VIJFDE TOONEEL

_Nellie, daarna Helena._

_Nellie_ (_komt langzaam van de deur terug en blijft nadenkend voor de

schilderij op den ezel staan, dan gaat ze snikkend op de rustbank zitten,

en veegt met het broekje, dat daar nog is blijven liggen, haar tranen weg.

Er wordt geklopt, zij krimpt ineen, -- als er voor de tweede maal geklopt

wordt, springt zij op, veegt gauw over haar gezicht, ziet dan naar het

broekje in haar handen en gooit het verfrommeld in een hoek achter een

ezel, dan kijkt ze angstig naar de deur en roept weifelend met een klein

stemmetje_) Binnen!

_Helena_ (_in vroeg voorjaarstoilet met bonten boa. Na even een aarzelenden

blik in 't rond_). O -- bent u zoo vriendelijk mij te ontvangen voor

mijnheer Henri?

_Nellie_ (_terwijl Helena het atelier binnenkomt, wat terugwijkend_). Hij

komt dadelijk.

_Helena._ Ach -- u bent zeker (_zich kalm op de rustbank vlijend, met een

oog over de schilderij op den ezel_) -- ik geloof, dat ik u herken als de

trouwe helpster van mijnheer Henri?

_Nellie._ Ik ben zijn model.

_Helena._ Ach ja, hij heeft mij van u gesproken: juffrouw -- juffrouw

Nellie, niet waar? Ja (_haar vriendelijk opnemend_) u heeft ook wel een

bizonder figuur voor poseeren -- ja, ik schilder zelf ook, -- en poseert u

al lang?

_Nellie._ O -- ja.

_Helena._ En -- bevalt het u te poseeren? Houdt u er van te poseeren?

_Nellie._ O -- jawel.

_Helena_ (_met warmte pogend haar aan 't praten te krijgen, naar de

schilderij ziende_). Ziet u, juffrouw Nellie, dat lijkt mij nu het bizonder

mooie van het poseeren: -- u helpt als het ware mee, om iets moois te

scheppen -- u geeft iets moois van u zelf aan een kunstenaar -- iets moois,

dat hij zonder u niet kan verwerkelijken, -- -- weet u wel dat ik eigenlijk

heel jaloersch op u moest zijn?

_Nellie_ (_heeft van de rechtsche tabouret haar hoed genomen, dien zij voor

het spiegeltje, op zij van den ezel hangend, wil opzetten; ongeloovig

verrast_). Op mij -- ?

_Helena._ Ja zeker, op u -- (_merkend dat zij zich gereed wil maken te

vertrekken_). Nee maar, wilt u mij nu al alleen laten juffrouw Nellie --

dat vind ik heelemaal niet aardig! Toe, houdt u me nog wat gezelschap --

(_op haar aandringen en terwijl zij zelf zich van hoed en boa ontdoet, gaat

Nellie met den hoed in haar handen bij de tafel zitten_). Ik stel belang in

uw werk en in dat van mijnheer Henri; ik zou graag met u -- ik zou graag

weten -- -- o! ik zou graag een heeleboel van u willen weten! Ik

interesseer mij voor uw vak ziet u, en voor alles wat een schilder raakt.

_Nellie_ (_met een wantrouwenden blik_). Wat komt u hier dan eigenlijk

doen?

_Helena_ (_glimlachend_). Wat ik doen kom? Wel, ik kom les nemen -- ik

schilder zelf, maar ik kan nog heel wat van mijnheer Henri leeren. O, ik

bewònder zijn kunst! hij schildert prachtig het naakt -- en de heele

verbeelding, die hij daarin legt -- , en het naakt is toch eigenlijk het

hoogste in de schilderkunst. Ja, en een deel van die schoonheid dankt hij

zeker aan -- aan zijn model, aan u -- en daarom stel ik ook belang in u.

_Nellie._ Maar -- mijnheer Henri heeft het heel druk! -- hij moet veel

werken, en -- hij moet véél werken!

_Helena_ (_op haar spraakzaam worden met denzelfden toon ingaande_). O ja,

maar ik kom ook -- ik mag ook maar niet zoo dikwijls komen! Nee, daar zorg

ik wel voor: wij moeten bij een kunstenaar zijn tijd respecteeren. Maar --

(_lachend den aanval keerend_) ik hoor mijnheer Henri zoo dikwijls over ù

spreken: -- respecteert u zèlf zijn tijd wel?

