NAWOORD.

Het bovenstaande is het een en twintigste hoofdstuk. Tszʼ Szʼ noemt er

de onderwerpen van Confucius „de Tao van den Hemel” en „de Tao van de

menschen” in, in het vorige hoofdstuk opgenoemd, en grondvest daarop

zijne woorden. De twaalf volgende hoofdstukken zijn allen van Tszʼ Szʼ,

en herhalen, verduidelijken en breiden uit de bedoeling van dit (een en

twintigste).

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) · 第 37 / 107 题