XXI.

Toen kwam er eensklaps, door een heel toevallige omstandigheid, groote

hartstocht en beweging in meneer Vitàls langzamerhand versaaiend en

versuffend leven. Een der leden van den dorpsgemeenteraad, een oude

boer, was plotseling overleden en een plaatsvervanger moest gekozen

worden.

"Da es iets veur ou, menier Vitàl! Gij moet in de plaatse van den ouën

Valcke in de gemienteroad komen!" zei met overtuiging dokter Van der

Muijt, toen hij op een avond met de tijding van het overlijden van den

ouden boer in _'t Klein Congres_ aankwam. "Ala toe toe," antwoordde

eerst meneer Vitàl, op dat vooruitzicht in 't geheel niet geprepareerd.

"Wie kan 't beter zijn?" drong de dokter aan. ,Wie hêt er tijd en

vrijheid, wie is er onafhankelijk lijk gij, en gelierd, en bekwoame?"

Ook al die andere heeren drongen sterk aan en van lieverlede ging meneer

Vitàl aan 't denken en aan 't wankelen. Maar hoe zou 't gaan? De

burgemeester moest de keuze van een nieuwen candidaat goedkeuren om hem

op zijn lijst te nemen; en, na de gebeurtenis met mademoiselle de

Saint-Valéry....

Eensklaps kreeg meneer Vitàl een heete kleur over zijn wangen en bruusk

ontstond een plan in hem: een heerlijke gelegenheid om nu eens zijn

ouden wrok op het hoogmoedig-pedant nobiljontje te koelen.

"Goed," zei hij. "'k Zàl mij als candidoat veurstellen."

"Bravo! bravo!" juichten die heeren.

"Moar tègen de candidoat van 't barontsjen!"

Bedenkelijk rekten zich de gezichten uit en een oogenblik was er

volkomen stilte en verbazing.

"Woarom tègen den baron?" vroeg eindelijk dokter Van der Muijt

teleurgesteld en niet begrijpend.

"Da es nou gelijk, da zijn mijn affeirens," antwoordde meneer Vitàl

beslist. "Wie van ulder wilt er mijn candidature tiekenen?"

Algemeene stilte.

"Zeu! durft-e niet?" grinnikte meneer Vitàl.

"Ik durve! ik zal ze tiekenen!" riep eensklaps bravoerig de jonge

Taghon.

Die andere heeren bleven zwijgen, verbluft, verbauwereerd, in 't geheel

niet op hun gemak.

"Luister e-kier, meneer Vitàl, mijn stem hèt-e-zéker, moar, ge 'n meug

het mij nie kwoalijk nemen: ou candidature tiekenen tègen den baron, dàt

'n kan ik niet doen," verklaarde dokter van der Muijt.

"Euk op mijn stemme meugt-e zeker en vaste rekenen," beweerde op zijn

beurt De Reu; "moar ge verstoa wel, e-woar, da 'k als

gemienten-ontvanger tegen mijnen búrgemiester nie 'n mag conspireeren."

En ook al die andere heeren betuigden stellig en met nadruk dat meneer

Vitàl hun stem zou krijgen en dat zij trouwens alles zouden doen wat in

hun macht bestond om zijn verkiezing te doen lukken, maar dat zij

evenmin openlijk, tegen den baron, zooals meneer Vitàl dat wilde, zijn

candidatuur met hun handteekening mochten of konden steunen.

"Lafaards!" dacht meneer Vitàl in zichzelf, maar hij drong niet aan. In

den jongen Taghon had hij althans een flinken bondgenoot en steun en die

beloofde nu ook voor de verdere, noodige handteekeningen der

presentatie-lijst te zullen zorgen.

Intusschen waren al die andere heeren, door meneer Vitàls zoo plots en

onverwacht besluit, ontzettend geschokt en onthutst. De dokter beet van

spijt op zijn lippen dat hij daarover begonnen was en De Reu en een paar

anderen zaten zenuwachtig te bewegen op hun stoel, met schuinsche

blikken om zich heen en naar de deur, alsof zij reeds verraad vreesden

en hun schikkingen namen om er van onder te trekken. Meneer Vitàls oogen

glinsterden. Hij genoot al vast iets van zijn wraak; hij stelde zich in

verbeelding het verbaasd en woedend gezicht van 't barontje voor, als

hij den volgenden ochtend daarvan hooren zou. Hij bleef maar kort in

't gezelschap, hij had behoefte aan ruimte en beweging om verder over zijn

plan na te denken en de noodige uitvoeringsmiddelen te beramen.

"Op ou mag ik dus mee zekerheid rekenen, e-woar?" vroeg hij nog eens aan

den jongen Taghon.

"Zeu zèker of da 'k hier zitte! Morgenuchtijnk zal ik bij ou komen mee

de mannen die ou presentoassie-lijste zillen ondertiekenen," beloofde

plechtig de jonge drinkebroer.

Met deze vaste belofte verliet meneer Vitàl het _Klein Congres_, waar

die andere heeren in hoogst-gespannen stemming en hartstochtelijke

discussie achterbleven.

* * * * *

't Bolleken · 第 28 / 36 题