_Het atelier doet door een paar donkerroode lappen nog iets warmer, dan in
de beide vorige bedrijven; op de rustbank een goudbruin kleed; op de tafel
in een vaas witte rozen, naast den ezel een tuil roode anemonen. De
linksche figuur op de schilderij, waarom een losse donker-houten lijst
staat, is voltooid, terwijl van het gelaat de vage schets iets duidelijker
schijnt geworden. Als het scherm opgaat, helpt Henri Helena, die blijkbaar
juist geposeerd heeft, haar bloote armen in een peignoir van donkerpaarse
zijde te steken, waaronder haar bloote voeten in muilen uitkomen; zij staan
naar de schilderij gekeerd. Gedurende het begin van het gesprek heerscht er
een onuitgesproken weifeling tusschen hen, die weldra bij Henri's
enthusiasme verdwijnt, doch daarna terugkomt._