"Waarom niet?" vraagde Herman verbaasd.
"Omdat ik, door te vluchten, jou op het schavot breng."
"Zoo?" zeide Herman; "als ge ooit hebt gedwaald, dan is het nu. Ik
zal een poosje moeten brommen, en daar is 't mee uit. Ik geef je de
verzekering, dat mij geen haar zal worden gekrenkt."
Hij sprak overtuigend, dringend en overreedde Arie.
De jongen gaf toe, en verbeidde met kloppend hart den uitslag van
het goed overlegde plan, waarvan dood en leven afhing.
Het was nu ruim tien uur in den avond.