid, als later hebt bedreven.
[1987] Dit wil zeggen: God moge eene gelegenheid schenken, om de
vergiffenis te verdienen, door den afgodendienst uit te roeien,
zijnen waren godsdienst te verheffen en de zwakken uit de handen der
goddeloozen te verlossen, enz.
[1988] Het oorspronkelijke woord beteekent, het openlijk erkennen
of inhuldigen van een vorst, door hem onderwerping en getrouwheid
te zweren.
[1989] Dat is: hij ziet van boven neder, en is getuige van de
plechtigheid, waarin gij blijken geeft van uw geloof aan zijn gezant;
en hij zal u daarvoor beloonen (Jallalo'ddin). Deze uitdrukking doelt
op de wijze, waarop bij die gelegenheden de gelofte wordt afgelegd.
[1990] Dit waren de stammen van Aslam, Joheinah, Mozeinah en Ghifar,
die, nadat zij vermaand waren, Mahomet en de expeditie van al Hodeibiya
te volgen, nochtans achterbleven. Zij verontschuldigden zich, door
te zeggen, dat zij door hunne afwezigheid te veel te lijden zouden
hebben, en van het weinige dat zij bezaten, beroofd zouden worden;
want deze stammen behoorden tot de minvermogende Arabieren terwijl
zij werkelijk standvastigheid in hun geloof betoonden en moed om den
KoreÔshieten weerstand te bieden (Jallalo'ddin, Al Beid‚wi).
[1991] Zijnde: In de expeditie van Khaibar. De profeet keerde in
het zesde jaar der hedjira, in Dhoell'hajja van al Hodeibiya terug,
en bleef gedurende het overige gedeelte dier maand en het begin van
Moharram te Medina. Daarna trok hij tegen de Joden van Khaibar op, doch
alleen met hen, die hem naar al Hodeibiya hadden gevolgd. Nadat hij
zich van de plaats met al de kasteelen en sterkten op dat grondgebied
gelegen, had meester gemaakt (Zie Abulf. Vit. Moh. p. 87, etc.),
vergaderde hij een grooten buit, dien hij verdeelde tusschen hen,
welke bij den slag tegenwoordig waren, zonder iemand anders daarvan
te doen genieten (Al Beid‚wi).
[1992] Hetgeen zijne belofte was aan hen, die den profeet naar al
Hodeibiya volgden; namelijk, dat hij hun schadeloosstelling zou
geven, voor het missen der plundering van Mekka in dien tijd, door
hen die van Khaibar daarvoor in de plaats te geven. Sommigen denken,
dat het hier bedoelde woord de plaats in het negende hoofdstuk is,
luidende: "Gij zult niet met mij vertrekken," enz. welke echter werd
geopenbaard, lang nadat Khaibar was ingenomen, en wel bij gelegenheid
van de expeditie van Taboec (Al Beid‚wi).
[1993] Toen Mahomet te al Hodeibiya aankwam, zond hij Jawwas Ebn
Omeyya, den KhozaÔet, om den bewoners van Mekka bekend te maken, dat
hij met eene vredelievende bedoeling was gekomen, en wel om den tempel
te bezoeken; maar zij, die volgens sommigen, wantrouwen koesterden,
weigerden hem toe te laten. De profeet zond daarop Othman Ebn Affan,
dien zij gevangen namen, terwijl het gerucht liep, dat zij hem gedood
hadden, waarop Mahomet zijne manschappen om zich verzamelde. Zij
zwoeren toen den eed van getrouwheid tot den dood gedurende welke
plechtigheid hij onder een boom zat.
[1994] Namelijk de overwinning te Khaibar, of, zooals sommigen eerder
aannemen, de inneming van Mekka enz.
[1995] Zijnde de handen der bewoners van Khaibar, of van hunne
opvolgers, van de stammen van Arad en Ghalfan, of van de bewoners van
Mekka, door het sluiten van den vrede van al Hodeibiya (Al Beid‚wi).
