--"Hemelsche goedheid," zeide André bij zichzelven, toen hij buiten de
stad gekomen was en het schijnen kon dat hij met het laatste gedeelte
van Ruardi's sigaar ook de bedwelming van Ruardi's drogredenen van
zich afwierp, "in welke verbijsterende mate bezit die goede man het
talent van doorslaan! Zonder onbeleefd te worden kon ik hem niet
telkens in de rede vallen, en daarom heb ik meestentijds gezwegen;
doch het zou inderdaad al zeer weinig moeite behoeven te kosten hem
slag op slag in zijne eigen woorden te vangen. Het kleingeestigst van
al vond ik die aanmerking op de Nassau's. Wat doet het er toe, of eene
dynastie al dan niet familie van ons is, indien zij ons eeuw in, eeuw
uit, onbetaalbare diensten bewijst? Zulk een kosmopoliet als Ruardi
behoorde daaromtrent minder bekrompen te denken. Doch hij schijnt mij
toe een oppervlakkig man te zijn, en ik wil wedden dat hij de
hollandsche boeken en de hollandsche schilderijen, waarover hij met
zooveel minachting spreekt, meest van hooren zeggen kent. Neen, dan is
Emma's vader in die zaken vrij wat beter te huis. Potsierlijk vond ik
het, dat hij ons volk opvoeden wil door den omgang met vrouwen. Nu,
men behoeft zijne vier jaargetijden slechts aan te zien, om te
gevoelen dat het zeer onvoorzigtig zou zijn hem bij die soort van
hoogere burgerschool tot docent aan te stellen! En wat doet Dijk met
zulk een vriend? Doch vermoedelijk kent Adriaan hem even kwalijk als
hij zelf Hooft en Rembrandt kent. Ruardi moet er slag van hebben, met
allerlei soort van menschen om te gaan, anders kon hij hier in de stad
onmogelijk zoo gezien zijn als ik geloof dat hij is. In gezelschap van
jonge dames en oude heeren slaat hij stellig een geheel anderen toon
aan als wanneer hij onder vier oogen met jongelui van mijn leeftijd
praat. Van tijd tot tijd vond ik hem heel aardig, en ik kan mij best
begrijpen dat men hem over het algemeen gaarne lijden mag. Zelfs
verwondert het mij dat Lidewyde hem moede schijnt te zijn. Doch
misschien pleit het in haar voordeel, dat zij genoeg van hem heeft. Om
de gulle waarheid te zeggen,--wanneer Ruardi beweert dat de
hollandsche vrouwen niet mooi of niet teeder zijn, geloof ik dat hij
doet als de vos in de fabel, en hij de druiven, die hem te hoog
hangen, zuur noemt. Hij zou wel anders spreken, verbeeld ik mij,
indien Lidewyde van hem gediend was! Maar zij heeft groot gelijk dat
zij dien gesublimeerden commis-voyageur,--want meer dan een
commis-voyageur onder het masker van een wijsgeer is hij toch
eigenlijk niet,--van zich afhoudt."
André zou meer fierheid en meer bekwaamheid ten toon gespreid hebben,
indien hij onder een voegzamen vorm een gedeelte van deze denkbeelden
voorgedragen had in Ruardi's bijzijn, en elk moet het afkeuren dat
zijne gemaakte minachting voor den dokter ten slotte hare meest
geconcentreerde uitdrukking vond in eene insolentie. Doch de
Kortenaers der 19de eeuw zijn minder dapper en hebben minder
tegenwoordigheid van geest dan hun stamvader, en wanneer de bron
hunner argumenten uitgeput is, of niet vloeijen wil, vergenoegen zij
zich somwijlen met beleedigende bijnamen. De omstandigheid dat Ruardi
een bovenhuis bewoonde was dan ook noch de eenige, noch de voornaamste
reden dat André's gevatheid eerst aan het licht kwam, toen hij 's
dokters trap reeds een half uur geleden afgedaald was. Te schitteren
met =esprit d'escalier= strookte met zijn karakter, helaas; en zijn
gebrek aan moed was slechts een andere vorm van zijn gebrek aan
opregtheid. Het was onwaar dat hij Ruardi met ergernis had aangehoord.
Veeleer had het hem gevleid, dat iemand met zulke buitengewone gaven,
die van zijne ware gevoelens voor alle andere menschen een geheim
maakte, hem tot zijnen vertrouwde scheen te hebben gekozen. Het
aanhooren van Ruardi's vermakelijken onzin, indien men daartegen niet
met nadruk en waardigheid opkwam, stond gelijk, dit gevoelde hij, met
een begin van medepligtigheid. Doch hij wilde wel zoo; en de ander was
in zijne oogen een veel fijner opmerker en veel onafhankelijker denker
dan men uit het in de eenzaamheid hem naar het hoofd geworpen
epitheton zou hebben opgemaakt. De eenige reden waarom hij Ruardi's
verdiensten met woorden poogde te verkleinen, was dat hij hem Lidewyde
niet gunde; en hij zou over den afwezige met veel meer lof gesproken
hebben, indien hij vaster overtuigd geweest was, dat Lidewyde ten
aanzien van den dokter altijd dezelfde onverschilligheid zou blijven
gevoelen.