Nu trad echter een verandering in de politiek der Europeesche

mogendheden in, die voor de Porte noodlottig werd. Tot nog toe had

Metternich, ofschoon niemand lust voelde de opstandelingen te helpen

bestrijden, officieele ondersteuning van hen weten te voorkomen. Maar

in 1825 stierf Alexander†I en zijn opvolger Nicolaas†I stond volstrekt

niet onder de betoovering van de heilige alliantie. Onmiddellijk dwong

hij Turkije bij het verdrag van Akkerman (1826) tot bevestiging van

den vrede van Boekarest, die in enkele opzichten, b.v. in de bepaling

aangaande ServiÎ, onuitgevoerd gebleven was. Weldra trad hij ook ten

gunste van de Grieken op, daarbij gesteund door Engeland, waar zeer

veel sympathie voor het Hellenisme was en waar de regeering onder

leiding van Canning de voordeelen inzag, politiek en commercieel,

die Engeland zich door partij te kiezen voor de Grieken zou kunnen

verwerven, en ook door Frankrijk. Het was vooral een gevolg van de

philhellenistische beweging (die door alle landen van Europa ging,

een dichter als Byron naar het oorlogsveld dreef en die in Frankrijk

buitengewoon sterk was), dat de reactionnaire regeering van koning

Karel†X een opstand ging begunstigen; de ergerlijke wreedheden,

door de Turken in de opwelling van hun fanatisme bedreven, zooals het

ophangen van den patriarch te Constantinopel zonder vorm van proces en

de uitmoording van de bevolking van het eiland Chios en van Missolonghi

hebben die beweging zeer in de hand gewerkt. De drie mogendheden dan

verbonden zich (1827), om Turkije tot een wapenstilstand te brengen. De

Porte was niet van zins hiernaar te luisteren. Een geallieerde vloot

trad toen met geweld op in de baai van Navarino en vernietigde daar

zonder veel moeite de Turksch-Egyptische zeemacht. Toen was het

pleit spoedig geheel ten gunste van de Grieken beslist. Ofschoon in

Engeland na Canning's dood een meer reactionnair ministerie optrad,

dat het optreden van den Engelschen admiraal bij Navarino feitelijk

desavoueerde, tastten Rusland en Frankrijk door en de Porte kreeg van

geen kant steun; ook niet van Oostenrijk, dat haar daarop had doen

hopen. Fransche troepen verdreven de Turken uit den Peloponesus,

vanwaar Ibrahim zich teruggetrokken had; een Russisch leger onder

Diebitsj trok over den Balkan en bezette Adrianopel (1829). Dit had

een ontzettenden invloed te Constantinopel: Hannibal ante portas! en,

al verkeerde het leger van Diebitsj in buitengewoon slechten staat,

de sultan gaf zich onmiddellijk gewonnen. De vrede van Adrianopel

bracht Griekenland zijne vrijheid op den grondslag van een door de

mogendheden te Londen opgesteld protocol. De grenzen werden in het

Noord-Oosten de golf van Volo, in het Noord-Westen de Aspropotamo;

de Cycladen en Euboea behoorden er bij. Niet geheel oud-Griekenland

werd dus vrij; vooral het ontbreken van ThessaliÎ en het eiland

Creta wekte veel teleurstelling. Door toedoen van de mogendheden werd

Griekenland in 1832 een koninkrijk onder Otto, zoon van koning Lodewijk

van Beieren; de grens werd toen in het Noord-Westen uitgebreid tot de

golf van Arta. De binnenlandsche toestand liet er van den beginne af

veel te wenschen over; de verwachtingen op een renaissance van het

geestelijk leven werden deerlijk teleurgesteld. Kon het anders na

een geschiedenis, als die het oude van het nieuwe Hellas scheidde?