[1996] Jallalo'ddin verhaalt, dat tachtig ongeloovigen, in het geheim,
in Mahomets kamp te al Hodeibiya kwamen, met het doel, sommigen
zijner manschappen te verrassen. Zij werden echter gegrepen en voor
den profeet gebracht die hun genade schonk en tevens beval, dat zij in
vrijheid zouden gesteld worden. Deze edelmoedige daad was oorzaak van
den wapenstilstand door de KoreÔshieten met Mahomet gesloten; want
daarop zonden zij Sohail Ebn Amroe en nog eenige personen, om over
den vrede te onderhandelen. Al Beid‚wi legt deze plaats met een ander
verhaal uit. Hij zegt namelijk, dat Acrema Ebn Abi Jahl van Mekka,
aan het hoofd van vijfhonderd man, naar al Hodeibiya optrok, en dat
Khalid Ebn Al Walid door Mahomet tegen hem met eene legerafdeeling
werd afgezonden, die de ongeloovigen tot het binnenste gedeelte van
Mekka terug dreef, en daarna, uit eerbied voor de stad, aftrok.
[1997] Mahomets bedoeling bij de expeditie van al Hodeibiya was
namelijk alleen, om den tempel van Mekka op vreedzame wijze te
bezoeken, en een offer in het dal van Mina te brengen, overeenkomstig
den aangenomen ritus. Hij voerde tot dat doel dieren met zich; maar
de KoreÔshieten veroorloofden hem noch den tempel binnen te gaan,
noch zich naar Mina te begeven.
[1998] Zijnde de Mahomedaansche geloofsbelijdenis of de Bismillah,
en de woorden: Mahomet, Gods gezant, welke door de ongeloovigen
werden verworpen.
[1999] Of den droom dien Mahomet te Medina had, alvorens hij naar al
Hodeibiya trok. Hij droomde toen, dat hij en zijne makkers de stad
Mekka veilig binnen trokken, met geschoren hoofden en afgesneden
haren. Deze droom, die door den profeet aan zijne volgelingen
werd medegedeeld, veroorzaakte groote vreugde onder hen, en zij
veronderstelden, dat het visioen nog in het zelfde jaar zou worden
vervuld. Toen zij echter bemerkten, dat de wapenstilstand gesloten
was, die hunne verwachting nopens dat tijdstip verijdelde, waren
zij diep getroffen. Daarop werd, ter hunner vertroosting, deze
plaats geopenbaard, die het visioen bevestigde, dat echter eerst
een jaar later zou worden vervuld, toen Mahomet het bezoek aflegde,
onderscheiden door de bijvoeging van al Kada of voltooiing, omdat
hij op dien tijd het bezoek van het vorige jaar voltooide, toen de
KoreÔshieten hem niet veroorloofden Mekka binnen te gaan. Hij was toen
genoodzaakt te al Hodeibiya zijne slachtoffers te dooden, en zich te
scheren (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin. Zie Abu'lf. Vit. Moh. p. 84, 87).
[2000] Zijnde, dat sommigen geschoren waren, terwijl anderen alleen
afgesneden haren hadden.
[2001] Zijnde de inneming van Khaibar.
[2002] Hoewel de Mahomedanen zich bij hunne gebeden van tapijten of
matten bedienen, is het echter de gewoonte, den harden en blooten
grond met het voorhoofd aan te raken. Dikwijls dragen zij ronde of
vierkante steentjes bij zich, waarop zij met hunne hoofden steunen,
als zij zich ter aarde werpen.
[2003] Dat is: waag het niet, uwe eigene beslissing in eenige zaak te
nemen, alvorens gij het oordeel van God en zijn gezant ontvangen hebt.
[2004] Men zegt, dat deze plaats op de navolgende gebeurtenis berust:
Al Walid Ebn Okba werd door Mahomet gezonden, om de aalmoezen bij
den stam van al Mostalek op te halen. Toen hij hen in grooten getale
tot zich zag komen, vatte hij argwaan en vreesde voor boos opzet,
wegens de vroegere vijandschap tusschen hem en hen, gedurende den
tijd der onwetendheid. Hij keerde onmiddellijk terug, en verhaalde
den profeet, dat zij weigerden hunne aalmoezen te geven en getracht
hadden hem te dooden. Mahomet wilde hen daarop met geweld tot hunnen
plicht terugbrengen. Toen hij echter Khaled Ebn Al Walid tot hen zond,
bevond deze, dat zijn voorganger hun onrecht had aangedaan, en dat
zij even gehoorzaam als vroeger waren (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2005] Men zegt, dat dit vers werd geopenbaard, met het oog op Safiya
Bint Hoyal, eene der vrouwen van den profeet. Deze kwam namelijk
tot haren echtgenoot, en klaagde, dat de vrouwen tot haar zeiden:
O, gij Jodin! de dochter van een jood en van eene jodin, waarop hij
haar antwoordde: Kunt gij dan niet antwoorden: A‰ron is mijn vader,
Mozes mijn oom en Mahomet mijn echtgenoot?
