III.

Zeelui zijn excentriek. Ze hebben bijna altijd elk een dwaze

eigenaardigheid. Dit treft gelukkig voor den schrijver van

zeevaartkundige verhalen, die anders te flauw zouden worden, met

zeewater en al. De bemanning van Het Zeepaard maakte geen uitzondering

op dezen regel.

De kapitein had zelfs twee eigenaardigheden. Primo vloekte hij

verbazend en secundo loog hij verschrikkelijk. In het vloeken was hij

bepaald No. 1. Als leugenaar moest hij evenwel de vlag strijken voor

den eersten stuurman Ferm, die hierin elkeen den loef afstak.

Maar het liegen was Ferm's eenige excentriciteit niet. Hij had er nog

één, die niet minder vermakelijk was. Hij stond n.l. erg graag op zijn

hoofd. Dat was zijn grootste liefhebberij. Als de bekwame zeerob het

maar even lappen kon, hopsa, daar stond hij weer op zijn hoofd. Hij

gaf zijn beste orders, op zijn hoofd staande. En hij loog het beste,

in die houding.

Nu was er iemand op het schip, die deze laatste gewoonte van Ferm

niet uit kon staan. Dat was de heer Kwak, onze scheepsdokter,

een platboomsvaartuig met korte masten en boegsprieten. Het liegen

kon hem niet schelen, maar hij haatte den stuurman om dat op zijn

hoofd staan. En als deze in die houding braaf er op los loog, of

commandeerde: "Aan lij! Bakboord houden! Reef het topzeil!" of iets

dergelijks, kwam de scheepsdokter en kneep hem in de kuiten. Dan sloeg

Ferm om. Stond Ferm een goed half uur op zijn hoofd en bleef de dokter

uit zijn vaarwater, dan werd zijn gelaat heelemaal donker. Dan zeiden

onze branikragen: Ferm liegt weer dat hij zwart ziet.

Een van zijn geliefkoosde verhalen was, dat hij eenmaal als jongen,

heelemaal alleen, een schip buit had gemaakt. Avontuurlijk van aard

als ik was, besloot ik, dit ook te doen.

Parodieën · 第 22 / 38 题