[1] Prof. Ziegler staaft deze opmerking door te verwijzen naar Duitsche
toestanden en gebeurtenissen, die aan zijne lezers genoegzaam bekend
zijn om te bevestigen wat hij betoogt. Voor onze lezers zijn zij dat
natuurlijk niet. De vertaler heeft dus terecht zich veroorloofd in de
eerstvolgende bladzijden af te wijken van den tekst en een nieuw stuk in
te voegen, dat voor Hollandsche lezers meer geschikt was om het bewijs
te leveren, dat de godsdienst inderdaad een veel grooter beteekenis
heeft gehad en weder heeft gekregen voor heel ons geestelijk,
maatschappelijk en staatkundig leven dan de kortzichtige vrijdenkerij,
in de perioden toen Materialisme en Atheïsme overheerschende
geestesstroomingen waren, begrepen en voorzien heeft. Enkele sprekende
feiten, zooals de strijd in Duitschland over de Apostolische
Geloofsbelijdenis, over Harnack’s Wesen des Christentums, over de zaak
Schrempf enz., zijn in ons vaderland niet aan te wijzen, deels omdat
sinds de dagen van de opkomst der „Moderne Theologie”, toen ongeveer
iedereen theologiseerde, de theologie, zoolang er geen partijbelangen
mede zijn gemoeid, slechts matige publieke belangstelling geniet, met de
natuurlijke gevolgen van veel onkunde, vooroordeel en misverstand ten
aanzien van deze groep wetenschappen bij vele „algemeen”
ontwikkelden;--anderdeels omdat bij ons niet, gelijk in Duitschland, de
staat zeggenschap heeft op het gebied van het kerkelijke leven en dus
godsdienstige en theologische kwesties niet ver buiten den kring der
waarlijk belangstellenden in al wat den godsdienst raakt de aandacht
plegen te trekken. Daarom verwijst de vertaler slechts naar feiten van
algemeenen aard, die trouwens sprekend genoeg zijn. Wie nog een concreet
feit genoemd wenscht te zien, merke op, hoe alle groote,
kerkelijk-neutrale bladen, in het laatste tiental jaren belangrijke
rubrieken bevatten, niet alleen met gebeurtenissen maar ook met
uitvoerige beschouwingen over godsdienstig en kerkelijk leven in ons
vaderland. De groote pers is in dit opzicht niet alleen de
voorlichtster, maar zeker niet minder de spiegel van den tijdgeest, die
de ontzaglijke beteekenis van godsdienstige overtuigingen, beginselen en
stroomingen voor heel het geestesleven eindelijk weer begint in te zien.