_Nellie, daarna Helena._
_Nellie_ (_komt langzaam van de deur terug en blijft nadenkend voor de
schilderij op den ezel staan, dan gaat ze snikkend op de rustbank zitten,
en veegt met het broekje, dat daar nog is blijven liggen, haar tranen weg.
Er wordt geklopt, zij krimpt ineen, -- als er voor de tweede maal geklopt
wordt, springt zij op, veegt gauw over haar gezicht, ziet dan naar het
broekje in haar handen en gooit het verfrommeld in een hoek achter een
ezel, dan kijkt ze angstig naar de deur en roept weifelend met een klein
stemmetje_) Binnen!
_Helena_ (_in vroeg voorjaarstoilet met bonten boa. Na even een aarzelenden
blik in 't rond_). O -- bent u zoo vriendelijk mij te ontvangen voor
mijnheer Henri?
_Nellie_ (_terwijl Helena het atelier binnenkomt, wat terugwijkend_). Hij
komt dadelijk.
_Helena._ Ach -- u bent zeker (_zich kalm op de rustbank vlijend, met een
oog over de schilderij op den ezel_) -- ik geloof, dat ik u herken als de
trouwe helpster van mijnheer Henri?
_Nellie._ Ik ben zijn model.
_Helena._ Ach ja, hij heeft mij van u gesproken: juffrouw -- juffrouw
Nellie, niet waar? Ja (_haar vriendelijk opnemend_) u heeft ook wel een
bizonder figuur voor poseeren -- ja, ik schilder zelf ook, -- en poseert u
al lang?
_Nellie._ O -- ja.
_Helena._ En -- bevalt het u te poseeren? Houdt u er van te poseeren?
_Nellie._ O -- jawel.
_Helena_ (_met warmte pogend haar aan 't praten te krijgen, naar de
schilderij ziende_). Ziet u, juffrouw Nellie, dat lijkt mij nu het bizonder
mooie van het poseeren: -- u helpt als het ware mee, om iets moois te
scheppen -- u geeft iets moois van u zelf aan een kunstenaar -- iets moois,
dat hij zonder u niet kan verwerkelijken, -- -- weet u wel dat ik eigenlijk
heel jaloersch op u moest zijn?
_Nellie_ (_heeft van de rechtsche tabouret haar hoed genomen, dien zij voor
het spiegeltje, op zij van den ezel hangend, wil opzetten; ongeloovig
verrast_). Op mij -- ?
_Helena._ Ja zeker, op u -- (_merkend dat zij zich gereed wil maken te
vertrekken_). Nee maar, wilt u mij nu al alleen laten juffrouw Nellie --
dat vind ik heelemaal niet aardig! Toe, houdt u me nog wat gezelschap --
(_op haar aandringen en terwijl zij zelf zich van hoed en boa ontdoet, gaat
Nellie met den hoed in haar handen bij de tafel zitten_). Ik stel belang in
uw werk en in dat van mijnheer Henri; ik zou graag met u -- ik zou graag
weten -- -- o! ik zou graag een heeleboel van u willen weten! Ik
interesseer mij voor uw vak ziet u, en voor alles wat een schilder raakt.
_Nellie_ (_met een wantrouwenden blik_). Wat komt u hier dan eigenlijk
doen?
_Helena_ (_glimlachend_). Wat ik doen kom? Wel, ik kom les nemen -- ik
schilder zelf, maar ik kan nog heel wat van mijnheer Henri leeren. O, ik
bewònder zijn kunst! hij schildert prachtig het naakt -- en de heele
verbeelding, die hij daarin legt -- , en het naakt is toch eigenlijk het
hoogste in de schilderkunst. Ja, en een deel van die schoonheid dankt hij
zeker aan -- aan zijn model, aan u -- en daarom stel ik ook belang in u.
_Nellie._ Maar -- mijnheer Henri heeft het heel druk! -- hij moet veel
werken, en -- hij moet véél werken!
