hem de plek waarop hij stond, benevens het model van het oude gebouw,
dat bij den zondvloed in den hemel werd opgenomen.
[1362] Men verhaalt, dat Abraham, gehoorzamend aan het hem gegeven
bevel, den berg Aboe Kobeis nabij Mekka besteeg en van daar uitriep:
"O menschen! volbrengt den pelgrimstocht naar het huis van uwen
Heer," en dat God zijne stem deed hooren aan hen, die zich, van het
Oosten naar het Westen, in de lendenen hunner vaders en in den schoot
hunner moeders bevonden, en van welke hij vooruit wist, dat zij den
pelgrimstocht zouden volbrengen. Sommigen zeggen echter, dat deze
woorden tot Mahomet werden gericht, ten einde hem te bevelen, den
pelgrimstocht van afscheid te volbrengen (Al Beid‚wi). Is dit zoo,
dan moet deze plaats te Medina zijn geopenbaard.
[1363] Zijnde het tijdelijke voordeel van den grooten handel,
die gedurende den pelgrimstocht, te Mekka werd gedreven, en het
geestelijk voordeel uit het volbrengen van een zoo verdienstelijk
werk voortvloeiende.
[1364] Namelijk de tien eerste dagen van Dhoe'lhajja of tiende dag
derzelfde maand, op welke zij de offeranden toonden, en de drie
volgende dagen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1365] Door hunne hoofden te scheren, en andere gedeelten hunner
lichamen, en hunne baarden en nagels in de vallei van Mina te snijden,
hetgeen den pelgrims niet veroorloofd is te doen, van het tijdstip
dat zij Mohrims worden, en zich plechtig aan het volbrengen van den
pelgrimstocht hebben gewijd, tot zij de plechtigheden geÎindigd en
hunne offers gedood hebben. (Jallalo'ddin. Zie Hoofdstuk V, vers 97
en Bobov de Peregr. Meccana, p. 15, enz).
[1366] Door de volvoering der goede werken, waarvoor zij de gelofte
gedurende hunnen pelgrimstocht hebben afgelegd. Sommigen passen deze
woorden alleen toe op de volvoering der vereischte plechtigheden.
[1367] Zijnde: de Caaba, dat, volgens de bewering der Mahomedanen, het
eerste gebouw was, hetgeen voor de vereering van God werd opgetrokken
en aangewezen (Zie Hoofdstuk III, vers 90). Het rondtrekken om deze
bedeplaats is eene voorname ceremonie bij de pelgrimage en wordt
dikwijls herhaald; hier schijnt echter meer bijzonder te worden
bedoeld, de laatste maal dat zij dit doen, en waardoor zij afscheid
van den tempel nemen.
[1368] Door in acht te nemen wat hij heeft bevolen en vermijdende
wat verboden is, of, hetgeen de woorden mede beteekenen; wie eeren
zal wat God geheiligd, of geboden heeft niet te ontheiligen, zoo als
de tempel en het grondgebied van Mekka, de geheiligde maanden, enz.
[1369] Hetzij door verkeerde en goddelooze dingen nopens de Godheid
mede te deelen, of door valsche getuigenis tegen den naaste af
te leggen.
[1370] Omdat hij die tot afgodendienarij vervalt, van de hoogte des
geloofs tot de diepte des ongeloofs zinkt, terwijl zijne gedachten
door zondige lusten worden afgetrokken, en hij door den duivel in de
meest uitzinnige dwalingen wordt gejaagd, (Al Beid‚wi).
[1371] Door eene goede en kostbare offerande te kiezen ter eere van
hem voor wien zij bestemd is. Zij zeggen dat Mahomet eens honderd
vette kameelen offerde, waaronder een die aan Aboe Jahl had behoord,
welk dier een gouden ring in zijn neus had, en dat Omar een edelen
kameel offerde, voor welken men hem driehonderd dinaars had geboden (Al
Beid‚wi). Het oorspronkelijke kan ook meer algemeen worden vertaald:
Zij die de voorgeschreven gebruiken van den pelgrimstocht in acht
nemen, enz. Het schijnt echter dat op deze plaats meer bepaald de
offers bedoeld worden.
