XIX. VERHAEL.

De Turcken houden haer woort.

Ick hebbe in een van mijn voorgaende verhalinghen doen ſien dat de

Generael Alli Pegelin geen andere Godt noch geen andere Religie hadde,

als zijn Intreſt: Het welck ick wijders remarquere, om u ſoo veel te

meer te doen verwonderen, dat nadien hy geen Religie hadde, hy zijn

woort ſoo wel hiel.

Na dat ick vijf Maenden Slaef van Pegelin geweeſt was, gingh ick by hem

om te accorderen over mijn rantſoen, ende om hem te bewegen, kuſte ick

de Mouwen van zijn kleedt die tot de Aerde toe hingh, zijnde een

Compliment van Africa, ende ick ſeyde hem: Mijn Heere, het ſijn vijf

Maenden dat ick u Slaef ben, ick twijfele niet ofte uwe Signorie is nu

wel geinformeert wie ick ben, dat is, een arme Soldaet, ende niet een

Rijcke Ridder, gelijck uwe Signorie ſeyde wel te weten wanneer gy my

kocht (want de Turcken ſijn ſeer liberael eenige titels te geven aende

nieuwe Slaven, den eenen noemende Ridder, den anderen Soon van een

Graef, ende ſeggende dat de andere ſeer Rijck zijn, om door die middel

grooter rantſoen Gelt te krijghen). Pegelin antwoorde my: Ick wete noch

niet wie gy ſijt, maer alſoo ick over u rantſoen accordere, alwaert dat

ick daer na verſtonde dat gy Rijck zijt, ſal ick mijn woordt houden,

gelijck ick met verſcheyde Perſoonen ghedaen hebbe, my noemende onder

andere een Coopman van Genua, genoemt Marco Anthonio Follopi. Maer

gelijck ick breeder verhaeldt hebbe in het diſcours van mijn Reyſe, het

tractaet van mijn rantſoen wierde uytgeſtelt voor eenige daghen, ende

ick gingh wederom na de Bain. Dienſelfden avont informeerde ick my van

eenige Slaven mijne Vrienden, om te weten ofte onſe ghemeene Patroon

zijn woordt gehouden hadde met zijn Slaven, wanneerſe geaccordeert

vvaren, gelijck hy ſich roemde, ende vvat vande vvaerheydt vvas van die

Coopman van Genua genoemt Marco Anthonio Falconi, van vvien hy my

voornementlijck geſproken hadde: Sy verſeeckerden my datſe

Oogh-Getuygen daer van ghevveeſt vvaren, teghens haer vville: Want ſy

roeyden doen op de Galeye, ende ſy verhaelden my de Hiſtorie in’t

langhe aldus. Een Coopman van Genua die langen tijdt in Spaignen inde

Stadt van Cadix gevvoont hadde, alvvaer hy een groote commercie dede,

ſich bevindende ſeer Rijck te zijn, ende maer een Dochter te hebben,

docht goedt de commercie ’t eenemael te verlaten, ende na zijn

Vaderlandt te gaen: Hy maeckte alle zijn ſaken effen ende gingh met

ſijn Dochter negen Iaren oudt in een Brigantijn. Hy dede de Reyſe

ſonder het Landt te verlieſen met het gheſicht, ende ſonder diep in Zee

te gaen, vreeſende de Turckſe Zee-Roovers: Zijnde ghekomen op de Kuſt

van Valencia, ontdeckte Pegelin die met zijne Galeyen de Zee ſchuymde,

van verre de Brigantijn, ende dede de ſelfde de vlucht nemen. Die vande

Brigantijn deden met Zeylen ende roeyen haer beſte om het Landt te

krijgen: Maer de Galeyen door de menichte van Roeyers zijnde gekomen

tot een Muſquet-ſchoot vande Brigantijn af, wierpen de Coopman van

Genua ende de Zee-Luyden haer ſelven in Zee ende ſalveerden haer met

ſwemmen aen Landt, ende het Dochterken van negen jaren bleef alleen

inde Brigantijn. Eenige Turcken quamen door ordere van Pegelin inde

Brigantijn om de ſelfde met haer te nemen.

Den goeden Coopman van Genua die aen Landt was, ſagh zijn Dochter in

Handen vande Turcken. De Galeyen wenden Zee-waerts in: De Coopman

avanceerde oock ſoo verre hy konde inde Zee, ende maeckte met zijn

Neuſdoeck aende Galeye een teken datſe hem ſouden komen nemen. De

Turcken waren verwondert ſoodanigen ding te ſien, ghelijck mede Pegelin

ſelfs dede, die ordre gaf datmen hem met de Boot ſoude gaen halen. Men

preſenteerde deſen Volontariſen gevangen aen de Generael Pegelin, de

welcke hem beſpottende ſeyde hem, waerom hy ſoo geluckig geeſcapeert

ſijnde, hemſelven vrywilligh in Slavernye hadde begeven, die de

verſekertſte Luyden doet beven van ſchricke.

Deſen Coopman vernemende dat die met hem ſprack de Generael was, begon

in het Italiaens (welcke ſpraeck Pegelin verſtonde) aldus te ſpreecken:

Ick ben een Coopman van Genua, ick hebbe langhen tijdt in Spaignen

Coopmanſchap gedaen, ende ick meende met deſe Dochter mijn eenigh Kindt

dien u gevangen is na mijn Vaderlandt te gaen, ende gy hebt my gevangen

genomen met haer: Want hoe wel het ſcheen dat ick geechapeert was, was

ick door mijn Vaderlijcke liefde meer gevangen als ſy. Waerom ick my

oock over gegeven hebbe, ende indien uwe Signorie my wil rantſoeneren,

ſal het ſelfde my licht doen dragen de difficulteyten ende

moeyelijckheden vande Slavernye.

Pegelin hem hebbende neerſtigh toegehoort, ſeyde hem, ghy ſult voor u

ende voor u Dochters rantſoen betalen ſes duyſent ſtucken van achten:

De Genueeſch antwoorde terſtondt, ick ſalſe betalen. Daer was op deſe

Galeye een Slaef van Genua die roeyde, dewelcke met de Generael ſocht

te ſpreecken: ’t Welck men Pegelin aenſeyde, die het hem toeliet, ende

de Slaef ſeyde hem: Ick kenne deſen Gevangen ſeer wel, hy is mijn

Lants-man, hy is machtigh om viermael meer te betalen als uwe Signorie

van hem geeyſcht hebt, Pegelin antwoorde hem: Parola de mi e parola de

mi, dat is te ſeggen, mijn woordt is mijn woordt. Het welcke ick

beſchreven hebbe, om te doen blijken dat de Turcken ende de

ongeloovigen haer woordt houden, tot ſchaemte vande Chriſtenen, die het

niet doen.

Turckse slavernie · 第 26 / 44 题