_Henri, daarna Marie._
_Henri_ (_hij heeft juist iets op den achtergrond der rechtsche figuur
voltooid, legt zijn penseelen neer en bekijkt aandachtig de schets aan de
linker zijde, dan haalt hij een kanten zakdoekje uit zijn binnenzak, ruikt
er even aan en speelt er mee. Hij neuriet zacht: "l'Amour est enfant de
Bohème" als juist geklopt wordt. Hij schrikt op, steekt het zakdoekje weer
in zijn binnenzak en neemt weer een penseel ter hand_). Ja!
_Marie_ (_een paar jaar ouder dan Henri; een wat magere en spichtige, doch
nog niet onaannemelijke huwelijkscandidate; zij heeft een lange dunne
parasol met een handtaschje in de eene hand en houdt met de andere de deur
half open; -- naar binnen rondkijkend_).
_Henri_ (_daar hij niets hoort binnenkomen, omziende_). Oh -- ! -- ? (_hij
legt palet en penseelen neer en draait zich van den ezel af_).
_Marie_ (_verder binnenkomend_). Hè -- goddank ben je alleen, ik was bang
zoo'n model of zoo'n schilder bij je te vinden.
_Henri_ (_luchtig_). O, daar hoef je je anders niet voor te geneeren.
_Marie_ (_verontwaardigd_). Mij "geneeren" -- ? Ik mocht hèn eens geneeren,
m'n beste.
_Henri_ (_als boven_). O, daar is geen kans op.
_Marie_ (_haalt kribbig haar schouders op en loopt even aarzelend
nieuwsgierig een paar schilderijen langs_). Hè, wat schilder jij
tegenwoordig toch verschrikkelijk immoreel -- ! (_onder het kijken, terwijl
Henri haar spottend met de oogen volgt_). Vroeger hield ik zoo van je
stukken, maar nou -- -- kijk nou -- ! (_voor een brutale naaktfiguur_).
Nee, maar Henri! (_oprecht verontwaardigd_) nee, maar dat kan je toch niet
-- dat -- dat exposeer je toch niet -- met je eigen naam -- met -- -- oh!
(_zij keert zich met een snellen blik over een paar andere schilderijen af
en gaat op de rustbank zitten_).
_Henri_ (_met de armen over elkaar_). Je komt toch niet alleen voor
kritiek, lieve zus?
_Marie_ (_met wat meer warmte_). Nee -- ik kom om te praten, -- we moeten
es samen praten.
_Henri._ "Samen praten?" -- (_even verrast slaat hij op, en zet zich half
spottend, half gemeenzaam naast haar_).
_Marie._ Ja, Henri -- we moeten es samen praten (_zij prikt met haar
parasol in 't kleedje_). Ik heb juist gisteravond met mama een gesprek
gehad -- een gesprek over jou, en -- -- over mij. (_Henri spitst zich en
ziet haar van schuin op zij aan_). -- Ja, als ik je nou een verzoek mag
doen, wees dan alsjeblieft ernstig.
_Henri._ Maar ik ben volkomen ernstig! -- Ik hoor!
_Marie_ (_vertrouwlijker_). Henri, je wordt nu gauw dertig...
_Henri._ Ah -- !--
_Marie_ (_zachter_). En ik -- -- (_zij prikt met haar parasol in 't
kleedje_).
_Henri_ (_haar laatste woorden niet hoorend, luchtig_). Dertig -- nou, dat
is een mooie leeftijd!
_Marie._ Je weet wel wat ik bedoel, Henri, een man van dertig moest
eigenlijk getrouwd zijn.
_Henri_ (_met een hoofdknik opstaande, alsof hij wel wist wat haar bezoek
bedoelde, in denzelfden toon van haar voortgaande_). En een vrouw, een
vrouw van...
_Marie_ (_hem gegriefd aankijkend, bitter_). Ja -- een vrouw natuurlijk ook
-- een vrouw -- -- maar dat is niet mooi van je, om dat zoo te zeggen! Jij
bent een man, en voor een man is dat wat anders. Wij vrouwen moeten
wachten, en jullie -- jullie kunt uitzien en zoeken -- (_bitterder_). O,
jullie mannen kunt doen wat je wilt, jullie leeft er maar op los -- jullie
geniet maar!
_Henri_ (_schamper_). Genieten -- genieten -- !
_Marie._ Zeker "genieten". Maar natuurlijk erken je dat niet en ben je er
niet dankbaar voor -- daarvoor ben je een man. Je mocht er mama wel op je
knietjes voor danken, dat je door haar hulp je altijd zoo vrij hebt kunnen
bewegen, en altijd alles hebt kunnen doen. Jìj hebt je niet te bekommeren
om de wereld, jìj hebt niet -- jij hebt niet -- -- (_zich inhoudend en
zenuwachtig met haar parasol in het kleed prikkend_). Ach -- jullie!
_Henri_ (_zachter_). En kom je me dat nu eigenlijk vertellen?
