DERDE BEWYS DAT DE JAVAAN MISHANDELD WORDT.

Kiezers, ge hebt het boek over de veilingen gelezen. De schryver

zegt daarin, dat de vertelling van Saïdjah onwaar is. Hy had die

vertelling niet moeten doen, en ik hoop dat hy niet weer in zoo'n fout

moge vervallen! Hy vertelt namelyk zóó, dat ge u genoopt voelt hem te

benoemen tot uw lyfdichter... wat die arme Dimanche niet wezen wou. Er

is spraak van heel iets anders dan van vertellingen om te vermaken,

o Kiezers! De schryver zegt daar:

"Ik heb stukken vóór my liggen... doch neen! Liever 'n bekentenis:

"Ja! een bekentenis, lezer! Ik weet niet of Saïdjah Adinda

liefhad. Niet of hy naar Badoer ging. Niet of hy in de Lampongs werd

vermoord met Nederlandsche bajonetten. Ik weet niet of z'n vader

bezweek ten-gevolge van de rottingslagen die hem werden gegeven,

omdat hy Badoer had verlaten zonder pas. Ik weet niet of Adinda de

manen telde door kerven in haar rystblok...

Dit alles weet ik niet.

Maar ik weet meer dan dit alles. Ik weet, en kan bewyzen, dat er

vele Adinda's waren en vele Saïdjah's, en dat, wat verdichtsel is

in het byzonder, waarheid wordt in het algemeen. Ik zeide reeds dat

ik de namen kan opgeven van personen die, als de ouders van Saïdjah

en Adinda, door onderdrukking werden verdreven uit hun land. Het is

m'n doel niet, in dit werk mededeelingen te geven als voegen zouden

voor 'n vierschaar, die uitspraak te doen had over de wyze waarop

het Nederlandsch gezag in Indie wordt uitgeoefend--mededeelingen

die slechts kracht van bewys zouden hebben, voor wie het geduld had

die door te lezen, zoo-als niet verwacht kan worden van 'n publiek

dat verstrooiing zoekt in z'n lectuur. Daarom heb ik, in-plaats van

dorre namen van personen en plaatsen, met de dagteekening er by,

in-plaats van 'n afschrift DER LIJST VAN DIEFSTALLEN EN AFPERSINGEN,

DIE VOOR ME LIGT, getracht een schets te geven van wat er kàn omgaan

in de harten der arme lieden, die men berooft van wat dienen moet tot

onderhoud van hun leven. Of zelfs, ik heb dit slechts laten gissen,

vreezende me te zeer te bedriegen in het teekenen der omtrekken van

aandoeningen die ik nooit ondervond.

Maar wat de hoofdzaak aangaat? O! dat ik opgeroepen werd om te staven

wat ik schreef! O, dat men zeide: "gy hebt dien Saïdjah verdicht... hy

zong nooit dat lied... er woonde geen Adinda in Badoer!" Maar dat

het gezegd werd met de macht en den wil om recht te doen, zoodra ik

zou bewezen hebben geen lasteraar te zyn!»

"O, dat ik opgeroepen werde om te staven!" Kiezers, Nederlanders,

Christenen, heeft het uw aandacht niet getroffen dat die schryver

niet is opgeroepen om te staven wat hy schreef? Was 't niet de

moeite waard te onderzoeken of die Multatuli 'n lasteraar is? Hadt

ge niet aanspraak op zekerheid daaromtrent? Is 't u niet in het oog

gevallen dat uw regeerders--Liberalen of Behouders, om 't even!--dat

ze zwegen als betrapte dieven? Neemt ge daarmede genoegen Kiezers? Is

't u onverschillig welk antwoord er moet gegeven worden op de door

de Tielsche Courant zoo bondig gestelde vraag: of Nederland een

roofstaat is?"

Was 't u niet de moeite waard, aantedringen op dat antwoord? Of waart

ge bevreesd voor dat antwoord?