Voor Turkije had het einde van dezen oorlog meerdere onaangename

gevolgen. Rusland eischte bij den vrede van Adrianopel een

belangrijke schadeloosstelling in geld en afstand van de eilanden

in de Donau-monding plus verschillende plaatsen in AziÎ, waaronder

Anapa en Poti in Trans-KaukasiÎ. De vervulling van de belofte ten

opzichte van ServiÎ kon nu onmogelijk langer worden uitgesteld en

in 1830 kreeg dit land zijne autonomie en zijn eigen leger; Turkije

hield alleen suzereine rechten en kreeg een jaarlijksche schatting,

Turksche troepen bleven in Belgrado. Miloch Obrenovitch, na den opstand

van 1814 steeds het hoofd der ServiÎrs, werd hun eerste vorst. Verder

werden de Donauvorstendommen meer onafhankelijk van Turkije. Uit eigen

beweging had de Porte hun als belooning voor het niet opstaan tijdens

den inval van Ypsilanti landgenooten tot hospodars gegeven (1822). Bij

het verdrag van Akkerman eischte Nicolaas†I ontruiming der beide landen

door de Turksche troepen, zooals de Porte dit vroeger beloofd had,

en bevestiging van zijn officieelen invloed. Te Adrianopel bedong hij

geheele autonomie; voortaan zouden ook de Donauvorstendommen alleen

schatting aan den sultan betalen, maar--ze bleven voorloopig door

Russische troepen bezet en die maakten het er even bont als vroeger

de Turksche. Krachtig diplomatiek optreden van Oostenrijk en Engeland

was noodig om de Russen in 1834 te noodzaken hunne troepen terug te

trekken. Toen pas konden de Roemenen van hunne autonomie genieten

en weldra ontstond hun streven naar geheele onafhankelijkheid zoowel

van Turkije als van Rusland. En nog een deel van Turkije rukte zich

los: het eiland Samos, dat aan den Griekschen opstand meegedaan had,

maar weÍr onderworpen was, werd door toedoen van de mogendheden ook

een autonoom staatje met dergelijke verplichtingen als ServiÎ en de

Donauvorstendommen (1832).

Daarbij kwam weldra de twist met Mehemet-Ali, ook al een indirect

gevolg van den Griekschen vrijheidsoorlog. De onderkoning van

Egypte eischte, nu de Peloponesus voor hem verloren gegaan was,

SyriÎ als schadeloosstelling. Mahmoed†II weigerde. Ibrahim rukte op

met het Egyptische leger, nam SyriÎ in bezit, trok naar Klein-AziÎ

en versloeg Rechid-pacha bij Konieh. WeÍr naderde een vijand de

poorten der Turksche hoofdstad, maar ook de Russen kwamen weer,

nu als vrienden van den sultan, wien Nicolaas zijn steun aangeboden

had, niet geheel belangeloos natuurlijk, maar uit vrees, dat Mehemet

heerscher te Stamboel worden zou. Wat zou er met een frissche kracht

aan het hoofd van het Turkenrijk niet kunnen gebeuren! Russische

troepen bezetten Constantinopel en Skoetari en daarvoor deinsde

Ibrahim terug. Toch kreeg Mehemet bij het verdrag van Koetajeh SyriÎ

(1832); de mogendheden, vooral Frankrijk, hadden dit te zijnen gunste

bewerkt. En Rusland? Bij het verdrag van Oenkiar-Skelessi sloot het met

de Porte een of- en defensief verbond: Rusland zou den sultan, als 't

noodig was, altijd te hulp moeten komen; Turkije zou, ingeval Rusland

aangevallen werd, alleen maar de Dardanellen behoeven te sluiten;

deze zonderlinge overeenkomst werd aangegaan voor den tijd van acht

jaar. Het behoeft geen betoog, dat Turkije hiermede feitelijk geheel

van Rusland afhankelijk werd, maar evenmin, dat de andere mogendheden

er zich niet bij neerlegden.

