XII. VERHAEL.

De maniere vande dooden tot Argiers te begraven.

In een van mijn voorgaende Verhalingen, hebbe ick mentie gemaeckt van

den Oorlogh van een Barbariſen Koningh Benali tegen de Baſſa van

Argiers. In deſen Oorlogh wierden vele Turcken ende Renegados doodt

geſlagen. Onder andere een Bulcebas, dat is Capiteyn van infanterie.

Deſen Bulcebas was een Renegado, ende hadde Slaef van mijn Patroon

Mahomet Celibi Oiga gheweeſt: Ende hy woonde inde ſelfde ſtraet van de

voorſz Mahomet Celibi.

Soo haeſt als de tydinghe gekomen was vande doodt van deſen Bulcebas,

ging mijn Patroneſſe vergeſelſchapt met twee ſwartinnen hare Slavinnen,

ende met alle de Vrouwen vande buyrt, in het huys vande Weduwe, ende

ſoo haeſt als ſy daer binnen waren gekomen, begonnenſe te ſchreyen,

weenen, roepen, ende haer deſperatelijck aen te ſtellen; ende een van

deſe Vrouwen klopte geſtadig met een ſtuck Yſers op een Tafel, het

welcke ſoo grooten geluyt ende ſoo ſchrickelijcken geraes maeckte, als

ofte de ſtraet vol dolle Menſchen ware. Ick vviſte vvel dat het de

maniere van ſich te beklagen inden rouvv op zijn Africaens vvas.

Wanneer mijn Patroneſſe vvederom thuys quam, thoonde ick als ofte ick

de reden van alle dat gekrijt niet en vviſte, vragende de oorſaecke

vvaerom ſy geſchreyt hadde, ende vvaerom ſy haer aenſicht gekrabbelt

ende bebloet hadde. Sy antvvoorde my, dat het de maniere van het Landt

vvas, ende datmen op deſe vvijſe de doodt van de Ouders ende goede

Vrienden bevveende. Ick repliceerde: Dat is goet voor u, die den

overleden kent: Maer vvederom is uvve Slavinne bekrabbelt ende bebloet

gelijck als gy, devvijl ſy den overleden niet en kent, vvant ſy is

onlangs eerſt by u gekomen, ende is vvildt? Mijn Patroneſſe antvvoorde

my. Zy heeft ghedaen gelijck ſy ghezien heeft datmen dede, ſonder

andere reden.

Op dit vvoort van wildt, ſult gy vveten dat het Koninckrijck van

Argiers vele kleyne tributariſe Koningen heeft ende ſommige van haer

betalen door ghebreck van Gelt haer jaerlijckſe tribuyt met menſchen.

Deſe menſchen zijn ofte gevangen Arabiers, genaemt dvvalende Arabiers:

Ofte by gebreck van gevangens, betalenſe met haer eygen onderſaten: Men

noemt ſoodanigh Volck tot Argiers, Wilde, om datſe de ghemeene ſpraecke

van het Landt, te vveten, Arabiſch ofte Moors, niet en kennen.

Turckse slavernie · 第 18 / 44 题