[2006] Dat is: gij zijt geen ware geloovigen, maar slechts uiterlijke
belijders van den waren godsdienst.
[2007] Het onderscheid dat door de Mahomedanen tusschen het geloof en
het Islamisme wordt gemaakt, is, dat het eerste het innerlijk geloof,
en het andere, het uiterlijke teeken van dat geloof door godsdienstige
daden is.
[2008] Dit beteekent: Beroemt gij u hem te bedriegen, door te zeggen,
dat gij ware geloovigen zijt?
[2009] De verplichting ligt namelijk niet aan Gods zijde, maar aan
de uwe, omdat hij u zoozeer heeft begunstigd dat hij u tot het ware
geloof leidt, indien gij oprechte geloovigen zijt.
[2010] Sommigen beweren, dat deze letter bestemd is om
den berg Kaf uit te drukken, die, in de verbeelding van een
aantal oostersche schrijvers, de geheele wereld omringt. (Zie
d'Herbel. Bibl. OriÎnt. Art. Caf.), Anderen zeggen, dat deze letter
Kada al amr beteekent, zijnde: de zaak is besloten; namelijk de
kastijding der ongeloovigen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin). Zie overigens
Hoofdstuk II, vers I, noot.
[2011] Niet wetende wat zij met zekerheid van den Koran moeten
erkennen; daar zij het dan eens een dichtstuk, dan weder een tooverstuk
noemen en dan weder een goddelijk werk, enz.
[2012] Zie Hoofdstuk XVI, vers 15 en Hoofdstuk XXXI, vers 9.
[2013] Zie Hoofdstuk XXV, vers 40.
[2014] Zie Hoofdstuk XLIV, vers 36.
[2015] De bedoeling dezer plaats is de verkondiging van Gods
alwetendheid. Hij behoeft de onderrichtingen niet van de wachtengelen,
doch hij heeft het in zijne wijsheid geschikt geoordeeld, hun dat ambt
op te dragen; want indien zij zoo nauwlettend zijn, dat zij ieder woord
nederschrijven, dat over de lippen van den mensch komt, hoe zouden
wij dan kunnen hopen de aandacht van hem te ontgaan, die onze meest
verborgen gedachten kent! De Mahomedanen bezitten eene overlevering,
volgens welke de engel, die de goede daden des menschen opteekent,
het bevel voert over dengeen, die de slechte daden nederschrijft,
en dat, wanneer een mensch een goede daad verricht, de engel aan de
rechterhand, die tien malen nederschrijft. Bedrijft hij eene slechte
daad, dan zegt die engel tot dien van de linkerhand: Wacht nog zeven
uren, eer gij haar nederschrijft; misschien bidt hij of vraagt hij
vergiffenis (Al Beid‚wi).
[2016] Zijnde de duivel, die aan hem is vastgeketend.
[2017] Dit zal het antwoord wezen van den duivel, die door den zondaar
als zijn verleider zal worden aangeklaagd; want de duivel heeft geene
macht over een mensch, om hem te noodzaken kwaad te doen, dan alleen
door hem datgene in te geven, wat met zijne verdorvene neiging strookt
(Zie Hoofdstuk XIV, vers 26 en volg.).
[2018] Zijnde: Zijn er nog meer tot deze plaats gedoemd, of wordt
mijne ruimte vergroot, om hen te ontvangen?
[2019] Dit werd geopenbaard ter beantwoording der Joden, die
zeiden, dat God op den zevenden dag van zijn werk rustte, en zich
op zijn troon, nederzette, als iemand die vermoeid is (Al Beid‚wi,
Jallalo'ddin).
[2020] Dit zijn de twee nederbuigingen na het avondgebed, die niet
noodzakelijk of voorgeschreven, maar naar willekeur geschieden
en overbodig zijn. Men kan die dus naar verkiezing verrichten of
achterwege laten.