De gelegenheid om het verdrag op de proef te stellen, deed zich

spoedig voor. De sultan en zijn Egyptische vasal kregen in 1839

opnieuw ruzie. De aanleiding was nu, dat Mehemet, die bovenal sympathie

voor Frankrijk had, weigerde een handelsverdrag tusschen Turkije en

Engeland met voor dit land zeer gunstige voorwaarden ten uitvoer te

leggen. Opnieuw overwon Ibrahim, nu bij Nezib, in SyriÎ, waar de Turken

onder Hafiz een zeer ernstige nederlaag leden. Wat nu? Zou Rusland

opnieuw den sultan te hulp komen? Ja, maar niet alleen; dat duldden

de andere mogendheden, vooral Engeland, niet. Allen gingen zich met de

zaak bemoeien en wel ten gunste van de Porte; het Fransche volk alleen

toonde groote sympathie voor Mehemet-Ali, maar de regeering weigerde de

wapenen voor hem op te nemen. Verbonden stelden de vier mogendheden:

Rusland, Engeland, Oostenrijk en Pruisen--Frankrijk was met opzet

buiten deze quadruple-alliantie gelaten--aan Mehemet-Ali den eisch

SyriÎ te ontruimen, om hem te straffen voor zijn optreden tegen den

sultan; Egypte zou hij dan als erfelijk leen mogen behouden. Mehemet

aarzelde, wat hem nog het bezit van Acre en omstreken, die hem eerst

gelaten zouden worden, kostte. Toen, bevreesd voor het behoud van

Egypte, dat Engeland hem liefst meteen ook ontnomen zou hebben, gaf

hij toe (1841) en daarmede was zijn verdere rol uitgespeeld. Voor

Rusland was de afloop niet zoo voordeelig als in 1832. Het verdrag

van Oenkiar-Skelessi, waarvan de termijn in 1840 verstreken was,

werd niet hernieuwd en verviel dus. Daarentegen moest het toestemmen

in een overeenkomst met de andere groote mogendheden, het verdrag

der Dardanellen geheeten, waarbij deze doorvaart tot neutraal gebied

verklaard werd. Dit was een eerste stap tot een officieele garantie van

de integriteit van het Turksche rijk, een keerzijde van het verdrag

van Oenkiar-Skelessi. Voor Nicolaas†I een groote teleurstelling,

hem berokkend vooral door den Engelschen minister Palmerston.

Welk een droevig figuur maakte onder dit alles de Porte! Zij leefde

alleen nog bij de gratie der mogendheden of liever ten gevolge van

dier onderlinge verdeeldheid. Toch was eindelijk de lang begeerde

hervorming op militair gebied doorgevoerd geworden. Sultan Mahmoed

†II was er in 1826 in geslaagd het Janitsaren-corps te vernietigen;

dit was wel een oorzaak van zwakheid te meer geweest in het laatste

deel van den Griekschen oorlog, maar op den duur kon nu toch het

leger een nieuwe inrichting krijgen. Andere bezwaren maakten, dat

dit voor den algemeen toestand weinig hielp. Hoe zou men een flink

leger kunnen onderhouden, waar de noodige gelden om het te betalen en

van het noodige te voorzien ontbraken? De financiÎn waren door lang

wanbeheer geheel in verwarring. Er was niet de minste contrÙle, er

ontbrak een budget. Belastingpachters en gouverneurs der provinciÎn

zorgden er wel voor, dat er van de opbrengsten heel weinig in de

schatkist kwam. Geldgebrek begon het chronische euvel te worden van de

eens zoo rijke sultans. En ondertusschen nam in alle deelen van het

rijk, vooral waar Christenen woonden, de ontevredenheid met den dag

toe. Slechte rechtsbedeeling, afpersingen en andere geweldenarijen

werden te onverdraaglijker, nu er ook voor de nog onderworpenen kans

op bevrijding bestond. Toch zag het gros der eigenlijke Turken de

teekenen des tijds niet. Een onbegrijpelijk phlegmatiek volk! Het

rijk barstte aan alle kanten om hen heen en toch bewogen zij zich

niet om op verandering van koers aan te dringen. Wel grooter woede

tegen de Christenen, die ze als hun doodvijanden gingen beschouwen

en waartegen ze zich steeds meer onmenschelijkheden veroorloofden,

natuurlijk met het gevolg, dat hun reputatie in Europa heel slecht

werd, een bedenkelijk feit, nu juist meer en meer belangstellenden

den gang van zaken in hun rijk volgden.

