De Meester zeide: „Als een mensch geen menschelijkheid heeft, wat heeft
hij dan met het Decorum te maken? Als een mensch geen menschelijkheid
heeft, wat heeft hij dan met muziek te maken?”
Lin Fang vroeg, wat het gewichtigste van het Decorum (de Lí) was.
De Meester zeide: „Dat is inderdaad een groote vraag!
In (feestelijke) ceremoniën is het beter zuinig te zijn dan
verkwistend.
In ceremonies van rouw is het beter (ware) smart te gevoelen dan
precies (accuraat) te zijn in de ceremonie.”
De Meester zeide: „Zijn’ vorst te dienen met de volle Lí (het volle
Decorum) wordt door het volk voor vleierij gehouden.”
De Meester zeide: „De Kwan Tsʼioe is vreugdevol en (toch niet)
buitensporig, en smartvol zonder te kwetsen (door overmaat).”
De Kwan Tsʼioe is de naam van de eerste ode in de Shi King.
Confucius wilde hiermede zeggen, dat èn in vreugde èn in smart
harmonie—Hô—moet zijn, en men in geen van beide losbandig mag
wezen, en in uitersten mocht vervallen.
De grenswachter van Ie verzocht den (Meester) te mogen zien, zeggende:
„Als Kiün Tszʼs hier gekomen zijn werd mij nog nooit het genot
geweigerd hen te zien.” Zijne volgelingen leidden hem binnen, en toen
hij (weer) buitenkwam zeide hij tot hen: „Mijne vrienden, waarom zijt
gij zoo bedroefd dat (uw Meester) zijne betrekking heeft verloren? Het
keizerrijk is lang zonder Tao geweest. De Hemel gaat uw Meester
gebruiken als een bel met houten tong.”
De „toh” is een ijzeren bel met houten tong. De bedoeling van den
grenswachter was, dat de Hemel Confucius gebruikte om overal in het
rijk Tao te verkondigen.
De Meester noemde de Shau volmaakt mooi en volmaakt goed, en noemde de
Woe volmaakt mooi, maar nog niet volmaakt goed.
De Shau was de muziek van keizer Shoen, de Woe de muziek van koning
Woe. Wat klank en melodie aangaat waren beide volmaakt. Maar,
zooals Choe Hie dat zeer schoon zegt in zijn commentaar: „Het Goede
is het ware Wezen van het Schoone.” De muziek van Shoen was schoon,
omdat hij de regeering verkreeg door de kracht der deugden van zijn
Sing. Koning Woe, [69] de zoon van koning Wĕn, moest om op den
keizerlijken troon te komen eerst den tyran Cheu Sin der Shang
dynastie verslaan met geweld van wapenen. Dit geweldige was ook in
zijn muziek, terwijl in Shoen’s muziek alles rust en vrede was.
Dit hoofdstuk is een zeer gewichtig punt voor de kennis der
chineesche principes van aesthetiek.
De Meester zeide: „Een hooge positie zonder vergevingsgezindheid;
Decorum zonder reverentie; rouw in acht genomen zonder smart, hoe moet
ik deze dingen beschouwen?”