[2021] Dat is: van eene plaats, van waar ieder schepsel de oproeping
gelijkelijk hoore. Deze plaats wordt geacht de berg van den tempel
van Jeruzalem te zijn, die door sommigen wordt verondersteld, nader
bij den hemel te liggen, dan eenig ander deel der aarde. Van daar
zal de trompet van Israfil klinken, terwijl GabriÎl het volgende
zal afkondigen: O, gij verrotte beenderen, verscheurd vleesch en
verspreide haren! God heeft bevolen, dat gij zult verzameld worden
om geoordeeld te worden (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2022] Of: bij de vrouwen, die kinderen baren of verspreiden, enz.
[2023] Of: bij de vrouwen, die een last in haren schoot dragen; of:
bij de winden, die den regen dragen, enz.
[2024] Of: bij de winden, die snel door de lucht trekken; of: bij de
sterren, die zich ijlings in haren loop bewegen, enz.
[2025] Of: bij de winden, die den regen verdeelen, enz.
[2026] Zijnde de paden of loopbanen der sterren; of de dunne en
uitgespreide wolken, die zich als paden aan den hemel voordoen.
[2027] Nopens Mahomet of den Koran, of de opstanding en den dag des
oordeels, door verschillend en onsamenhangend daarvan te spreken.
[2028] Daar zij het grootste gedeelte in gebeden en godsdienstig
overpeinzingen doorbrengen.
[2029] Zijnde: Uw voedsel komt van boven; van daar, waar het veranderen
der jaargetijden en de regen uitgaat; en uwe toekomstige belooning is
dus daar; d.i. in het paradijs, dat boven de zeven hemelen is gelegen.
[2030] Dat is: Zonder eenigen twijfel of de minste achterhoudendheid
zooals gij elkander eene waarheid verzekert.
[2031] Zie Hoofdstuk XI, vers 72 en Hoofdstuk XV, vers 51.
[2032] Sommigen zeggen, dat GabriÎl, die een dezer vreemdelingen was,
ten einde Abrahams vrees weg te nemen, het kalf met zijne vleugels
aanraakte, waarna het onmiddellijk opstond, en naar zijne moeder liep;
waarop Abraham hen als de gezanten van God erkende (Al Beid‚wi).
[2033] Zie Hoofdstuk VII, vers 76, enz.
[2034] Zijnde: voor drie dagen. Zie Hoofdstuk XI, vers 68.
[2035] Want dit ongeval viel des daags voor.
[2036] Zooals bij voorbeeld: het mannetje en het wijfje, den hemel
en de aarde, de zon en de maan, licht en duisternis, dalen en bergen,
winter en zomer, zoet en bitter enz. (Jallalo'ddin).
[2037] Het hier bedoelde boek is, volgens een vrij algemeen aangenomen
geloof, Úf het boek of register waarin de daden van alle menschen
opgeteekend staan, Úf de bewaarde tafelen, die Gods besluiten behelzen
Úf wel het boek wet, dat door God werd geschreven, terwijl Momes
het krassen der pen hoorde, Úf ook wel de Koran (Al Zamakshari,
Al Beid‚wi).
[2038] Zijnde: de Caaba, die zoo veelvuldig door de pelgrims wordt
bezocht, of zooals sommigen eerder aannemen, het oorspronkelijke
model van het huis in den hemel dat al Dorah genoemd, en door de
engelen bezocht en omringd wordt, zooals het andere door de menschen.
[2039] Zijnde: ieder mensch wordt door God omtrent zijn gedrag als
onderpand bewaard; indien hij wel handelt, lost hij dit in, terwijl
hij het verbeurt, door slecht te handelen.
[2040] Dit is de woordelijke vertaling van eene Arabische uitdrukking
luidende: "Laat ons gerust op den eersten tegenspoed wachten om ons
daarop te wreken."
[2041] Want hoewel zij dit met hunne tongen belijden, loochenen
zij het, door hunnen tegenstand, om hem te vereeren, gelijk hij
dat verdient.
[2042] Zie Hoofdstuk XVI, vers 59, enz.
[2043] Zie Hoofdstuk XVIII, vers 36, enz.
[2044] Dit was eene der straffen welke de afgodendienende bewoners
van Mekka hem tartten, op hen te doen nederdalen; en dan nog, zegt de
tekst, indien zij een deel des hemels op zich zouden zien nedervallen,
zouden zij het niet gelooven, dan nadat zij daardoor verpletterd werden
(Al Beid‚wi).
[2045] Zijnde: Op den eersten klank der trompet.