Maar, Kiezers; 't is toch heden wèl de moeite waard, te onderzoeken

of de door dien Money opgegeven cyfers juist zyn. Uw "geachte

sprekers"--die voor 'n groot deel niet spreken kunnen, en weinig

geacht zijn--interpelleeren den Minister van Koloniën om inlichting

dienaangaande. Dit is zeer karakteristiek! Men zegt u, op 'n wyze "die

rilling door 't land doet gaan" [45] dat ge roovers zyt... eerbiedige

stilte! Daar verschynen: opgaven, staten, tabellen van de sommen

die ge jaarlyks rooft... terstond wil uw yverige Vertegenwoordiging

weten of die staten, tabellen en opgaven juist zyn, en hoe men aan

die opgaven gekomen is!

Uitzuigen, plunderen, rooven, moorden ... o, dat is niets voor de

nederlandsche gewetens! Maar 't verleenen van 'n kykjen in de boeken,

aan een vreemdeling ... de onjuiste en onvolledige boeking van de

heele zwendelary ... ja, dàt zou 'n gruwel wezen! Er is niet meer

noodig dan dit, o Volk van Nederland om de manier te kenschetsen

waarop ge u laat vertegenwoordigen, 't gehalte van uw moraal, en de

specifieke zwaarte uwer goddienery!

Maar eilieve, schaamt u dan over 't gedurig voorwenden dat ge uw

"broederen" daar-ginder wilt beschaven en veredelen terwyl ge toelaat

dat ze door uw lasthebbers op de infaamste wyze worden mishandeld!

Maar schaamt u dan toch over den godsdienst welken ge dien "broederen"

wilt opdringen als de eenig-ware, en die tenslotte schynt neertekomen

op verfoeielyk eigenbelang!

Maar schaamt u dan over 't vonnissen van 'n dief of moordenaar, in

naam des konings, zoolang de zeepassen der schepen die uw gestolen

kruidenierswaren overvoeren, insgelyks worden afgegeven in naam van

dienzelfden koning!

Ik laat nu in 't midden, of gy de waarheid weten wilt, maar ik

verkies u de waarheid te zeggen. Ik doe dit voor myn vermaak,

niet uit twyfelachtig kansbejag u te vermaken, wat me ook volkomen

onverschillig wezen zou. En ik heb nog 'n reden hiertoe. Ik wil

u tegen-over Europa alle mogelijke voorwendsels van ignorantie

ontnemen! Ik wil vóórkomen, dat men op 't manifest dat ik zal

uitvaardigen, antwoorde: dit alles deed 'n schelmachtige regeering

... dat keurde eene slaperige of omgekochte vertegenwoordiging goed,

maar ... dat wist het volk niet! [46]

Die Multatuli deed verkeerd, u de waarheid te geven met wat

omkleedsel. Ge hebt den zang van Saïdjah op muziek gezet, en uw

dochters vermoorden met veel gevoel dien armen drommel op de piano

... ziehier 'n nieuwen tekst dien ik in uw muzikale inspiratie

aanbeveel. Doch vooraf nog deze opmerking: ge hebt op de geschiedenis

van dien Saïdjah--als don Juan aan Dimanche--geantwoord: "wat praat ge

aardig, vertel nog eens wat," en dus de ware of geveinsde ingenomenheid

met Dimanche's voordracht gebruikt als voorwendsel, om voorbytezien wat

die vertelling van Saïdjah eigenlyk beduidt. Maar ge kunt voortaan niet

loochenen te weten, wat voor den landbouwenden Javaan een buffel is! Gy

kunt u niet verschuilen achter onbekendheid met de beteekenis van wat

er nu volgt! Ge kunt niet langer zeggen als prototype Droogstoppel:

"Wat gaan my die zwarten aan, met hun buffels! Ik heb nog nooit

'n buffel gehad, en toch ben ik tevreden! Ziehier:

LIJST

DER IN DE MAAND FEBRUARI 1856 AAN DE BEVOLKING VAN ÉÉN DISTRIKT

AFGENOMEN BUFFELS,

TOEN

MAX HAVELAAR

ADSISTENT-RESIDENT WAS VAN DE AFDEELING LEBAK,

EN TERWYL DE HEER

DUYMAER VAN TWIST,

ONDER DE REGEERING VAN

WILLEM DEN DERDE,

NAMENS

DE NEDERLANDSCHE NATIE

DE ZOOGENAAMDE NEÊRLANDSCHE-INDISCHE BEZITTINGEN BESTUURDE.

