ZEVENDE TOONEEL.

De vorigen zonder Jo.

TRUUS (angstig). ’k Gloof dat se bàng is geworden...

MARIETJE. Wil ’k ’r gaan opzoeke?...

KNIERTJE. Nee kind – Buiten bedaart ze van zelf – overspannen – de twee

laatste dage – Gaat u nou wèg, juffrouw?...

CLÉMENTINE. ’t Is laat geworden Knier – en je nicht – je nicht was wel

’n beetje onhebbelijk – nee, ’k neem ’t niet kwalijk. Wie brengt me na

huis?

SAART. As ’r dan één opstapt, – stappe we allemaal op – met mekaar waai

je niet weg – Dag Knier.

MARIETJE (bedrukt). Dag tante Knier...

KNIERTJE. Nog is wel bedankt, juffrouw voor de soep en de eiere...

TRUUS. Kom je morrege-avond bij mijn ’n kommetje drinke – toe, zeg maar

ja –

KNIERTJE. Nou misschien. Dag juffrouw. Dag Marietje. Dag Saart. As je

Jo ziet, stuur d’r direk, wil je? (Zij ruimt de koppen weg. De wind

huilt woest-gierend om het huis. Angstig luistert zij bij het raam,

schuift haar stoel dicht bij den schouw, staart in ’t vuur, begint

lippen-prevelend een rozenkrans te draaien).

Op Hoop van Zegen: Spel van de Zee in 4 Bedrijven · 第 49 / 76 题