Enkelen slechts waren er, die begrepen, dat grondige hervormingen in de

geheele regeering alleen baat zouden kunnen brengen. Onder die enkelen

was Rechid-pacha, groot-vizier van sultan Abdoel-Medjid, zoon van

Mahmoed†II (deze was vlak na den slag bij Nezib gestorven). Hij wist

zijn heer tot een besluit over te halen, dat bekend is onder den naam

van Tanzimat [2337] en inderdaad groote verbeteringen in zich sloot:

een rechtvaardig bestuur voor en bescherming van alle onderdanen;

betere regeling van belastingheffing en militaire verplichtingen;

openbaarheid van de rechtspraak. Een reeks van schoone beloften, maar

de uitvoering bleef grootendeels achterwege, want de tegenstand van de

belanghebbenden bij het behoud van den ouden toestand was zÛÛ krachtig;

dat de zwakke Abdoel-Medjid in 1841 een anderen groot-vizier nam,

Riza-pacha, die van harte met de oud-Turken, zooals de conservatieven

op den duur genoemd worden, sympathiseerde. Eerst in latere jaren

heeft Rechid-pacha, toen hij nogmaals groot-vizier werd (1846-1852),

ten minste in enkele opzichten eenige verbetering aangebracht. Voor

het leger kwam conscriptie in plaats van gedwongen dienstneming. Aan

het onderwijs werd meer zorg besteed. Op belastinggebied werd aan de

willekeur der pachters paal en perk gesteld. Maar wat zal een enkeling,

met hoe goeden geest bezield, tegen een algemeen slechten geest?

Toch waren de partiÎele hervormingen van Rechid-pacha voldoende om de

onrust op te wekken van keizer Nicolaas†I, die evenmin een opleving

van Turkije wenschte als vroeger Catharina†II die van Polen. Bovendien

bleek het Turksche leger werkelijk betere hoedanigheden te verkrijgen

en in staat om verdere opstanden te bedwingen. Zoo reeds in 1848,

toen als gevolg van de Februari-revolutie in Frankrijk een oproer

in de Donauvorstendommen uitbrak, die zich geheel onafhankelijk

wilden maken; dit oproer werd door Rusland en Turkije samen gedempt:

de Donauvorstendommen verloren toen weer hun in 1829 verkregen recht

om zelf hospodars te kiezen; Rusland en Turkije zouden dit voortaan

samen voor hen doen. Maar vooral duidelijk werd de hoogere vechtwaarde

der Turksche troepen, toen ze in 1849 en 1851 gebruikt werden onder

leiding van een energiek aanvoerder Omer-pacha om opstanden in BosniÎ

en Boelgarije, waarschijnlijk door aanstoken van Rusland uitgebroken,

te dempen, wat uitstekend en zonder vele wreedheden gelukte. Ook

in deze streken scheen daarna de invoering van enkele hervormingen

overeenkomstig de Tanzimat een betere toekomst te voorspellen. Het

plan van Nicolaas†I om de Turken uit Europa te verdrijven, reeds lang

bestaande en waarvoor hij, om de Engelsche regeering te winnen, in 1844

een vruchtelooze reis naar Engeland ondernomen had, heeft ongetwijfeld

ten gevolge daarvan een vasteren vorm aangenomen. Nogmaals had hij in

1853 de Engelsche regeering doen polsen over een oplossing van het

Turksche vraagstuk, maar weer had deze geweigerd hem te helpen den

"zieken man" uit den weg te ruimen.