[1372] Jallalo'ddin vat deze plaats, in een beperkten zin, van de
vroegere volkeren op, die ware geloovigen zijn geweest, aan welke God
een offerande gebood en eene bepaalde plaats en bijzondere ceremoniÎn
voor offering voorschreef.
[1373] Dat is, zooals sommigen deze woorden uitleggen: staande op
drie pooten, terwijl de vierde gebonden is, zijnde de wijze waarop de
kameelen worden vastgebonden, om het verlaten van de hun aangewezen
plaats te beletten. Sommige afschriften lezen in plaats van Sawaffa:
Sawaffena, van het werkwoord savana, dat eigenlijk de houding van
een paard beteekent als het op drie pooten staat terwijl alleen de
rand van den vierden den grond raakt.
[1374] Of, zooals de woorden mede kunnen worden vertolkt: Aan hem die
op zedige en nederige wijze vraagt, en aan hem die het verlangt maar
niet durft vragen.
[1375] Dit was de eerste plaats van den Koran, waarbij het Mahomet
en zijne volgelingen werd veroorloofd, zich met kracht tegen hunne
vijanden te verdedigen. Zij werd korten tijd vÛÛr de vlucht naar Medina
geopenbaard, tot welken tijd de profeet zijne Moslems vermaande, de
hun aangedane beleedigingen met geduld te verdragen, hetgeen tevens
bovendien op zeventig verschillende plaatsen van den Koran wordt
bevolen (Al Beid‚wi, enz.)
[1376] Dat is: De openbare uitoefening van eenigen godsdienst, hetzij
die waar of valsch is, wordt alleen door macht ondersteund. Mahomet
wilde daardoor tevens aantoonen, dat de ware godsdienst op dezelfde
wijze moest gehandhaafd worden.
[1377] Zie 2 Petrus, III, 8.
[1378] De aanleiding tot deze plaats wordt aldus verhaald. Mahomet
las eens het LIIIe Hoofdstuk van den Koran. Toen hij tot de lezing van
vers 19 en 20 was genaderd, legde de duivel hem de volgende woorden in
den mond, welke hij door onachtzaamheid uitsprak, of zooals sommigen
verhalen, omdat hij toen half slapend was (Yahya), zijnde: Dit zijn
de verhevenste en schoonste juffers op wier tusschenkomst gehoopt
wordt. De KoreÔshieten, die nabij Mahomet zaten, verheugden zich
zeer over hetgeen zij hadden gehoord, en toen hij het hoofdstuk had
geÎindigd, voegden zij zich bij hem en zijne volgelingen om het gebed
uit te spreken. De profeet werd echter door den engel GabriÎl bekend
gemaakt met de oorzaak van hunne inschikkelijkheid, en met hetgeen hij
had bedreven. Hij was diep aangedaan om zijne vergissing, tot dit vers
ter zijner vertroosting werd geopenbaard (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin,
Yahya, enz. Zie ook Hoofdstuk XVI, vers 103.) Al Beid‚wi verhaalt
echter, dat de meer ontwikkelde en nauwgezette personen het voormelde
verhaal loochenen, en daar het werkwoord, hier met leest vertaald, ook
beteekent iets wenschen, zoo leggen zij de plaats uit als bedoelende
de ingevingen van den duivel, naardien deze dienen om de geneigdheden
van deze heilige personen op een slechten weg te brengen, of om hunne
gemoederen te brengen tot het vormen van ijdele wenschen en begeerten.
[1379] Of: een dag die kinderloos maakt, waardoor een groot verlies in
den oorlog wordt bedoeld, zooals de nederlaag welke de ongeloovigen
te Beda leden. Sommigen veronderstellen, dat hier de opstanding
wordt bedoeld.
[1380] En hij zal geene strengere wraak nemen dan het feit verdient.
