Ui, een slecht gemaakte stoot op 't biljart (zie Stinker). In 't
algemeen een misslag.
Uitpeezen, uitvijlen. De kienen uitpeezen. Hollanders gaan
gemakkelijk. (Zie Kienen).
Uitvisschen, uithooren.
Universiteiten, gevangenissen.
Uppie, 1/2 cent. (Zie luffie en loefie).