NAAM VAN DEN DESSAH (dorp). KALOERAHAN GETAL DER

BESTOLENE (kreits). GESTOLEN BUFFELS.

Kassik. Kadoe Gawier. Badoer Een buffel.

Manggia. Tjibongbong. id. Een buffel.

Oessoep. id. id. Een buffel.

Mayassieh. id. id. Een buffel.

Radaya. id. id. Een buffel.

Hadji Sadik. id. id. Een buffel.

Sapioedien. id. id. Een buffel.

Moerssid. Waloekoe. id. Twee buffels.

Sadjiah. Sanggier. id. Een buffel.

Ridjal. Tjimontong. id. Twee buffels.

Kalar. [47] Badoer. id. Twee buffels.

Mamak. Tjipoeroet. id. Een buffel.

Kaliam. Kadoe Leboe. id. Een buffel.

Asmil. Kadoe Gawier. id. Een buffel.

Rangga. Kadoe Damas. id. Een buffel.

Marnie. Tjisangsang. Goen. Kintjana Een buffel.

Sariada. id. id. Een buffel.

Djepo. Tjidadap. Kerta Een buffel.

Djaya. [48] Tjioeroeh. Kerta. Een buffel.

Bayie. [49] Lebak Tjitra. Tjikoessik. Twee buffels.

Asmil. Lebak Tjitra. id. Een buffel.

Mayinten. Tjikatampe. id. Een buffel.

Ayim. Tjilegong. id. Een buffel.

Moetassi. Tjigingang. Kompai. Een buffel.

Mandaya. Kadoe Lamboe. id. Een buffel.

Arday. id. id. Een buffel.

Adjiman. Lariebongoer. Tjileles. Een buffel.

Arpman. Tjikario. id. Een buffel.

Abien. Tjimerak. ? Een buffel.

Dakier. Djiorogdalong. ? Een buffel.

Moektar. Sereweh. ? Een buffel.

Assieh. id. ? Een buffel.

Is 't u genoeg, Kiezers!

Ziet ge wel, hoe verkeerd ge deedt, dien Multatuli te benoemen

tot schrijver, daar de geheele imposante eentonigheid der

Saïdjah-vertelling, niets is dan 'n plagiaat, kopie slechts van de

treurige werkelijkheid!

Eén buffel! Eén buffel!

Eén buffel! Ja! Maar in 't geheel: zes-en-dertig buffels! 't Is zoo

véél niet, meent ge?

Eilieve: in één maand! Is 't u niet genoeg, Kiezers!

Zes-en-dertig buffels in één maand! 't Is zoo veel niet, meent ge?

Eilieve andermaal: in één distrikt! Is 't u niet genoeg, Kiezers?

Zes-en-dertig buffels in één maand, in één distrikt! 't Is zoo véél

niet, meent ge?

Eilieve, nog eens: Lebak heeft vyf distrikten ... vermenigvuldigt,

zeg ik u! [50]

Vyfmaal zes-en-dertig is honderd-en-tachtig! Is 't u genoeg Kiezers?

Honderd-tachtig buffels, afgenomen aan de bevolking van de afdeeling

Lebak in één maand tyds! 't Is zoo véél niet, meent ge?

Eilieve tot vervelens toe: er zyn twaalf maanden in een jaar

... vermenigvuldigt, zeg ik u!

Twaalf maal honderd-tachtig maakt ruim tweeduizend! Is 't u genoeg,

Kiezers?

Ruim tweeduizend buffels, afgenomen aan de bevolking van de afdeeling

Lebak, in één jaar! 't Is zoo véél niet, meent ge?

