_Oompje, Henri, Cor._
_Cor_ (_klopt en komt meteen binnen_).
_Oompje_ (_Henri met plechtig gebaar op Cor wijzend_). Precies! (_hij trekt
laconiek zijn sigaartje aan en houdt zich verder terzijde bij den ezel_).
_Cor_ (_in den beginne bij de deur blijvend. Over een ouden bonten rok met
blouse, heeft zij een zwarten boezelaar en zwarte sjaal geslagen, terwijl
ze een oud-model verlepten rouwhoed in de handen houdt; haar verschijning
heeft iets grotesk tragisch, maar uit haar woorden spreekt een diep leed_).
Ach mijnheer Henri, neemt u me alsjeblieft niet kwalijk, dat ik hem (_met
een minachtenden knik naar oompje_) naar boven heb gestuurd -- al heeft ie
weer een borreltje te veel op, de slampamper! -- maar ik dorst zelf
waarachtig niet komme, omdat ik de vorige maal ook al gevraagd had -- en
dan ben ik nog zoo van streek, -- maar nou, ziet u, in dit geval -- voor
dit geval -- zou u misschien voor dit geval...
_Henri_ (_wrevelig_). Wat is er dan nou weer?
_Cor._ Heeft -- heeft hij 't dan niet gezegd -- ? (_tot oompje_) heb jij
dan -- ?
_Oompje_ (_aan zijn sik plukkend_). Wablief -- ? -- Tja, ik was er nog niet
aan toe gekomen melieve (_met een knipoog naar Henri_) -- ik wou juist met
een aanloopie -- langs een omweg -- hik!
_Henri._ Wat is er dan -- ? is 't weer een rekening -- ?
_Cor._ Het is dood -- !
_Henri._ Het? -- Wat?--
_Cor._ Me kind is dood -- !
_Oompje_ (_voor zich heen_). Tja!
_Henri_ (_even in de war en deelnemend_). Ach -- -- dat is -- dat is --
jammer -- ! ja, dat is beroerd -- ! zoo -- God -- och -- ja, ja -- -- maar
misschien is 't maar beter zoo, hè?
_Oompje._ Hik!
_Cor._ Beter -- ? Ja, misschien is 't beter voor de stumper, dat Onze Lieve
Heer hem maar heeft weggenomen -- -- maar voor mij -- . Ik was toch z'n
moeder, ziet u -- ik heb 't toch zelf groot gebracht, hij was toch van me
eigen vleesch en bloed, -- en 't was 't eenige wat ik had. En ik had toch
ook nog zoo'n stille hoop, dat ie eens nog es beter zou worden -- -- hij
kon toch soms zoo lief uit z'n oogen kijken, hè -- en -- en er gebeuren
toch nog wel es meer wonderen in de wereld. Ziet u, ik hield toch zooveel
van de stakker, en ik wachtte altijd maar op die ééne dag in de maand, dat
ik hem op kon gaan zoeken -- dat was 't eenige wat ik had. En nou is 't uit
-- nou is 't uit -- -- en nou moet ik hem gaan begraven.
_Oompje._ Precies! -- dat had ik je willen vragen, jonge man -- hik!
_Cor._ Hou jij je er alsjeblieft buiten, leelijke zuiphannes! (_oompje
keert hun zijn rug toe, en blijft op den stoel voor den ezel, zijn sik
bestrijkend, de naaktfiguur bestudeeren_). Nou moet ik er morgenochtend
heen, mijnheer Henri -- en als ik alles bij mekaar leg, dan kom ik nog een
kleinigheid in de kosten te kort, ziet u. Als hij nou nog aan 't begin van
de maand gestorven was -- maar zoo op 't eind, ziet u -- -- (_wat onrustig
bij Henri's zwijgen_) maar ik zal 't u natuurlijk prompt terugbetalen --
dat vast hoor -- maar ik moet er heen! Ze hebben me vanmorgen pas bericht
gestuurd -- en morgen wordt ie al begraven (_allengs met tranen in haar
stem, zenuwachtig aan haar schort plukkend_). Ik heb de heele dag al mijn
rouwgoed bij mekaar gezocht, en nog een hoed geleend van m'n nicht -- en de
zenuwen vreten me op, hè, -- en dan hij er tusschendoor! (_met een knik
naar oompje_) -- -- En ik moet toch een klein kransie voor 'm meenemen, hè
-- het is de laatste maal, dat ik wat voor 'm doen kan -- -- en ik kan me
kind toch niet zoo kaal laten gaan -- en z'n eigen moeder met niks er
achter -- -- ik moet er heen! ik moet m'n kind gaan begraven! (_onder haar
spreken is Henri's zuster door de half opengebleven deur binnengekomen,
zonder dat de anderen haar dadelijk bemerken, zoodat zij 't laatste
gedeelte van Cor's woorden heeft aangehoord_).
_Henri_ (_dien de heele geschiedenis blijkbaar nog wreveliger heeft
gemaakt, in zijn zak tastend_). Ajasses -- dat vieze geld ook altijd! --
(_Marie ziende, voor zich heen_). Ah! -- daar heb je haar ook nog!