[1381] Door het trachten van den aanvaller, om zich weÍrwraak op den
benadeelden persoon te verschaffen, en te pogen, hem op nieuw geweld
aan te doen. Deze plaats schijnt betrekking te hebben op de wraak die
de Moslems op de ongeloovigen zouden nemen, voor de onrechtvaardige
vervolging welke zij hun aandeden.
[1382] Hetgeen hij op den jongsten dag zal doen.
[1383] De uitleggers zeggen, dat de Arabieren gewoon waren, de beelden
hunner goden met een of ander welriekend mengsel en met honig te
bestrijken. De laatste werd door de vliegen opgegeten, hoewel de
deuren van den tempel zorgvuldig waren gesloten terwijl de diertjes
door de ramen of spleten binnendrongen.
[1384] Die de overbrengers der goddelijke openbaringen aan de profeten
zijn, maar geen voorwerp van vereering behooren te wezen.
[1385] Zijnde het lichaam der moeder.
[1386] Zijnde: Een volkomen mensch voortbrengende, die uit ziel en
lichaam is samengesteld. Aboe Hanifa steunt op deze plaats om te
beweren, dat hij, die zich van een ei meester maakt, welk ei bij hem
wordt uitgebroed, gehouden is, een ei terug te geven, en geene kip,
aangezien het eene andere schepping, een andere vorm is.
[1387] Zie Hoofdstuk VI, vers 93.
[1388] Letterlijk: zeven paden, waarmede de hemelen worden bedoeld,
aangezien zij overeenkomstig sommige uitleggers, de paden der
engelen en hemelsche lichamen zijn, hoewel het oorspronkelijke woord
ook voorwerpen beteekent, die gevouwen of als verdiepingen boven
elkander geplaatst zijn, zooals de Mahomedanen zich voorstellen dat
de hemelen zijn.
[1389] Zijnde de olijfboom. De tuinen nabij dezen berg gelegen zijn
nog bekend om de uitmuntende vruchtboomen van allerlei soort, die
daar groeien (Zie Voyages de Thevenot, liv. 2, chap. 9).
[1390] Het dier, meer bijzonder op deze plaats bedoeld is de kameel,
die in het Oosten hoofdzakelijk als voertuig wordt gebezigd. De
Arabieren noemen dit dier het landschip, waarmede zij hunne zandzeeÎn,
de woestijnen, doortrekken.
[1391] Zie Hoofdstuk XI, vers 42 enz.
[1392] Zijnde de stam Ad of van Thamoed.
[1393] Zijnde de profeet Hud of Saleh.
[1394] Savary vertaalt dit aldus: De kreet van den engel des verderfs
werd gehoord, en de ongeloovigen werden verdelgd als verwelkte knoppen.
[1395] Zooals de Sodomieten, Midianieten, enz.
[1396] De uitleggers willen dat de hier bedoelde plaats
Jeruzalem, Damaskus, Ramlah, Palestina of Egypte zij (Al Beid‚wi,
Jallalo'ddin). Misschien ook wordt op deze plaats de rots bedoeld,
waarop de maagd Maria zich, overeenkomstig de Mahomedaansche
overlevering begaf om verlost te worden (Zie Hoofdstuk XIX, vers 16).
[1397] Deze woorden zijn tot de apostelen in het algemeen gericht aan
welke het geoorloofd was, van alle voedsel te eten, dat zuiver en
gezond was en welke hun werden toegesproken op het tijdstip hunner
zending. Sommigen zijn echter van meening, dat zij bijzonder zijn
gericht tot Maria en Jezus of alleen tot den laatste. Mahomet trachtte
waarschijnlijk op deze plaats de onthouding te veroordeelen, welke
door de monniken der Christenen wordt in acht genomen (Al Beid‚wi).
[1398] Zie Hoofdstuk XXI, vers 92.
[1399] Zijnde: Tot zij gedood zullen worden, of een natuurlijken
dood sterven.