_Nellie._ Ik -- ?

_Helena._ Ja, ja, dat mag ik wel vragen: -- als ik mijnheer Henri zoo

dikwijls hoor zeggen, dat hij u wacht...

_Nellie._ Maar ik ben zijn model!

_Helena._ Jawel -- maar hij zal toch niet altijd schilderen? En verleden

hoorde ik hem zelf klagen over heeren en dames, die hem telkens zoo van

zijn werk afleidden -- ja, en ik geloof de dames vooral!

_Nellie_ (_minachtend_). Maar ik ben volstrekt geen "dame"!

_Helena_ (_zich even verslagen voelend_). Geen... nee -- o, maar in dien

zin ben ik ook eigenlijk volstrekt geen dame, juffrouw Nellie. Nee, nee, u

moet mij heelemaal niet als zoo'n "dame" beschouwen. U meent zeker, dat ik

zoo'n rijke vreemdelinge ben, zoo'n Amerikaansche juffrouw of zoo, hè? Nee

-- u moet maar denken, dat ik -- dat ik een zwerfster ben door de

kunstenaarswereld -- zoo maar een verschietend sterretje -- een -- ziet u,

ik ben eenvoudig zelf schilderes -- en ook wel eens model -- -- enfin,

eigenlijk net zooals u.

_Nellie._ Poseert u dan ook?

_Helena._ O dikwijls! dikwijls! Ja, daar weet ik alles van; die vermoeiende

standen, hè -- en op 't laatst weet je je niet meer te houden, en dan wil

je tòch, hè? En dan de heerlijkheid van er even uit te komen -- -- (_zij

rekt zich behagelijk. Als Nellie haar ongeloovig aanziet_). Gelooft u me

niet?

_Nellie._ Poseert u dan ook voor naakt model. -- ?

_Helena_ (_een moment verwonderd_). Nee-ee, nee dat nu niet -- dat niet

bepaald, -- maar dat vind ik nu eigenlijk van minder belang, is 't niet:

gekleed of ongekleed.

_Nellie_ (_met geringschatting_). Oh!

_Helena._ Maar ik schilder zelf veel naar naakt model, ziet u. Ja --

eigenlijk had ik u juist willen vragen, of u niet eens voor mij zoudt

willen poseeren?

_Nellie._ Ik -- !? (_zij staat verontwaardigd op en wil haar hoed opzetten

om te vertrekken_).

_Helena._ Maar daar moogt u toch niet zoo verwonderd over zijn, juffrouw

Nellie? Ik schilder heusch al zoo lang -- wij zijn toch, om zoo te zeggen,

van hetzelfde vak.

_Nellie._ Ik poseer niet voor dames.

_Helena._ Maar ik heb u immers al daareven gezegd, dat ik heelemaal niet

zoo'n "dame" ben, ik ben...

_Nellie._ En bovendien wil Henri -- wil mijnheer Henri volstrekt niet, dat

ik voor iemand anders dan voor hem poseer -- volstrèkt niet!

_Helena._ O maar wat dat betreft, dat zal -- mijnheer Henri wel goed

vinden.

_Nellie_ (_dringend_). En dat wou ik u in vertrouwen nog wel even zeggen:

mijnheer Henri is gevaarlijk -- een gevaarlijke man voor vrouwen, voor

dames, past u maar op voor hem!

_Helena_ (_glimlachend_). Gevaarlijk!? -- Ja, dat heb ik ook al wel gemerkt

(_lachend_). Ja, een beetje gevaarlijk is hij misschien wel -- .

_Nellie._ Ja, daar hoeft u niet zoo om te lachen -- hij is een echte

vrouwenverleider, hoor!

_Helena_ (_haar poging om Nellie voor zich in te nemen opgevend, --

langzaam met een spottenden glimlach_). En als ik nu juist eens verleid

wilde worden -- ?

_Nellie_ (_versteld_). Wat zegt u -- ! -- ?

Naakt model: Toneelspel in drie bedrijven · 第 24 / 37 题