VIERDE TOONEEL

_Henri, Nellie, Oompje._

_Oompje_ (_zijn witte sik om de deur stekend_). Hm -- precies! precies, --

zoo hard aan 't vrijen? (_naar binnen schuivend_). Zijn jullie ook al zoo

ver me kinders? hè?

_Nellie_ (_naar hem toegaande en bij een mouw vattend_). Nou, hoort ù nou

es!

_Henri_ (_half gekscherend de andere mouw vattend_). Ja, hóórt u nou es!

_Oompje_ (_naar voren gehaald, kijkt hen de een na den ander over zijn

schouders aan en schudt zijn hoofd_). Nee, oompje heeft niets meer te

hooren (_zijn beide oogjes dichtknijpend_) Oompje weet er alles van, hm, --

hij heeft het zijn heele leven al gehoord -- dat is zoo de spe... (_hij

niest_) de specerij van de liefde me kinders, hm, -- maar dat komt terecht

-- gerust: dat komt altijd weer terecht! (_met een zucht_) àltijd weer

terecht.

_Nellie_ (_nog opgewonden_). Nou maar hìj--

_Henri_ (_spottend in denzelfden toon_). Nou maar zìj--

_Oompje_ (_hen om beurten aankijkend_). Hm, "nou maar ik!" Precies! ik mag

wel zeggen "nou maar ik" -- want oompje zit er leelijk tusschen.

_Henri en Nellie._ Wat is er dan? Wat is er dan?

_Oompje._ Oompje heeft geen centen mekinders (_ze laten hem los_). Nee! Het

is niet voor mìj hoor, -- jullie weet hoe ik leef hè: kalmpjes an met m'n

pijpie, en, (_zijn neus wrijvend_) een heel enkele keer mag 't es een

borreltje zijn (_de een na den ander aankijkend_) -- ja, God, in mìjn tijd

hè, toen waren we nog niet zoo geheelonthouders hè, toen lustten we 'm nog

wel es, zie je -- maar afijn -- -- nee, waarachtig voor mij is 't niet. Hm.

_Henri_ (_meesmuilend_). Nee natuurlijk, dat weten we wel.

_Oompje._ Precies! Voor mij is 't niet -- maar voor Cor. (_vertrouwelijk

tot Henri_). Hm, Cor vraagt, of je misschien es eventjes tijd had, om

beneden te komen. Ze zou je zoo graag es effen spreken, -- (_hem met den

vinger dreigend_) ja jongeheer, zij heeft een zwak voor jou! -- 't Is voor

hààr, zie je -- of eigenlijk is het voor ... e, voor dat kind, zie je. Ze

heeft berichten gekregen -- hm, het is nou op eens weer minder goed

geworden, en nou maakt ze zich zoo belabberd over dat wurm en nou wil ze er

met alle macht heen -- dat is de choos. Maar oompje heeft geen centen --

dat is m'n zwakke punt, hm, en nou maakt ze zich zoo overstuur -- enne --

afijn -- als je nou misschien es een oogenblikkie had, om naar beneden te

komen en haar wat te kalmeeren -- enne...

_Henri_ (_korzelig_). Jawel, jawel -- ik zal wel even meegaan (_hij reddert

wat bij den ezel en veegt een paar penseelen uit_).

_Nellie._ Och, is Cor zoo overstuur? Is 't kindje dan zoo erg ziek? Zou 't

dood gaan, denkt u?

_Oompje._ Ach, ze zit beneden te grienen om dat wurm, of 't heel wat is,

maar 't is zoo dikwijls ziek, -- ik voor mij, ik moet zeggen, zie je -- ik

mag lijden dat -- -- hm...

_Nellie_ (_die onderwijl in haar beursje gezocht heeft, aarzelend_). Zou u

dat misschien aan Cor willen geven -- ? Dan kan ze er misschien wat van

meenemen voor 't kindje, hè -- wil u -- ?

_Oompje_ (_het geldstukje nemend_). O -- dat is heel lief me kind -- heel

lief, hoor (_hij bekijkt het geldstukje met zijn bijziende, knippende oogen

en steekt 't in zijn vestjeszak_). Ik zal er aan denken hoor, hm -- . Heel

lief! (_hij heeft Nellie's hand genomen en geeft er een zoen op_) heel

lief!--

_Henri_ (_klaar met zijn penseelen_). Nou, zal ik dan even meegaan?

_Oompje._ Precies!

_Nellie_ (_oompje naroepend, die vóór Henri de kamer uitgaat_). Doet u mijn

groeten aan Cor -- ? en het beste met 't kindje, hoor -- ! zal u 't aan

haar zeggen -- ?

_Henri_ (_zich in de deur nog bedenkend, tot Nellie_). O ja, als -- e --

(_aarzelend_) als intusschen die leerling van me mocht komen, dan -- e --

dan doe jij wel open!

_Nellie_ (_verward_). O! -- ja -- wel -- ik zal wel open doen.

Naakt model: Toneelspel in drie bedrijven · 第 23 / 37 题