Daarop tastte Nicolaas, die na de gebeurtenissen van 1848, toen hij

den Oostenrijkschen keizer had geholpen bij het bedwingen van een

opstand in Hongarije, van Oostenrijk en dus ook van Pruisen niets

te vreezen meende te hebben, alleen door. Hij zocht een voorwendsel

tot oorlog en daartoe diende de zending van een buitengewoon gezant

Mentsjikoff. Er hing sedert 1851 te Constantinopel een kwestie over de

bescherming en het bezit der Heilige Plaatsen te Jeruzalem: kwam deze

toe aan de Roomsch-Katholieken, beschermd door Frankrijk, of aan de

Grieksch-Katholieken, beschermd door Rusland? Napoleon†III, toen nog

president, weldra keizer van Frankrijk, had de kwestie opgerakeld om

het aloude aanzien van de Fransche natie in het Oosten te herstellen,

waar sedert het midden der achttiende eeuw enkele, sedert het begin der

negentiende bijna alle heiligdommen door Grieksch-Katholieken bezet

waren, wat tot herhaaldelijke moeilijkheden, tot gevechten zelfs,

leidde. Hierdoor kwamen Rusland en Frankrijk, Nicolaas†I en Napoleon

†III, toch geen beste vrienden, omdat de eerste den laatsten als een

product der revolutie lang niet welgezind was, te Constantinopel in een

scherp conflict. Mentsjikoff zette aan de Russische eischen kracht bij

en vroeg tevens--dit laatste in het geheim--de bescherming over alle

Grieksche Christenen in het Turksche rijk door Rusland. En nu volgde

een ingewikkeld diplomatiek spel, waarin Stratford Canning, ambassadeur

van Engeland bij de Porte en een man van grooten invloed, Mentsjikoff

op uiterst handige wijze noodzaakte er voor uit te komen, waarom het

hem vooral te doen was. De Turksche regeering, zich sterk wetende

door den steun van Frankrijk en Engeland, wees den eisch aangaande

het beschermingsrecht van de Grieksch-Katholieken onverbiddelijk

af en Mentsjikoff, voor wien juist deze eisch, waardoor Rusland

ten allen tijde een recht van inmenging in de Turksche zaken zou

krijgen, de hoofdzaak was, wilde zich met niets minder dan volledige

inwilliging al zijner eischen tevreden stellen. Hij nam na korten

tijd afscheid en onmiddellijk daarna bezetten Russische troepen voor

de zooveelste maal de Donauvorstendommen. Toen sloten Engeland en

Frankrijk te Constantinopel een verbond met de Porte, waarbij zij

beiden de integriteit van het Turksche rijk waarborgden, belovende

het desnoods met de wapenen te zullen verdedigen, terwijl de sultan

zich verplichtte tot het aanbrengen van afdoende hervormingen om den

toestand der Christenen te verbeteren. Nog waren de onderhandelingen

om een oorlog te voorkomen niet geheel afgebroken, toen een uitbarsting

van fanatisme te Constantinopel den sultan dwong een oorlogsverklaring

tegen Rusland uit te vaardigen (October 1853). Engeland en Frankrijk

deden hun verbond gestand: ook zij verklaarden den oorlog en

verplichtten zich tegenover elkander om geen vrede te sluiten dan

gezamenlijk. Oostenrijk en Pruisen bleven buiten den oorlog, maar

kozen om begrijpelijke redenen toch partij voor Engeland en Frankrijk:

bij een overeenkomst te Weenen verklaarden zij zich solidair met de

voorwaarden, door Engeland en Frankrijk met de Porte opgesteld. Actief

nam later het kleine koninkrijk SardiniÎ deel aan den oorlog met de

nevenbedoeling zich Napoleon's gunst te verwerven.

De oorlogsoperatiÎn begonnen in 1854, toen de Russen, bedreigd door

de aanrukkende Turksche, Engelsche en Fransche troepen en bevreesd

voor de inmenging van een op de grenzen samengetrokken Oostenrijksch

leger, de Donauvorstendommen ontruimden; de Oostenrijkers bezetten

die voorloopig als zoogenoemd neutrale partij. Gevochten was

er zoo goed als in het geheel niet. Dit gebeurde eerst, toen de

verbondenen besloten hun aanval te doen in de Zwarte Zee, beter

geschikt voor oorlogsdoeleinden dan de Oostzee. In de Krim--de

oorlog heet daarom de Krimoorlog--werd de groote tragedie uit dezen

strijd afgespeeld. Het ligt buiten het bestek van dit overzicht om

te vertellen van de heldhaftige verdediging van Sebastopol door de

Russen of van het gruwzame lijden van de troepen der bondgenooten;

eerst na een beleg van een jaar moest de stad zich overgeven en

toen waren alle partijen vrijwel uitgevochten (1855). De inneming

van Kars door de Russen vergemakkelijkte het sluiten van den vrede,

waarover reeds lang onderhandeld werd. Dit gebeurde op een congres te

Parijs (1856). Alle daar vertegenwoordigde mogendheden, d.w.z. de vijf

groote en SardiniÎ, garandeerden de integriteit van het Turksche rijk:

"elke handeling, die deze onschendbaarheid in gevaar zou brengen, zou

beschouwd worden als een kwestie van Europeesch belang"; moeilijkheden

tusschen ÈÈn der mogendheden en de Porte zouden, alvorens men naar de

wapenen greep, onderworpen worden aan de bemiddeling der andere. De

Dardanellenovereenkomst werd bevestigd en daarbij de bepaling gemaakt,

dat Rusland noch Turkije oorlogsschepen of arsenalen in de Zwarte Zee

zouden mogen onderhouden. Deze beide artikelen waren de belangrijkste;

zij bevatten de volkomen overwinning van de Engelsche politiek in

Zuid-Oost-Europa op de Russische. Verandering van grondgebied kwam

er weinig: in AziÎ gaf Rusland zijne veroveringen terug; een deel

van BessarabiÎ, ten Noorden van den Donaumond, werd bij MoldaviÎ

gevoegd. Dit en Walachije werden ontslagen van Russisch-Turksche

inmenging; zij kregen opnieuw geheele autonomie met erkenning van de

suzereiniteit van de Porte.

De "zieke man" was gered van den ÈÈnen hardvochtigen dokter, die er

een eind aan had willen maken. De andere doktoren, die zijn dood

niet wenschten, gaven hem tevens heel welwillend de middelen aan

de hand om den weg der beterschap op te gaan. Die middelen waren

vervat in een door de Turksche regeering op aandrang der mogendheden

uitgevaardigd besluit van Februari 1856. Het ging veel verder dan

de Tanzimat van 1832. Volkomen staatsrechtelijke gelijkstelling van

Christenen en Mohammedanen: genen kregen dus toegang tot alle ambten

en de afzonderlijke belasting voor hen werd afgeschaft. Daarnaast

een reeks hervormingen. Was het besluit uitgevoerd, een geheel andere

toestand zou in het Turkenrijk ontstaan zijn, maar de afwijking van

een sedert eeuwen gevolgde binnenlandsche staatkunde, berustende op

den Koran, die de Mohammedanen tot een bevoorrechte klasse maakte,

ging te ver. De Turken wilden er niet van weten, de Christenen,

in het geheel niet belust op het dienen in een leger van den sultan,

evenmin. Hoe zouden ook die twee klassen van bevolking, die altijd van

elkander afgezonderd geleefd hadden, nu in eens burgers van een zelfden

staat kunnen worden! Zoo bleef feitelijk de afscheiding voortduren en

de Christenen bleven hun hoofdgeld betalen, hoewel onder een anderen

naam en in een anderen vorm, n.l. als afkoopsprijs van militaire

verplichtingen. Ook van de andere toegezegde hervormingen kwam weinig

in. De beide mannen, die er hun best voor hebben gedaan, Fuad-pacha en

Ali-pacha, die beide de Porte vertegenwoordigd hadden op het congres

van Parijs, vonden weinig steun bij den sultan Abdoel-Asiz, die in

1861 zijn broeder Abdoel-Medjid opvolgde. Het was meest lapwerk, wat

er gebeurde. Op financieel gebied gelukte het Fuad-pacha een grootboek

van de nationale schuld te doen instellen en een Ottomansche bank op

te richten. Maar het crediet van Turkije was zÛÛ laag, dat het 8 ‡ 12%

moest betalen om geld te leenen! Ali-pacha bracht eenige Christenen

in den staatsraad, zorgde voor een betere opleiding van ambtenaren,

maar o! het gaf alles zoo bitter weinig. Hoe kon het anders met een

padishah, die in een oogenblik van zelfinkeer besloot zijn geheelen

harem op te heffen, wat een ontzettende bezuiniging gaf, maar wat

later er weer een had van negen honderd vrouwen en drie duizend

bedienden! En toen Fuad-pacha (1869) en Ali-pacha (1871) gestorven

waren, toen triumfeerden de Oud-Turken over de heele linie. Hoe

zonderling het moge schijnen, de mogendheden bleven toezien, zelfs

toen een door hen ingestelde enquÍte van 1867 volop bewees, dat 1856

grootendeels vergeten was.