[1400] Hiermede wordt de overwinning te Bedr bedoeld, waarbij
verscheidene der voornaamste KoreÔshieten het leven verloren, of de
hongersnood, waardoor de bewoners van Mekka werden getroffen, op het
gebed van den profeet, dat aldus luidde; "O God! zet uwen voet met
sterkte op Modar (een voorzaat der KoreÔshieten), en geeft hun jaren,
gelijk de jaren van Jozef" waarop zulk eene groote schaarschte volgde,
dat zij genoodzaakt waren zich met honden, krengen en verbrande
beenderen te voeden (Al Beid‚wi).
[1401] Savary vertaalt dit aldus: Zij die in onwetendheid omtrent
zijne leer verkeeren. Zij die in hunne blindheid blijven, tot het
uur waarop de machtigste hunner, onze wraak gevoelende, met groot
misbaar zullen uitroepen, enz.
[1402] Dat is; indien er meer dan ÈÈn God zou hebben bestaan, zooals
de afgodendienaars dat gelooven (Zie Hoofdstuk XXI vers 22), of indien
de leer door Mahomet verkondigd, overeenkomstig hunne neigingen ware
geweest, enz.
[1403] Zijnde: De hongersnood. Men zegt dat de bewoners van Mekka
gedwongen waren, hunne toevlucht tot ilhiz te nemen om zich er mede
te voeden. Dit is eene soort ellendig voedsel uit bloed en kemelshaar
bestaande, hetgeen door de Arabieren in tijden van schaarschte wordt
genuttigd. Abos Sofia kwam tot Mahomet en zeide: Ik bezweer u bij God
en de betrekking die tusschen ons bestaat, zeg mij, of gij denkt tot
eene genade voor alle schepselen te zijn gezonden, aangezien gij de
ouderen door het zwaard en de kinderen door honger hebt gedood? (Al
Beid‚wi).
[1404] Namelijk de slachting te Bedr.
[1405] Zijnde: Hongersnood, die verschrikkelijker is dan de rampen van
den oorlog (Al Beid‚wi). Overeenkomstig die uitleggingen moet deze
plaats te Medina zijn geopenbaard, tenzij het in een profetischen
zin worde opgevat.
[1406] Door het vormen eener afzonderlijke schepping en van een
koninkrijk, verschillende van zijn schepping en zijn koninkrijk.
[1407] Zie Hoofdstuk XVII, vers 58, en volg.
[1408] Dat is: door beleediging te vergeven en deze door goed te
vergelden, welke les echter gewijzigd wordt, door de voorwaarde,
dat de ware godsdienst door zulk eene mildheid en grootmoedigheid
niet worde benadeeld (Al Beid‚wi).
[1409] Om mij te bekampen, of, zooals het mede kan worden vertaald:
Opdat zij mij niet deren.
[1410] Of, hetgeen mede door deze woorden wordt gezegd: In de wereld
welke ik verlaten heb; dat is gedurende den verderen duur van het
leven dat mij zal worden geschonken en waarvan ik ben afgesneden
(Al Beid‚wi).
[1411] Het oorspronkelijk woord barzakh hier met hek vertaald,
beteekent in de eerste plaats eene afdeeling of tusschenruimte,
waardoor eene zaak van eene andere wordt afgescheiden. Het wordt
echter door de Arabieren niet altijd in denzelfden en ook somtijds
in een duisteren zin gebruikt. Zij schijnen in het algemeen daarmede
datgene uit te drukken, waartoe de Grieken het woord Hades gebruikten;
dan eens het woord voor de plaats der dooden aanwendende, dan weder
voor den tijd dien zij in dien staat doorbrachten en dan weder
voor den staat zelven. Hunne critici hebben uitgemaakt, dat het
de tusschentijd of ruimte is, tusschen deze wereld en de volgende,
of tusschen den dood en de opstanding. Ieder persoon, die sterft,
wordt gezegd in al barzakh over te gaan, of, zooals de Grieken het
uitdrukken katab`hnai e`ic . Zie Pocock, not. in Port. Mosis, p. 248,
etc. Sommige uitleggers vatten deze plaats zÛÛ op, als bedoelden
de woorden door ons met achter hen vertaald, integendeel voor hen
(daar hier in het oorspronkelijke een dier woorden staat waarvan
er verscheidene in de Arabische taal zijn, die namelijk twee geheel
tegenovergestelde beteekenissen hebben) daar zij al barzakh als een
toekomstige ruimte beschouwen, die vÛÛr en niet achter hen ligt.