Eilieve, byna voor 't laatst: De residentie Bantam heeft vyf

afdeelingen ... vermenigvuldigt, zeg ik u!

Vijfmaal tweeduizend buffels, is tienduizend buffels! Is 't u genoeg,

Kiezers?

Tienduizend buffels, in één jaar afgenomen aan de bevolking der

residentie Bantam! 't Is zoo véél niet, meent ge? ...

Eilieve voor 't laatst: Java heeft, ik weet niet hoeveel,

residentien. 't Verandert telkens. Neemt de verhouding der bevolking

van Bantam, tot die van Java [51] en vermenigvuldigt, zeg ik u!

Vier-en-twintigmaal tienduizend buffels, maakt

tweehonderd-veertigduizend buffels! Is 't u genoeg, Kiezers!

Tweehonderd-en-veertigduizend buffels, in één jaar afgenomen van de

Javasche bevolking! 't Is zoo véél niet, meent ge? ...

Eilieve, voor 't allerlaatst: Java is maar 'n klein deel van

Insulinde. Het is moeielyk met juistheid te zeggen hoe klein,

maar we mogen aannemen dat de Javasche bevolking in-verhouding tot

die van Insulinde, staat als omtrent één tot drie. Daar echter de

welvaart elders geringer is, en er in de andere gedeelten van uwe

bezittingen--noemt ge 't zoo niet?--niet zóóveel als op Java gestolen

worden kan, stel ik u vóór, ditmaal maar te vermenigvuldigen met twee:

vermenigvuldigt, zeg ik u!

Tweemaal tweehonderdveertig-duizend buffels, maakt

vierhonderdtachtig-duizend buffels! Is 't u genoeg, Kiezers?

Vierhonderd-tachtig-duizend buffels, in één jaar afgenomen aan de

zoogenaamd Nederlandsch-Indische bevolking! 't Is zoo véél niet,

meent ge?

Eilieve, voor de werkelyk laatste maal: Zoo'n Gouverneur-Generaal

blyft daar in den regel vyf jaren ... vermenigvuldigt, zeg ik!

Vyfmaal vierhonderd-tachtig-duizend buffels, maakt byna

twee-en-een-half millioen buffels!

Twee-en-een-half millioen buffels, in vyf jaar afgenomen aan de

Indische bevolking, onder de Regeering van één Gouverneur-Generaal

die z'n plicht niet doet! 't Is zoo véél niet, meent ge?

Eilieve, nu waarlyk voor de allerlaatste maal: Een buffel kost van

vyftien tot dertig gulden. Stel twintig gulden... vermenigvuldigt,

zeg ik u!

Twintig maal twee-en-een-half millioen, maakt vyftig millioen.

Vyftig-millioen guldens geldswaarde aan buffels die aan de

Indische bevolking werden afgenomen onder de regeering van éen

Gouverneur-Generaal, die z'n plicht niet doet! 't Is zoo véél niet,

meent ge?

Eilieve, en dit nu waarachtig voor de allerlaatste maal: Het afnemen

van buffels aan de bevolking is het ergste niet! Heeredienst,

onbetaalde arbeid, onbetaalde levering van allerlei zaken,

bedraagt in geldswaarde méer, véél meer, twintigmaal meer o

Kiezers! Vermenigvuldigt, zeg ik u!

Twintigmaal vyftigmillioen maakt Duizendmillioen.

Is 't genoeg Kiezers?

Duizend millioen Guldens geldswaarde, die aan de Indische bevolking

wordt afgenomen, onder de regeering van een Gouverneur-Generaal die

z'n plicht niet doet. [52]

Is u dit nu eindelyk genoeg, o Kiezers van Nederland?

Mocht het nóg niet genoeg wezen, dan stel ik u vóor, nogeens te

vermenigvuldigen met het verhoudingscyfer tusschen de afpersingen

die vermeld staan in myn zeer zakelyke, lokale en personele opgave

van Parang Koedjang--den grondslag onzer berekening--en het getal

van de rooveryen die niet ter myner kennis kwamen, omdat de klagers

werden vermoord, en in de rivier gesmeten, op weg naar myn huis!

