_Henri, Nellie, daarna Marie._
_Nellie_ (_heeft, als Henri begint te zingen, haar hoofdje om de deur
gestoken, en is op haar teenen naar binnen gekomen en tot vlak achter hem
genaderd, als hij juist met een operastem "prends garde" zingt, -- waarbij
ze als verrassing haar eene hand voor zijn oogen, de andere voor zijn mond
houdt. Hij spartelt even wanhopig maar voorzichtig, om geen leven te maken,
tegen, waarbij Nellie hem juist op zijn kruin zoent, als Marie uit de
slaapkamer komt, een grasgroen directoire broekje tusschen duim en vingers
voor zich uithoudend_).
_Marie._ Maar Henri -- ! Wat is dat -- !? (_Nellie ziende_). Oh -- ||
(_algemeene ontsteltenis, waarbij Marie het broekje op de rustbank laat
vallen en naar haar parasol grijpt, terwijl Nellie zich achter Henri bij
den ezel opstelt_).
_Henri_ (_die zich half zenuwachtig, half ingehouden vroolijk, op de lip
bijt_). Mag ik eens voorstellen...
_Marie_ (_hem voorkomend_). O -- neem me niet kwalijk -- ik wist niet -- ik
-- (_met een vluchtig stijf buiginkje naar de deur gaande, waar Henri haar
inderhaast uitgeleidt_).