_Marie_ (_zich herstellend_). Nee, -- ik kom je iets vragen: -- ik kom je
vragen om met mama en mij een invitatie van tante Jet aan te nemen, om de
volgende maand een paar weken op haar buiten te komen logeeren. Lientje --
je weet wel, waar je vroeger zoo dol op was, (_zachter_) en waarvan ik
weet, dat ze jou erg, héél erg graag mag lijden, -- Lientje is nu uit 't
buitenland voor goed bij tante terug, en Arie komt er ook over een paar
weken, met verlof uit Indië, -- -- het zou heel aardig kunnen zijn -- héél
aardig!
_Henri._ Arie -- ? Arie -- van wien ze zeggen, dat hij in Indië zoo zwaar
geleefd heeft -- !?
_Marie_ (_afwerend_). Ach, dat is allemaal onzin! -- Ze leven daar in Indië
misschien wat -- wat vrijer, maar daarom hoef je nog niet aan al die
lasterpraatjes te gelooven! -- Maar (_ietwat vleiend_) -- zeg nou es Henri,
is dat nou werkelijk niet een aardig plan? Je weet, tante is altijd
bizonder op jou gesteld -- de invitatie geldt misschien in de eerste plaats
jou! -- de heele logeerpartij hangt van de aardige stemming af -- en van
jouw komen vooral -- , zou 't niet aardig kunnen zijn, zeg -- ?
_Henri_ (_kregel_). Ach! mama en jij met jullie plannetjes! Ik ben niet
voor die dingen; en Arie...
_Marie_ (_in de rede vallend_). Papa had ook altijd zoo met tante en
Lientje op.
_Henri_ (_ernstig_). Laat papa er maar buiten Marie, -- je weet heel goed,
hoe papa over zoo'n plannetje zou denken; en wat Arie betreft...
_Marie_ (_in de rede vallend_). En Lientje! -- jij wàs toch altijd zoo op
haar, voor ze naar 't buitenland ging?
_Henri_ (_schouderophalend_). Lientje was een lief gansje, en zal dat wel
altijd gebleven zijn. Ik bèn niet geschikt voor die dingen -- ik moet
wérken, ik heb toch waarachtig wel beter dingen te doen, mooier dingen --
belangrijker dingen!
_Marie_ (_met een blik naar de schilderij_). Waarom "belangrijker" -- ?
_Henri._ Wel godallemachtig -- "waarom?" "waarom?"
_Marie_ (_verbeten zuchtend_). Ach ja, natuurlijk weer bezwaren -- altijd
bezwaren, wanneer 't geldt mama en mij es een pleizier te doen! (_na een
pauze op anderen toon_). En jij zelf Henri -- je moet toch ook aan je zelf
denken. De tijd van partijtjes en dineetjes is nou toch voor ons voorbij --
en (_spijtig_) van mijn vriendinnen heb je je nooit iets aangetrokken, --
Lientje...
_Henri_ (_schamper in de rede vallend, door de kamer stappend_). Nee, dat
zal waar zijn -- wat heb ik ooit aan die vertooningen gehad -- met die
droge vriendinnen van jou. Mijn hemel (_hij bromt wat voor zich heen_) --
en dat teint, en die conversatie -- nou!
_Marie_ (_opspringend_). Henri, ik verbied je zoo te spreken! Ik heb genoeg
aardige meisjes in huis gebracht, -- maar als Jeanne, als Tilde -- -- ha!
jij mocht willen dat...
_Henri._ "Als Jeanne, als Tilde"? (_zijn schouders ophalend_). Ik heb er
nooit wat bizonders aan opgemerkt. Ach maar beste Marie, wat heb jij nou
ooit voor aardigs en bizonders in huis gebracht?
_Marie._ En jij, jij -- ? wat heb jij dan in huis gebracht? jij, met je
onmogelijke kornuiten, met "die schilders"! Mama geeft me daarin volkomen
gelijk -- en papa zou me zeker ook gelijk geven.
_Henri._ Neen, papa zou je zeker niet gelijk geven -- als papa nog leefde.
_Marie_ (_na korte pauze_). Nu, denk er nog eens over Henri, het hoeft ook
niet dadelijk beslist, het is pas voor de volgende maand, maar mama en ik
hopen hartelijk, dat je gaat (_een flacon uit haar taschje nemend_). Mama
heeft me wat voor je meegegeven, en gezegd, dat ik 't zelf op je waschtafel
moest zetten (_naar de slaapkamerdeur gaande_). Mag ik dan meteen eens
zien, of alles daar in orde is -- ?
_Henri._ Heel lief -- heel lief.
_Marie_ (_even weifelend bij de deur_). Kan ik -- ?
_Henri._ O zeker, ga je gang, -- ga je gang -- geen geheimen hoor. (_Marie
verdwijnt in de slaapkamer, terwijl Henri met zijn handen in zijn
broekzakken voor den ezel gaat zitten en zingt_):
"l'Amour est enfant de bohème
Elle n'a jamais connu des lois
Et quand je t'aime prends gàààrrde..."