[1412] Niet in staat zijnde, door hunne vermaningen invloed op u te
hebben, door de verachting waarmede gij hen beschouwt.
[1413] Zoo kort zal hun de tijd toeschijnen, in vergelijking met den
eeuwigen duur hunner marteling, of omdat de tijd dien zij in de wereld
doorleefden, de tijd was van hunne vreugde en hun genoegen. Het is
namelijk bij de Arabieren gebruikelijk, datgene wat hun aangenaam is
als van korten duur en datgene wat hun onaangenaam is als van langen
duur te beschrijven.
[1414] Dat is: de engelen die rekening houden van den duur van der
menschen leven en van hunne werken, of een ander, die tijd mocht
hebben om op te tellen, en niet wij, die door onze smarten van onze
gedachten en aandacht worden afgetrokken.
[1415] Deze titel is ontleend aan vers 35 van dit hoofdstuk.
[1416] Deze wet moet worden opgevat als geene betrekking te hebben
op gehuwden die geene slaven zijn, daar overspel in zulk een geval,
overeenkomstig de Sonna, met steeniging moet worden gestraft (Zie
Hoofdstuk IV, vers 19 en 28).
[1417] Zijnde: Wordt niet door medelijden bewogen, hetzij om de
schuldigen te vergeven, of om hunne straf te verzachten. Mahomet stond
zoozeer de strikte en onpartijdige toepassing der wetten voor, dat men
mededeelt, dat hij eens zou gezegd hebben: Indien Fatima, de dochter
van Mahomet steelt, laat haar dan de hand afkappen (Al Beid‚wi).
[1418] Dat is: laat de straf in het openbaar volvoeren en niet
heimelijk, omdat de schande zwaarder weegt dan de pijn en meer geschikt
is om den misdadiger te bekeeren. Sommigen zeggen dat daarbij minstens
drie personen moeten tegenwoordig zijn, anderen stellen twee of wel
dat ÈÈn toereikend is. (Al Beid‚wi).
[1419] De voorgaande plaats werd geopenbaard voor de geringere en
armere M‚hojerins of uitgewekenen, die de bijzitten der ongeloovigen
trachtten te huwen, welke in den oorlog waren gevangen genomen, om
de winst die uit de prostitutie dezer vrouwen voortsproot. Sommigen
meenen dat dit verbod speciaal zij en alleen de bovengemelde
M‚hojerins betreft, terwijl anderen van oordeel zijn, dat het meer
algemeen is. Men neemt echter aan dat het afgeschaft is door de
woorden die later volgen, luidende: Huw de onverbonden vrouwen enz.,
naardien ook ontuchtige vrouwen in die uitdrukking zijn begrepen (Al
Beid‚wi, Jallalo'ddin). Sommigen veronderstellen echter, dat niet het
huwelijk maar de onwettige omgang van zulke vrouwen op deze plaats
wordt verboden.
[1420] Het Arabische woord mohsinat beteekent eigenlijk vrouwen
van onberispelijk gedrag, maar om de daarna vermelde straf op
den lasteraar toe te passen, wordt het mede vereischt, dat zij
vrije vrouwen van rijpen leeftijd, volkomen in het bezit van hare
verstandelijke vermogens en van den Mahomedaanschen godsdienst
zijn. Hoewel het genoemde woord tot het vrouwelijk geslacht behoort,
worden ook mannen verondersteld in deze wet te zijn begrepen. Aboe
Hanifa was van oordeel, dat de lasteraar in het openbaar moest worden
gegeeseld evenals hij die zich aan hoereeren had schuldig gemaakt;
maar algemeen wordt deze meening bestreden (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1421] Zie Hoofdstuk IV, vers 9.
