XV.

Zij maakten slechts een korte huwelijksreis. Eleken had het verlangen te

kennen gegeven Brussel en Parijs (P'rijs, zooals ze 't noemde) te zien;

en zij gingen eerst naar Brussel en van daar naar P'rijs.

Te Brussel voelde Eleken zich nog eenigszins thuis, maar te P'rijs was

ze volkomen van streek.

"Ziet da ge mij hier nie allien 'n loat stoan! 'k En zoe noei mijne wig

nie mier vinden!" riep ze telkens, in voortdurenden angst, op de hoeken

der straten, als een klit aan zijn arm hangend. Al dat lawaai en gewoel

overweldigde haar en gaf haar hoofdpijn. Het vermoeide haar buitenmate

en zij klaagde ook over pijn aan haar voeten, die zwollen van steeds in

die spannende schoenen over de harde steenen te loopen.

Hij trachtte haar een beetje op te voeden, haar eenig gemak van beweging

en manieren te leeren.

"Houdt ou rechte!" zei hij elk oogenblik. "Ge leup weeromme gebogen.

Woarom doe-je datte! Thuis hield g' ou altijd zeu goed."

"'t Es die corsé," klaagde zij; "'k en ben doar nie aan geweune."

"Kijk rond ou," zei hij. "Al die damen droagen toch corsets; en zie ne

kier hoe rechte da z' ulder houên."

En zij keek om zich heen, maar met oogen van bijna angstige

verbauwereerdheid. Zij zag die dames loopen, kaarsrecht, ruischend van

zijde, met vlugge, flinke, klinkende passen over het effen asfalt. De

oogen keken brutaal, de gezichten en de haren waren gepoeierd en

geverfd; en enorme hoeden, met wapperende voiletten van de schelste

kleuren, stonden als gek-overdreven tooisels op haar hoofd.

"Ge 'n zoedt toch zeker nie willen da 'k er azèù uitzie!" riep ze,

verontwaardigd.

Neen; dat wou hij zeker niet. Maar toch: 't gemak van bewegen, dàt wou

hij wèl. "Recht-houden, korte, vluggere passen, armen niet slap langs

het lijf laten hangen," herhaalde hij telkens. En hij bracht haar in

groote magazijnen, waar hij haar nieuwe kleeren, mantels, hoeden,

handschoenen, laarzen liet koopen. Ook het ondergoed moest heelemaal

vernieuwd. "Alles veel lichter, dunner, fijner," zei hij.

Aan table d'hôte durfde hij met haar nog niet komen. Zij gebruikten hun

maaltijden aan aparte tafeltjes in restaurants of, half uitgekleed, in

sensueel-verliefde intimiteit op hun kamer, waar hij haar léérde eten.

"Niet slurpen!" zei hij bij de soep. Bij 't vleesch moest ze mes en vork

juist anders houden dan ze deed; en "nie smekken! en ou recht houên! ou

recht houên!" herhaalde hij voortdurend weer.

Toch was hij niet ontevreden over haar vorderingen en ook zij voelde

zich weldra, na de eerste, vervelende lessen, prettiger gestemd en

gansch bereid haar verfijnings-opvoeding te voltooien. Zij kreeg, vooral

toen zij haar nieuwe japon--een heel aardig en sober,

donkergroenen-blauw geruit écossais van goed snit--en haar nieuwen hoed

had, een zekere, oppervlakkige élégance, waarbij haar frisch-gezonde

kleur en haar mooie oogen zeer voordeelig uitkwamen. Een paar keer werd

zij, niet zonder eenige bewondering, door vreemden opgemerkt en daarbij

voelde zich meneer Vitàl heel trotsch. Nog wat geduld maar. Met zulk een

frisch-bekoorlijke schoonheid als de hare kon ze, door beschaving en

verfijning, verre de meeste overtreffen. Een zoete wraak zou 't voor hem

zijn, indien hij daarin slagen kon. Zij begon het verblijf in Parijs

heerlijk te vinden en sprak niet meer, als in de eerste dagen, van maar

zoo gauw mogelijk naar het dorp terug te keeren: wel integendeel.

"Zoe-je geleuven da 'k het al firm geweune ben in P'rijs!" zei ze hem

eens.

"Párijs," verbeterde hij kalm.

"Párijs," herhaalde ze gedwee. Maar eensklaps ondeugend-glimlachend:

"Parìjs!" verbeterde zij hem op haar beurt en zei het ook in

't Fransch:

"Paris."

"A la bonne heure!" juichte hij.

"Wie wie, ze veu aussi de nouveau apprendre le francé!" lachte zij

overmoedig.

Maar dàt hield hij vooreerst nog tegen. Later, eenmaal thuis, zou hij

zich wel met haar bemoeien, haar fransche les geven. Nu was 't maar

beter dat ze nog hun vlaamsch spraken. Een vreemde taal, dat stond ook

wel goed in Parijs.

Om haar verder te ontwikkelen bracht hij haar in de musea. Zij

bewonderde zeer de militaire portretten en tafereelen, maar voor de

naakte beelden en vooral de naakte schilderijen ergerde zij zich

schromelijk, werd boos bijna.

"'k En weet toch nie hoe da ze nie beschoamd 'n zijn!" wendde zij zich

verontwaardigd, met hoog-kleurende wangen af.

Hij drong niet aan.--Later, later, dacht hij; en nam haar mede naar de

schouwburgen.

De comedies verveelden haar. Zij begreep er ook haast niets van en zat

star en stijf, terwijl de anderen lachten of schreiden. Maar in de

opera, bij de indrukwekkende muziek en de prachtige décors was ze

ontroerd, overweldigd. Doch dan schaamde zij zich ook weer voor de veel

te kort gerokte danseuses met haar vleesch-kleurige tricots; en eens, in

een café-concert, werd ze werkelijk boos voor het te laag decolleté van

een paar zangeressen en wilde absoluut vóór 't einde weg.

"Later, later, glimlachte hij in zichzelf. En hartstochtelijker

verliefd dan ooit keerde hij met haar terug naar het hôtel, waar hij wel

wist dat alles goed en heerlijk wezen zou.

* * * * *

't Bolleken · 第 22 / 36 题