UIT BOEK III.

De Meester zeide: „Als een mensch geen menschelijkheid heeft, wat heeft

hij dan met het Decorum te maken? Als een mensch geen menschelijkheid

heeft, wat heeft hij dan met muziek te maken?”

Lin Fang vroeg, wat het gewichtigste van het Decorum (de Lí) was.

De Meester zeide: „Dat is inderdaad een groote vraag!

In (feestelijke) ceremoniën is het beter zuinig te zijn dan

verkwistend.

In ceremonies van rouw is het beter (ware) smart te gevoelen dan

precies (accuraat) te zijn in de ceremonie.”

De Meester zeide: „Zijn’ vorst te dienen met de volle Lí (het volle

Decorum) wordt door het volk voor vleierij gehouden.”

De Meester zeide: „De Kwan Tsʼioe is vreugdevol en (toch niet)

buitensporig, en smartvol zonder te kwetsen (door overmaat).”

De Kwan Tsʼioe is de naam van de eerste ode in de Shi King.

Confucius wilde hiermede zeggen, dat èn in vreugde èn in smart

harmonie—Hô—moet zijn, en men in geen van beide losbandig mag

wezen, en in uitersten mocht vervallen.

De grenswachter van Ie verzocht den (Meester) te mogen zien, zeggende:

„Als Kiün Tszʼs hier gekomen zijn werd mij nog nooit het genot

geweigerd hen te zien.” Zijne volgelingen leidden hem binnen, en toen

hij (weer) buitenkwam zeide hij tot hen: „Mijne vrienden, waarom zijt

gij zoo bedroefd dat (uw Meester) zijne betrekking heeft verloren? Het

keizerrijk is lang zonder Tao geweest. De Hemel gaat uw Meester

gebruiken als een bel met houten tong.”

De „toh” is een ijzeren bel met houten tong. De bedoeling van den

grenswachter was, dat de Hemel Confucius gebruikte om overal in het

rijk Tao te verkondigen.

De Meester noemde de Shau volmaakt mooi en volmaakt goed, en noemde de

Woe volmaakt mooi, maar nog niet volmaakt goed.

De Shau was de muziek van keizer Shoen, de Woe de muziek van koning

Woe. Wat klank en melodie aangaat waren beide volmaakt. Maar,

zooals Choe Hie dat zeer schoon zegt in zijn commentaar: „Het Goede

is het ware Wezen van het Schoone.” De muziek van Shoen was schoon,

omdat hij de regeering verkreeg door de kracht der deugden van zijn

Sing. Koning Woe, [69] de zoon van koning Wĕn, moest om op den

keizerlijken troon te komen eerst den tyran Cheu Sin der Shang

dynastie verslaan met geweld van wapenen. Dit geweldige was ook in

zijn muziek, terwijl in Shoen’s muziek alles rust en vrede was.

Dit hoofdstuk is een zeer gewichtig punt voor de kennis der

chineesche principes van aesthetiek.

De Meester zeide: „Een hooge positie zonder vergevingsgezindheid;

Decorum zonder reverentie; rouw in acht genomen zonder smart, hoe moet

ik deze dingen beschouwen?”

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) · 第 87 / 107 题