[1422] Voor het geval dat beiden zweren, ontlast de eed des mans
hem van de beschuldiging van en de straf op laster, terwijl de eed
der vrouw haar vrijmaakt van de beschuldiging van en de straf tegen
overspel; maar hoewel de vrouw hare onschuld bezweert, wordt het
huwelijk krachteloos of door den rechter ontbonden verklaard, omdat
het onmogelijk is dat zij met elkander zouden kunnen voortleven,
nadat zij tot deze uitersten zijn gekomen.
[1423] Tot beter begrip dezer plaats is het noodig, het volgende
verhaal mede te deelen. Toen Mahomet in het zesde jaar der hedjira eene
expeditie tegen den stam van Mostalek ondernam, nam hij zijne vrouw
AÔsha met zich om hem te vergezellen. Op hunnen terugtocht toen zij
niet ver van Medina waren, trok het leger des nachts verder. AÔsha
steeg onderweg van haren kameel af en verwijderde zich eenige
oogenblikken. Hare lieden geloofden dat zij reeds in hare reistent was
gegaan, zetten die op den kameel en leidden het dier voort, waarop de
geheele karavaan haar weg vervolgde. AÔsha, zich verlaten ziende, bleef
op dezelfde plaats waar zij was afgestegen, wachtende of er iemand
zou komen om haar af te halen, en sliep eindelijk in. Korten tijd
daarna kwam een jongmensch, Safwan Ebnal Moattei daar voorbij. Toen
hij iemand op den grond zag liggen slapen, naderde hij en ziende
dat het eene vrouw was wekte hij haar, door deze woorden twee maal
zachtkens uit te spreken: Wij behooren aan God en tot hem moeten
wij wederkeeren. Daarop bedekte AÔsha zich met haren sluier en hij
bood haar zijn kameel aan. AÔsha nam zijn aanbod aan. Op deze wijze
bereikte zij den anderen dag de karavaan weder. Toen de afwezigheid
van AÔsha en haar terugkeer met Safwan bekend waren, werd zij door
sommigen van overspel beschuldigd. Mahomet, niet wetende wat hij moest
denken, bevond zich in eene groote verslagenheid en het was eerst
na verloop van een maand dat hij verklaarde, de waarheid te kennen,
tengevolge eener openbaring die geheel ten voordeele zijner vrouw was,
terwijl hij de beschuldiging voor onwaar verklaarde (Al Bokhari in
Sonna, Al Beid‚wi, Jallalo'ddin enz. Zie ook Abu'lf. Vit Moh. p. 82
etc. Gagnier Vie de Moh. lib. 4 c 7, en ook blz. 47 van dit werk).
[1424] De personen in het uitstrooien van dit schandelijk gerucht
betrokken, waren: Abd'allah Ebn Obba, (die er de ontwerper van was
en het uit haat tegen Mahomet tot het uiterste dreef), Zeid Ebn
Ref‚a, Hassan Ebn Thabet, Mestab Ebn Otahtha, een achterkleinzoon
van Abd'almotalleb en Hamna Bint Jahash. Ieder van hen ontving
een tachtigtal slagen, overeenkomstig de wet in dit hoofdstuk
vervat. Abd'allah werd alleen uitgezonderd, daar hij een mensch van
groot aanzien was (Abu'lfeda. Vit. Moham., p. 83). Er wordt tevens
gezegd, dat Hassan en Mestab blind werden en dat laatstgenoemde tevens
het gebruik van beide zijne handen verloor (Al Beid‚wi).
[1425] Zijnde: Abd'allah Ebn Obba die de genade niet genoot, een waar
geloovige te worden, maar als een ongeloovige stierf.
[1426] Deze plaats werd geopenbaard met het oog op Aboe Bekr, die
gezworen had, dat hij in het vervolg niets aan Mestab zou schenken,
ofschoon deze de zoon van zijn moeders zuster en een arme Mah‚jer of
uitgewekene was, en wel uithoofde hij medegewerkt had, zijne dochter
AÔsha te belasteren. Toen Mahomet hem echter dit vers had voorgelezen,
kwam hij tot andere gedachten en ging hij voort, het jaargeld aan
Mestab uit te betalen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1427] Hoewel de woorden algemeen schijnen te zijn, schijnen zij
echter voornamelijk betrekking te hebben op hen, die de vrouwen des
profeets zouden mogen lasteren. Overeenkomstig een gezegde van Ebn
Abbas, zou uit een onderzoek van al de bedreigingen, in den geheelen
Koran vervat, blijken, dat er geene zoo streng zijn als die bij de
valsche beschuldiging van AÔsha uitgesproken, waarom hij van meening
is, dat zelfs berouw de lasteraars niet van nut is (Al Beid‚wi).
