XVIII. VERHAEL.

Het ghebruyck van Vergift is ſeer gemeen in Africa.

Yemant met vergift om te brengen is een ſeer gemeene miſdaedt in

Africa. Wanneer ick tot Argiers was, hadden de Zee-Roovers een Fregat

ghenomen die tot Duynkercke gemaect was. Dit gebouſel behaeghde alle de

Vrybuyterſe Capiteynen ſeer wel, ende yeder van haer wilde die hebben.

Maer alſoo de Baſſa voor zijn recht van acht Chriſtenen eenen heeft,

ende van yder Schip de helft, hadde de broeder vande Baſſa, die een

Vrybuyterſe Capiteyn was, de Fregat. Waer over den vermaerden Capiteyn

den grooten Moor (vanden welcken ick hier voren geſproken hebbe)

nijdigh ende qualijck te vrede was: Seggende in volle compagnie, datmen

hem ongelijck ghedaen hadde, dat men hem die Fregatte niet ghelaten

hadde, mits daer voor betalende als hy gheboden hadde. Dat de Broeder

van de Baſſa nergens goe voor en was, als om de Buyt te deelen, en de

hy om de ſelfde te nemen met een Rappier inde Handt.

Dit diſcours wierde gerapporteert aen de Broeder van de Baſſa, die daer

over ſeer vertoornt was, ende middel ſocht ſich daer over te wreecken.

Om hem in Duel te roepen, vermochte hy niet, door dien het de maniere

niet en is, de partye vanden grooten Moor ende hem was niet gelijck,

want hy was te ſwack voor ſoo grooten Vyandt. Hy veynſde zijn

gramſchap, ende eenighe daghen daer na noodighde hy den Grooten Moor

met noch eenige andere Capiteynen ’s middaghs ten eten, haer gevende de

grootſte cier alſmen konde bedencken om te beter het quaet van ſijn

Herte te bedecken.

Het middaghmael gedaen ſijnde, retireerde ſich yeder een, den Grooten

Moor thuys gekomen ſijnde, voelde ſijn Maegh uyt der maten

ghealtereert: Hy riep een van zijn Slaven die een Chirurgijn was, ende

ſeyde hem; Ghy moet my terſtont wat remedie geven, want ick gevoele dat

ick vergeven ben. Den Chirurgijn ſeer ervaren in ſijn Konſt, gaf hem

terſtont een goede quantiteyt Melck te drincken, ende ſiende dat de

Melck in ’t Lijf bleef, dede hy zijn Hooft om laegh houden, ende ten

laetſten quam de Melck uyt met het vergift, ende ſoo wierde den Grooten

Moor geneſen, ende de Broeder van de Baſſa beſpot om dat hy het Vergift

op de maniere van Africa niet hadde konnen toebereyden: De welcke

ſoodanigh is dat het zijn effect niet en doe als eenigen tijdt daer na.

Dit langhſaem Vergift is de oorſaecke waerom veele Spaignaerts ende

Italianen het Chriſtelijcke Geloof verſaecken. De reden is, dat veele

Turcken haer begeven tot de vervloeckelijcke Sonde, ende de Vrouwen

debaucheren haer met de Slaven. Eyndelijck ſeggen ſy haer: Indien gy u

Geloof wilt verſaecken, ſal ick u Trouwen, ende in plaetſe van een arme

Slaef u maecken een Rijck Meeſter van dit Huys: Deſe beloften ſijn

ſchoon, ende alſoo het meeſtendeel van de Slaven van gheboorte

Zee-Luyden zijn, die in haer Landt arm ſijn, ende die haer leven met

arbeyden moeten winnen, laten ſy haer-luyden op deſe ſchoone apparentie

van vryheydt, ende van Rijckdommen, ende op de ſollicitatien van een

ſchoone Vrouwe, ende voor het tijdelijcke goet laten ſy het eeuwige. De

Vrouwen geven dan aen haer Mans een langhſaem Vergift, ende Trouwen met

de Gerenegeerde Slaef. De Juſtitie en doet geen ſcherpe onderſoeckinge

van deſe ſlagh van miſdaden: Daer zijnder veel die haer roemen datſe in

deſe Konſt excelleren.

Het gedenckt my dat ick twee Gerenegeerde Franſen te ſamen hoorde

diſcoureren, d’ een ſeggende tot de andere. Gaet ghy noch uwe Hoere

ſoecken: d’ Andere ſeyde, ja: Maer het ſal niet langh duyren, ick

bender moede van, ick hebbe de remedie in mijn Koffer om my daer van te

ontlaſten. Ick hebbe mede gheſien wanneer ick Slaef van Pegelin was,

dat onſe Meeſter een groote Feeſt maeckte in zijn Plaiſier-Huys buyten

de Stadt, ende tot een grooter pracht dedemen de Koſt draghen door 250.

Slaven (onder de welcke ick die ghene was die een Schotel met Noten

droegh:) Deſe Slaven marcheerden in ordre twintigh te gelijck: Daer

waſſer een die een Mande droegh bedeckt met een Zijden doeck, ende in

die Mande was Broot ofte eenige Paſteyen. De genoodighde waren de

vermaertſte Capiteynen, ende de Rijckſte Reeders van Schepen. De Baſſa

was daer oock met eenige van zijne voornaemſte Favoryten: Maer 20. van

zijne Slaven brochten zijn eyghen Koſt ende dranck, want hy vertrouwde

Pegelin niet: Nochtans wierde dat niet qualijck ghenomen. Het ſoude

ſomwijlen beter zijn by een Alarbe in Africa te eten, als ghenoodigt te

zijn op het Feeſt van ſo Groote Heeren.

Turckse slavernie · 第 25 / 44 题