[2046] Dat is: behalve de straf, waartoe zij, op den dag des oordeels
zullen gedoemd worden, zullen zij vooraf door rampen in dit leven
worden gekastijd, zooals de slachting te Bedr, en den zevenjarigen
hongersnood, en ook na hunnen dood, door het onderzoek des grafs
(Al Beid‚wi).
[2047] Sommigen veronderstellen, dat hier de sterren in het algemeen,
en anderen, het zevengesternte in het bijzonder wordt bedoeld.
[2048] Namelijk den engel GabriÎl.
[2049] In zijn natuurlijken vorm, waarin God hem schiep, en in het
oostelijk gedeelte des hemels. Men zegt, dat deze engel aan geen der
profeten in zijn eigenlijken vorm verscheen, behalve aan Mahomet, en
wel slechts tweemalen; zijnde eens, toen hij de eerste openbaring van
den Koran ontving, en daarna weder, toen hij zijne nachtelijke reis
naar den hemel ondernam, zooals vervolgens in den tekst wordt vermeld.
[2050] In een menschelijken vorm.
[2051] Maar hij zag het werkelijk.
[2052] Zijnde de boom, die tot grenspaal van het paradijs dient.
[2053] Deze woorden schijnen te beteekenen, dat alles wat onder dezen
boom is, elke beschrijving en alle cijfers te bovengaat. Sommigen
veronderstellen, dat hier de geheele engelenschaar wordt bedoeld,
die God daaronder vereeren, (Al Beid‚wi) en anderen, de vogels,
die op de takken zitten (Jallalo'ddin).
[2054] Door zoo wel de wonderen der stoffelijke, als van de geestelijke
wereld te aanschouwen (Al Beid‚wi).
[2055] Dit waren drie afgoden der oude Arabieren. Wat de godslastering
betreft, die, volgens sommigen, eens door Mahomet onbedachtzaam
werd uitgesproken, toen hij deze plaats voorlas, zie Hoofdstuk XXII,
vers 51, noot.
[2056] Zie Hoofdstuk XVI, vers 59.
[2057] Zijnde: zal hij God zijn wil voorschrijven, en dengeen die hem
behaagt, tot zijne tusschenpersonen of tot zijn profeet benoemen, of
zal hij een godsdienst naar zijn eigen zin kiezen, en de voorwaarden
stellen, waarop hij de belooning van dit en het volgende leven zal
kunnen verwerven (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2058] Deze plaats wordt gezegd, geopenbaard te zijn met het oog op
al Walid Ebn al Mogheira, die eens, den profeet volgende, door een
afgodendienaar werd gesmaad, omdat hij den godsdienst der KoreÔshieten
verliet, en aanleiding tot schandaal gaf. Hij antwoordde daarop, dat
hetgeen hij deed, uit vrees voor de goddelijke wraak geschiedde. De
afgodendienaar bood daarop aan, voor een zekere som, de schuld der
afvalligheid op zich te zullen nemen. Nadat de koop gesloten was,
keerde al Walid tot de afgodendienarij terug, en betaalde den man een
deel der overeengekomen som. Later echter, bij nadere overweging,
achtte hij dit te veel, en hield het overige gedeelte terug (Al
Beid‚wi).
[2059] Dat is: Is hij verzekerd, dat het den persoon met wien hij de
bovenvermelde overeenkomst sloot, zal toegestaan worden, hier namaals
in zijne plaats te lijden (Al Beid‚wi).
[2060] Syrius, of het groote hondsgesternte, werd door sommige der oude
Arabieren aangebeden (Hyd. not. in Ulug. Beig. Tab. stell fix p. 53)
[2061] Zijnde: Sodom en de andere steden, welke zij in haren val
medesleepte (Zie Hoofdstuk XI, vers 9).
[2062] Het woord, maan, dat zich in het eerste vers bevindt, strekt tot
titel voor deze Soera. In dit eerste vers wordt van de komst van het
uur, d.i. van den dag des oordeels gesproken. Onder de teekenen, die
dit vreeselijke oogenblik zullen voorafgaan, is dat van het splijten
der maan. Sommige uitleggers willen echter in de woorden "de maan is
gespleten" eene toespeling zien op het mirakel door Mahomet verricht,
waarbij hij de maan met zijn vinger in tweeÎn spleet.
[2063] Dat is, als de engel Israfil de menschen tot het oordeel
zal oproepen.