En tot dien grondslag keer ik nu terug om aan den betrokkene te vragen:

welke fouten ik gemaakt heb in myn berekening!

Eén buffel ... één buffel ... één buffel!

Eén buffel, Excellentie! Eén buffel, man van welverdiende rust! Eén

buffel, man van "kunde, trouw en yver!" Eén buffel, oud-prokureur of

oude prokureur! Eén buffel, geachte spreker! Eén buffel, rechtzinnig

Christen! Eén buffel, man van liberalisme en vryen-arbeid! Eén buffel,

man van 't wreede en domme kuisheidsbeluit! Eén buffel, man van

't rystleverings-kontrakt op Banka! Eén buffel, man van de moorden

op Banjermassing! Eén buffel, man van de lafhartige bedelcirculaire

voor de slachtoffers van zeeroof! Eén buffel, hoort ge? Eén buffel

... één buffel!

Maar dit kàn ik, dit zàl ik, dit doe ik by dezen: ik gelast en dwing

ieder die u ziet, ieder die u hoort... te mompelen in zichzelf:

Eén buffel!

En ik veroordeel U, tot bewustzyn dat men 't mompelt! Ja, ik gelast

u het nàtezeggen in uw binnenste. Beweer dat ge niet gehoorzaamt,

als ge durft!

Eén buffel, één buffel!

"Ja, éen! 't Spyt me dat aan sommige bevoorrechten twée buffels

zyn afgenomen.

Eén buffel! ... waarschynlyk de laatste!

Twee buffels ... 't is minder treffend!

Waar men twee buffels afneemt te-gelyk, wàren nog twee buffels te

nemen, en met wat verbeeldingskracht zou men zich kunnen voorstellen

dat er nòg meer waren ... dat er nog 'n buffel overschoot?

Neen: éen buffel! Zoo moet het wezen!

Ik stel u voor, o deugdzame Kiezers, iemand naar den Haag

aftevaardigen, die 't ministerie uitnoodigt de Javasche Hoofden te

gelasten nooit twee buffels te-gelyk aftenemen aan dezelfde persoon,

omdat dit--uit 'n letterkundig oogpunt--die indrukwekkende monotonie

breekt, van alle tegenwoordige en toekomende Saïdjah-histories.

Vervloekt alweer, dat ge zoo hard van gehoor zyt, dat ik spot noodig

heb om verstaan te worden! Ik hoop dat ge nu eindelyk begrypt, o

Kiezers, waarom ik niet gediend ben met het brevet van mooischryver dat

ge my uitreikt. Is er styl, is er poëzie, is er geest in de lyst van

gestolen buffels? Is die lyst niet nuchter als vóór-beurstyd? Riekt

hy minder naar "zaken" dan uw lysten van kaveling? Dan uw notitien

van verkoop?

Zoudt ge 't prettig vinden, wanneer ik aan elken diefstal--aan elken

officieelen diefstal namelyk: van onbeambte dieven spreken we hier

niet--als ik aan elken diefstal een vertelling vastknoopte? Als ik by

elken nieuwen buffel, nieuwe wanhoop uitvond? Als ik nieuwe ellende

borduurde op 't kanevas van elke nieuwe misdaad? Als ik nieuwe liefde

en nieuwe vertwyfeling schiep by elk nieuw plichtverzuim? Maar,

Kiezers, dit doet gy immers ook niet in uw staten, opgaven, nota's,

en hoe 't verder heeten moog ...

"No. zóó! Zóóveel pakken, zóóveel balen, zóóveel vaten ..."

Waarom gelooft ge my niet?

Doch ik vorder geen geloof. Er is 'n zeer eenvoudig middel om te

onderzoeken of al de kavelingen gestolen buffels behoorlyk aanwezig

zyn op 't zondenregister van wien 't aangaat. Vergun my dat ik u het

adres opgeef:

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 77 / 125 题