[1428] Dan op toelating aan te dringen of aan de deur te wachten.
[1429] Zijnde: Die niet de bijzondere woning van een gezin uitmaken,
zooals openbare herbergen, winkels, hutten, enz.
[1430] Zooals: hare kleederen, juweelen en hare toiletbenoodigdheden;
meer bijzonder echter zulke deelen van haar lichaam, welke niet gezien
mogen worden.
[1431] Sommigen meenen, dat hier hare bovenkleederen worden
bedoeld, en anderen hare handen en aangezichten. Men houdt het er
echter algemeen voor, dat eene vrije vrouw zelfs deze deelen niet
mag ontdekken, behalve aan de hierna uitgezonderde personen, of bij
sommige onvermijdelijke gelegenheden, zooals: bij het afleggen van
getuigenis in het openbaar, het inwinnen van raad eens artsen, of
het nemen van geneesmiddelen, enz.
[1432] En zorg te dragen, het hoofd, den hals en de borst te
bedekken. Zooals wij reeds hebben vermeld, gaan de Turksche vrouwen
nimmer uit, zonder gesluierd te zijn. In Egypte hullen de vrouwen zich
in een langen mantel van zwarte zijde, die het geheele lichaam bedekt;
aan de voeten dragen zij muilen van zeer dun, geel leder. Lange broeken
en japonnen die tot op den grond nederhangen, verhinderen dat men
hare beenen ziet; maar daar zij geene kousen dragen, verbiedt haar
Mahomet, de voeten op zoodanige wijze te bewegen, dat daardoor de
bekoorlijkheden worden ontdekt, welke verborgen moeten blijven. In
het openbaar zijn zij altijd op de zedigste wijzen gekleed, maar
in hare eigen huizen leggen zij al die overtollige gewaden af, en
kleeden zich zeer luchtig.
[1433] Voor welke zij zich opschikken, en die alleen het voorrecht
hebben haar geheel lichaam te mogen zien.
[1434] Deze nauwe betrekkingen zijn mede uitgezonderd, dewijl zij niet
kunnen vermijden, deze personen dikwijls te zien en van deze geen
groot gevaar te duchten is. Het is hun daarom veroorloofd te zien,
wat bij eene zoo vertrouwelijke samenkomst niet kan worden verborgen
(Al Beid‚wi), maar geen ander deel van haar lichaam; voornamelijk alles
wat zich tusschen den navel en de knieÎn bevindt (Jallalo'ddin). Daar
de ooms hier niet bijzonder zijn vermeld, bestaat er twijfel, of zij
al dan niet mogen worden toegelaten om hunne nichten te zien. Sommigen
zijn van meening, dat zij onder de rubriek broeders zijn begrepen;
maar anderen oordeelen, dat zij niet in deze uitzondering zijn vervat,
en geven daarvoor als reden op, dat zij de personen van hunne nichten
niet aan hunne zonen zouden kunnen beschrijven (Al Beid‚wi).
[1435] Dat is: Voor zooverre zij tot den Mahomedaanschen godsdienst
behooren. Het wordt namelijk door sommigen, voor eene vrouw die eene
ware geloovige is, ongeoorloofd, of ten minste onwelvoegelijk geacht,
zich voor iemand te ontdekken die eene ongeloovige is, omdat deze
zich er bezwaarlijk van zou kunnen onthouden, haar aan de mannen te
beschrijven: anderen veronderstellen echter, dat hier alle vrouwen
in het algemeen zijn uitgezonderd; want, omtrent deze bijzonderheid
verschillen de godgeleerden (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).