Vrye wil tot arbeid is "iets goeds."

Het is goed, wenschelyk, nuttig, enz. "iets goeds" vasttestellen by

de wet.

't Is dus goed, wenschelyk, nuttig, enz. by de wet vasttestellen dat

de Javaan vrywillig zal arbeiden.

En nu de algemeene conclusie, die ik 't eerst zal behandelen om daarna

terugtekomen op de byzondere:

't Is goed, wenschelyk, nuttig enz. "al wat goed is" vasttestellen

by de wet.

Leent me daartoe ... neen, dit hoeft weêr niet. Leent me niets.

Gierig, hebzuchtig, belangzoekend, was ik nooit. Of 't by 'n wet

bepaald was, weet ik niet, maar als ik wat had, gaf ik gaarne. Welnu,

hoorders, heden geef ik aan alle tegenwoordige en toekomende

Volksvertegenwoordigers de schema's voor de redevoeringen die zy

zullen te houden hebben over alle voorgestelde wetten die het Volk

... wat zeg ik ... die de heele Natuur zullen dwingen tot "iets goeds."

"Ziehier hoe men zal kunnen spreken:

»Hoe, myne heeren, hoe ... zouden we weigeren den minister te

steunen--voor wien ik persoonlyk de meeste achting heb, doch met wien

ik niet in de minste relatie sta, want by my op 't dorp trouwen wy

altyd onder elkaêr--zouden we hem onze hulp ontzeggen, nu hy ons de

vrucht voorlegt van zyn nachtwaken? Mogen wy--wy die 't Nederlandsche

volk vertegenwoordigen--mogen wy het eenige redmiddel van-de-hand

wyzen, dat den beklemden Staat zal verlossen uit de geweldig-innypende,

dooréén-beroerende, van-uit-elkander-gescheurde, tegen-opgeslingerde

... (niet hoorbaar). Daar liggen zy, de treurige slachtoffers van

't misbruik. Loeiende, brullende, schoppende, oogverdraaiende,

liggen zy daar. Ik zeg dat ze daar liggen ... (niet hoorbaar). De

voorgestelde wet is het heil van den Staat, myne heeren! Ik zeg dat

de Staat ... (niet hoorbaar).

Doch ik zal niet toegeven in de aandoeningen die my overstelpen. Met

kalmte en waardigheid zal ik trachten de zaken te ontwikkelen. En,

myne heeren, als 't hier-en-daar mocht schynen, myne heeren, dat ik

spreek in het belang der party waartoe ik de eer heb te behooren,

myne heeren (hier moet de spreker links buigen, en rechts ook, en naar

't midden ook) dan, myne heeren ... (niet hoorbaar).

De zaak is zakelyk deze, myne heeren. De zaak is, ons goed

voortestellen wat de zaak was, wat de zaak is, wat de zaak wezen kon,

en wat de zaak worden zal, als de zaak die we thans behandelen door

'n wet zal zyn vastgesteld. Dit is de zaak myne heeren!

De veestapel, myne heeren, ik zeg dit uit diepe overtuiging,

en niet dan na lang daarmeê te hebben omgegaan, de veestapel

... (niet hoorbaar). Ik zeg: zonder koeien geen melk. Zonder vee,

geen vleesch. En dat vee ... (niet hoorbaar) zoover ik de eer heb het

te vertegenwoordigen, myne heeren, is geloovig, godsdienstig, gehecht

aan den roem en de bezittingen zyner voorvaderen, myne heeren! Daarom

... (niet hoorbaar) wat zegt de voorgestelde wet? Laat ons haar bedaard

lezen, zonder verhitting, zonder partygeest ... kalmte, myne heeren,

kalmte! Wat zegt de wet? Ziehier:

»Eenig Artikel. Alles gehoord en gelezen, is verstaan te bepalen

dat voortaan elk rund tweemaal zal worden geslacht en opgegeten voor

't dood is,

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 112 / 125 题