_Helena_ (_op haar spraakzaam worden met denzelfden toon ingaande_). O ja,
maar ik kom ook -- ik mag ook maar niet zoo dikwijls komen! Nee, daar zorg
ik wel voor: wij moeten bij een kunstenaar zijn tijd respecteeren. Maar --
(_lachend den aanval keerend_) ik hoor mijnheer Henri zoo dikwijls over ù
spreken: -- respecteert u zèlf zijn tijd wel?
_Nellie._ Ik -- ?
_Helena._ Ja, ja, dat mag ik wel vragen: -- als ik mijnheer Henri zoo
dikwijls hoor zeggen, dat hij u wacht...
_Nellie._ Maar ik ben zijn model!
_Helena._ Jawel -- maar hij zal toch niet altijd schilderen? En verleden
hoorde ik hem zelf klagen over heeren en dames, die hem telkens zoo van
zijn werk afleidden -- ja, en ik geloof de dames vooral!
_Nellie_ (_minachtend_). Maar ik ben volstrekt geen "dame"!
_Helena_ (_zich even verslagen voelend_). Geen... nee -- o, maar in dien
zin ben ik ook eigenlijk volstrekt geen dame, juffrouw Nellie. Nee, nee, u
moet mij heelemaal niet als zoo'n "dame" beschouwen. U meent zeker, dat ik
zoo'n rijke vreemdelinge ben, zoo'n Amerikaansche juffrouw of zoo, hè? Nee
-- u moet maar denken, dat ik -- dat ik een zwerfster ben door de
kunstenaarswereld -- zoo maar een verschietend sterretje -- een -- ziet u,
ik ben eenvoudig zelf schilderes -- en ook wel eens model -- -- enfin,
eigenlijk net zooals u.
_Nellie._ Poseert u dan ook?
_Helena._ O dikwijls! dikwijls! Ja, daar weet ik alles van; die vermoeiende
standen, hè -- en op 't laatst weet je je niet meer te houden, en dan wil
je tòch, hè? En dan de heerlijkheid van er even uit te komen -- -- (_zij
rekt zich behagelijk. Als Nellie haar ongeloovig aanziet_). Gelooft u me
niet?
_Nellie._ Poseert u dan ook voor naakt model. -- ?
_Helena_ (_een moment verwonderd_). Nee-ee, nee dat nu niet -- dat niet
bepaald, -- maar dat vind ik nu eigenlijk van minder belang, is 't niet:
gekleed of ongekleed.
_Nellie_ (_met geringschatting_). Oh!
_Helena._ Maar ik schilder zelf veel naar naakt model, ziet u. Ja --
eigenlijk had ik u juist willen vragen, of u niet eens voor mij zoudt
willen poseeren?
_Nellie._ Ik -- !? (_zij staat verontwaardigd op en wil haar hoed opzetten
om te vertrekken_).
_Helena._ Maar daar moogt u toch niet zoo verwonderd over zijn, juffrouw
Nellie? Ik schilder heusch al zoo lang -- wij zijn toch, om zoo te zeggen,
van hetzelfde vak.
_Nellie._ Ik poseer niet voor dames.
_Helena._ Maar ik heb u immers al daareven gezegd, dat ik heelemaal niet
zoo'n "dame" ben, ik ben...
_Nellie._ En bovendien wil Henri -- wil mijnheer Henri volstrekt niet, dat
ik voor iemand anders dan voor hem poseer -- volstrèkt niet!
_Helena._ O maar wat dat betreft, dat zal -- mijnheer Henri wel goed
vinden.
_Nellie_ (_dringend_). En dat wou ik u in vertrouwen nog wel even zeggen:
mijnheer Henri is gevaarlijk -- een gevaarlijke man voor vrouwen, voor
dames, past u maar op voor hem!
_Helena_ (_glimlachend_). Gevaarlijk!? -- Ja, dat heb ik ook al wel gemerkt
(_lachend_). Ja, een beetje gevaarlijk is hij misschien wel -- .
_Nellie._ Ja, daar hoeft u niet zoo om te lachen -- hij is een echte
vrouwenverleider, hoor!
_Helena_ (_haar poging om Nellie voor zich in te nemen opgevend, --
langzaam met een spottenden glimlach_). En als ik nu juist eens verleid
wilde worden -- ?
_Nellie_ (_versteld_). Wat zegt u -- ! -- ?