Toen kwam er eensklaps, door een heel toevallige omstandigheid, groote
hartstocht en beweging in meneer Vitàls langzamerhand versaaiend en
versuffend leven. Een der leden van den dorpsgemeenteraad, een oude
boer, was plotseling overleden en een plaatsvervanger moest gekozen
worden.
"Da es iets veur ou, menier Vitàl! Gij moet in de plaatse van den ouën
Valcke in de gemienteroad komen!" zei met overtuiging dokter Van der
Muijt, toen hij op een avond met de tijding van het overlijden van den
ouden boer in _'t Klein Congres_ aankwam. "Ala toe toe," antwoordde
eerst meneer Vitàl, op dat vooruitzicht in 't geheel niet geprepareerd.
"Wie kan 't beter zijn?" drong de dokter aan. ,Wie hêt er tijd en
vrijheid, wie is er onafhankelijk lijk gij, en gelierd, en bekwoame?"
Ook al die andere heeren drongen sterk aan en van lieverlede ging meneer
Vitàl aan 't denken en aan 't wankelen. Maar hoe zou 't gaan? De
burgemeester moest de keuze van een nieuwen candidaat goedkeuren om hem
op zijn lijst te nemen; en, na de gebeurtenis met mademoiselle de
Saint-Valéry....
Eensklaps kreeg meneer Vitàl een heete kleur over zijn wangen en bruusk
ontstond een plan in hem: een heerlijke gelegenheid om nu eens zijn
ouden wrok op het hoogmoedig-pedant nobiljontje te koelen.
"Goed," zei hij. "'k Zàl mij als candidoat veurstellen."
"Bravo! bravo!" juichten die heeren.
"Moar tègen de candidoat van 't barontsjen!"
Bedenkelijk rekten zich de gezichten uit en een oogenblik was er
volkomen stilte en verbazing.
"Woarom tègen den baron?" vroeg eindelijk dokter Van der Muijt
teleurgesteld en niet begrijpend.
"Da es nou gelijk, da zijn mijn affeirens," antwoordde meneer Vitàl
beslist. "Wie van ulder wilt er mijn candidature tiekenen?"
Algemeene stilte.
"Zeu! durft-e niet?" grinnikte meneer Vitàl.
"Ik durve! ik zal ze tiekenen!" riep eensklaps bravoerig de jonge
Taghon.
Die andere heeren bleven zwijgen, verbluft, verbauwereerd, in 't geheel
niet op hun gemak.
"Luister e-kier, meneer Vitàl, mijn stem hèt-e-zéker, moar, ge 'n meug
het mij nie kwoalijk nemen: ou candidature tiekenen tègen den baron, dàt
'n kan ik niet doen," verklaarde dokter van der Muijt.
"Euk op mijn stemme meugt-e zeker en vaste rekenen," beweerde op zijn
beurt De Reu; "moar ge verstoa wel, e-woar, da 'k als
gemienten-ontvanger tegen mijnen búrgemiester nie 'n mag conspireeren."
En ook al die andere heeren betuigden stellig en met nadruk dat meneer
Vitàl hun stem zou krijgen en dat zij trouwens alles zouden doen wat in
hun macht bestond om zijn verkiezing te doen lukken, maar dat zij
evenmin openlijk, tegen den baron, zooals meneer Vitàl dat wilde, zijn
candidatuur met hun handteekening mochten of konden steunen.
"Lafaards!" dacht meneer Vitàl in zichzelf, maar hij drong niet aan. In
den jongen Taghon had hij althans een flinken bondgenoot en steun en die
beloofde nu ook voor de verdere, noodige handteekeningen der
presentatie-lijst te zullen zorgen.
Intusschen waren al die andere heeren, door meneer Vitàls zoo plots en
onverwacht besluit, ontzettend geschokt en onthutst. De dokter beet van
spijt op zijn lippen dat hij daarover begonnen was en De Reu en een paar
anderen zaten zenuwachtig te bewegen op hun stoel, met schuinsche
blikken om zich heen en naar de deur, alsof zij reeds verraad vreesden
en hun schikkingen namen om er van onder te trekken. Meneer Vitàls oogen
glinsterden. Hij genoot al vast iets van zijn wraak; hij stelde zich in
verbeelding het verbaasd en woedend gezicht van 't barontje voor, als
hij den volgenden ochtend daarvan hooren zou. Hij bleef maar kort in
't gezelschap, hij had behoefte aan ruimte en beweging om verder over zijn
plan na te denken en de noodige uitvoeringsmiddelen te beramen.
"Op ou mag ik dus mee zekerheid rekenen, e-woar?" vroeg hij nog eens aan
den jongen Taghon.
"Zeu zèker of da 'k hier zitte! Morgenuchtijnk zal ik bij ou komen mee
de mannen die ou presentoassie-lijste zillen ondertiekenen," beloofde
plechtig de jonge drinkebroer.
Met deze vaste belofte verliet meneer Vitàl het _Klein Congres_, waar
die andere heeren in hoogst-gespannen stemming en hartstochtelijke
discussie achterbleven.
* * * * *