_Oompje, daarna Henri._
_Oompje_ (_neuriënd achter de schermen; dan klopt hij, steekt zijn hoofd om
de deur en schuift, met schorre stem zingend, naar binnen_).
"Toen ik nog Prins was van Arcadië,
Leefde ik in rijkdom glans en pracht" -- hik!
(_hij sluit behoedzaam de deur en komt melancholisch verder zingend het
atelier op_).
"Dat is nu allemaal veranderd,
Sinds mij de dood heeft omgebracht."
(_midden op het tooneel voor de rustbank sentimenteel uithalend_).
"Toen ik nog prins was van Arca-a-a-a-dië!" -- hik!
Tja -- ! (_hij valt zittend op de rustbank en blijft even behagelijk op en
neer wippen. Daarop ziet hij de witte rozenblaadjes op den grond, neemt er
een, ruikt er aan, stopt 't in zijn knoopsgat en laat een handvol tusschen
zijn vingers glijden_). Hik! -- precies! (_daarna, hikkend en zijn "Prins
van Arcadië" neuriënd, gaat hij de schilderijen langs, tot hij, zijn sik
uitstrijkend en grinnikend voor den ezel blijft zitten. Na een grinnik gaat
hij dan weer verder, en vindt op de tafel een kistje sigaren_). Precies! --
hik! (_hij stopt neuriënd een paar sigaren in zijn zak, en steekt er een
van op, den rook met aandacht insnuivend; juist als hij de eerste rookwolk
uitblaast en weer zijn "Prins van Arcadië" aanheft, treedt Henri met een
flesch melk en ontbijtgerei, tegenover hem uit de keukendeur_). Precies!--
_Henri_ (_in humeurige stemming_). Ja -- precies! -- geen kwaad sigaartje?!
_Oompje_ (_niet van zijn stuk gebracht en ook verder blijkbaar weinig van
Henri's stemming bemerkend_). Zeker niet, zeker niet -- ik ben maar zoo
vrij geweest, mijn jongen.
_Henri._ Zoo, zoo. (_hij schenkt een glas vol melk, en eet, naast de tafel
gezeten, een broodje_).
_Oompje._ Hm! -- "Toen ik nog prins was -- " -- hik! (_met een schuin oogje
naar Henri_). Dat is, geloof ik, een aardig snuitje, dat je hier
tegenwoordig te pakken hebt.
_Henri._ Is heelemaal geen snuitje -- een leerling van me -- heel
fatsoenlijk meisje.
_Oompje_ (_met een dichtgeknepen oog naar de schilderij_). O-o-o! -- ik
dacht anders, dat dat figuurtje -- hè -- -- ? Maar afijn -- . Nee-ee --
maar dan -- hm. Ach ja -- "Toen ik nog prins was van -- " hik! -- Tja! --
(_hij gaat voor den ezel zitten en bekijkt nog eens met behagen de linksche
figuur_). Nou maar, dat is in allen gevalle een knap vrouwspersoon mejonge
-- -- al heb je er dan een andere kop opgezet -- .
_Henri._ Nou ja! -- kwam u me wat vragen? (_hij overtuigt zich even aan
slaapkamer- en gangdeur, dat Helena vertrokken is_).
_Oompje_ (_zich onderwijl met groote oogen naar Henri omdraaiend_). Wablief
-- ? wat -- wat vragen? -- hm, zoo waarachtig, ik geloof het ook -- hik!
Wel verduiveld nog aan toe, wat kwam ik je ook weer vragen -- ?
_Henri_ (_luisterend_). Er wordt beneden geroepen -- ik geloof, dat Cor u
roept.
_Oompje._ Hm -- precies! -- mijn wijfie roept me, mijn Cor -- Cornelia --
Cordelia -- -- hoe is 't ook weer -- ? (_hij gaat wat onzeker naar de deur
en roept in 't portaal_). Ik kom melieve! -- mijn oudje schatteboutje!