Maar wat moesten ze doen? De Turken er gezamenlijk uitjagen, maar wie

dan in Contantinopel? Ze zaten in een impasse even goed als de Turken

en de Christenen in hunne onderlinge verhouding. De eenig mogelijke

verdere afwikkeling van het Balkan-vraagstuk lag in het steeds meer

emancipeeren van de Christelijke bevolking. In die richting wilde

Rusland werken, toen het na de enquÍte van 1867 den raad gaf de

verschillende volkeren zooveel mogelijk autonoom te maken. Ofschoon de

mogendheden een dergelijken leiddraad voor een algemeene politiek niet

hebben aangenomen, is het Turksche rijk in Europa toch werkelijk in de

tweede helft der negentiende eeuw in dien geest meer en meer verzwakt

geworden. Rusland, natuurlijk met de bedoeling zich op deze wijze

den meesten invloed te verzekeren, is daarbij min of meer openlijk de

groote drijfkracht geweest en voorloopig ondersteunde ook Napeleon†III,

voor wien het nationaliteitsbegrip een magische aantrekkelijkheid had,

na den Krimoorlog deze politiek.

Montenegro heeft daarvan het eerst de goede gevolgen ondervonden. Het

was voor de Porte, gegeven de roerigheid onder de Christenen van BosniÎ

en Herzegowina, die ook onafhankelijkheidsneigingen vertoonden, van

het grootste belang dit land meer te onderwerpen dan tot nog toe het

geval geweest was. Het bedwingen van den opstand der BosniÎrs in 1851,

die van uit Montenegro gesteund geworden was, gaf hiertoe een eerste

aanleiding. De verandering van het in den vorm theocratisch bestuur,

dat door een vorst-bisschop, vladika geheeten, werd uitgeoefend,

in een wereldlijke regeering zonder toestemming van den sultan, die

zich wel degelijk als suzerein beschouwde, deed de maat overloopen

(1852). Met groote overmacht viel Omer-pacha het vorstendom aan,

maar hij slaagde niet en Oostenrijksche pressie bewoog den sultan

weldra de vijandelijkheden te staken, zonder dat zijn doel bereikt

was. Na den Krimoorlog deden de Turken een nieuwe poging, maar nu

leden zij een ernstige nederlaag bij Grahovo (1858), hun toegebracht

door Mirko, broeder van den vorst Danilo. Het gevolg was, dat op

aandrang van Napoleon†III een Europeesche commissie werd aangewezen,

om de grenzen tusschen Montenegro en Turkije vast te stellen; daarmede

werd dus feitelijk het kleine vorstendom geheel onafhankelijk. Nieuwe

moeilijkheden kwamen, toen in 1861 Herzegowina, aangemoedigd door

het succes der Montenegrijnen, in opstand geraakte. Weer konden

de Montenegrijnen, ofschoon Mirko--Danilo was in 1860 vermoord--,

die voor zijn zoon Nicolaas het regentschap voerde, de neutraliteit

wilde bewaren, het niet nalaten de stamgenooten te ondersteunen. Nu

was de uitslag bedenkelijk: Omer-pacha trok het vorstendom binnen

en Mirko werd overwonnen; Montenegro moest toestemmen in enkele

voorwaarden, waardoor de Turken het land voor militaire operatiÎn

tot hunne beschikking kregen. Het was te danken aan het optreden van

Frankrijk en Rusland, dat de sultan deze voorwaarden spoedig introk

(1863). Herzegowina werd weer geheel onderworpen.

De Koran Voorafgegaan door het leven van Mahomed, eene inleiding omtrent de Godsdienstgebruiken der Mahomedanen, enz. · 第 60 / 89 段