(_weer naar binnen schuivend_). Ik -- ik -- hik! (_hij komt terug naar
Henri, die bij de tafel verder eet, waar hij uit de rommelpot een penseel
neemt en daarmee verder demonstreert_). En nou wou ik je es vragen -- -- hm
-- (_hij laat zich op de rustbank vallen en blijft weer behagelijk op en
neer wippen_). Ach, mijn jongen, het huwelijk is een goed ding -- een --
een heilig ding! hik! -- Toen ik nog zoo jong was als jij -- zoo'n sn -- sn
-- snotneus -- hik! -- neem me niet kwalijk -- toen mocht ik de meisies zoo
graag, hè -- precies! -- En toen dacht ik -- "me jonge" dacht ik, "trouw
niet -- loo-loop niet in de fuik!" -- Er zijn toch zooveel lieve meisies in
de wereld, hè -- en je kunt er maar ééntje van trouwen -- maar ééntje -- !
-- tja -- -- en dat was voor mijn doen te weinig, zie je, -- tja -- hik! In
mìjn tijd, zie je, toen hielden we bl-bl -- bliksems veel van de meisies --
afijn (_met het penseel dreigend_) afijn: jij bent ook zoo'n stille
snoeper, jongeman -- daar niet van -- maar in mìjn tijd...
_Henri_ (_die oompje nauwelijks aanhoort, heeft bij de laatste woorden, om
hem wat af te leiden, zijn leeggedronken glas weer met melk gevuld en
schuift het oompje plagender wijs toe_).
_Oompje_ (_van zijn chapiter gebracht, het glas met grotesk gebaar
opnemend_). Kostelijk vocht, jongeheer! -- dat zei mijn baker me al -- ha
ha ha! Maar (_met een wat benauwde beweging naar zijn maag_) voor zoo'n
oude rr-rrribbenkast als van mijn, is dat mo-momenteel gevaarlijk -- hik!
Die moet op mijn leeftijd met gr-grogjes gestookt worden -- begrijpt uwé
(_hij heft het glas op, strijkt zijn sik uit en hikt er tegen, dan zet hij
het met een plechtig afwerend gebaar weer op tafel_). Ik zal daar dus niet
van gebruiken -- hik! -- wablief -- ? Tja -- en wat wou ik nou ook weer
zeggen -- waar hadden we 't over -- ?
_Henri_ (_die intusschen zijn broodje heeft opgegeten_). Over het trouwen.
_Oompje._ Hm -- precies! -- Op dat cha-chapiter kan je nog heel wat van
oompje leeren, jongeheer! Ik zeg maar: loop niet te vroeg in de fuik,
zoolang je jong bent! Zoolang je jong bent: -- hik! -- nou afijn -- . Maar
als je een jaartje ouder wordt mijn jongen -- dan moet je een wijfie zoeken
-- dan moet je maken, dat je "binnen" bent mijn jongen, dan wordt het
huwelijk een hei-heilige zaak! Zie je -- zelfs zoo'n Cor-Cornelia -- 't is
geen ideaal -- hm -- maar, -- maar leer één ding van oompje: blijf de baas
in huis! Ik zeg altijd tegen mijn lieve Cor: -- "Cornelia," zeg ik, "wie is
de baas in huis" -- ? hik -- ! precies! o zoo.
_Henri_ (_heeft het glas leeggedronken en op het bord gezet en schuift het
wrevelig op zij_).
_Oompje_ (_tot wien het eindelijk doordringt, dat Henri niet in zijn humeur
is_). Hm -- maar ik geloof, dat uwes niet goed te spreken is (_hem met het
penseel op den schouder kloppend_). Ik zeg maar mijn jongen: als het aan de
liefde ligt -- -- (_zijn vinger aan den neus leggend_) hm -- verduveld, wat
wou ik je nou ook weer vragen -- ? -- -- afijn, ik zeg maar: trouw niet te
vroeg -- hik! -- en -- niet te laat -- -- dat is de kwet-kwet-kwetsie! Maar
dàt zeg ik -- en leer dàt van mij (_met een slag op tafel_): wees de baas
in huis! -- hik!