XI. VERHAEL.

Vande ondanckbaerheydt van een Portugijſſe Slaef.

Ick hebbe binnen Argiers gekent een Capiteyn ſijnde een vermaerde

Zee-Roover, genaemt den grooten Moor, van Natie een Moſabi, ſijnde een

Natie van arme Arabes, ſeer veracht, ende gants niet geeſtimeert: Om

datſe haer tot de Wapenen niet begeven, ende de Keucke liever hebben

als den Oorlogh. Sy gaen ordinaris met Darmen om, onaenghenaem van

weſen, want ſy ſijn noch ſwart noch wit, ende noch minder mulatten:

Maer het ſchijnt dat haer aenſicht van Olye is.

Den Grooten Moor, ſijnde een Ionge van ontrent twaelf Jaren quam tot

Argiers: ende alſoo de Coopmanſchap van darmen hem miſhaechde, ging hy

met de Zee-roovers Scheep voor Ionge vande Capiteyn: ende door de

gedurige navigatien ende verſcheyde gevechten, wierde hy een ervaren

Zee-man ende een goet Soldaet, verkrijgende ſoo veel reputatie, dat de

Reeders hem Capiteyn van een kleyn Schip maeckten: ende daer na van een

groot Schip met 30. ſtucken Geſchut. Eyndelijck wierde hy Capiteyn van

een Galeye gemaeckt.

Deſen grooten Moor was de vreeſe van alle de Chriſtenen Schepen, die

inde Middelandtſe Zee voeren, ende van alle de Turcken geeſtimeert voor

een Godt Mars. Ick ghelove dat indien den Grooten Heer hem abſoluyt

commandement op de Zee gegeven hadde, ghelijck Sultan Soliman het gaf

aen den Eerts-Zee-roover Barberoſſe inde voorgaende eeuwe, de Victorien

van den grooten Moor grooter ſouden zijn geweeſt als die van alle de

Ottomanſe Generaels, want hy was een Leeuw in het vechten, ende een Lam

in ſijne Victorien, tracterende ſijne overwonnen Vyanden met

ſoeticheydt ende groote courtoiſie.

Deſen grooten Moor hadde onder andere een Portugijſe Slaef die hem aen

Landt diende voor Camerlingh, ende op Zee als Schrijver. Deſen

Portugijs hadde ſijn Patroon eenige jaren langh getrouwelijck gedient

ſoo ter Zee als te Lande. Op ſeeckeren dagh kruyſte den grooten Turck

met ſijn Schip de Kuſt van Portugael: Hy riep zijn Slaef, ende ſeyde

hem: Gy hebt ſoo veel jaren my getrouwelijck ghedient, ick geve u

vryheydt, ende gaf terſtont ordre de Kuſt te approcheren, om deſen

libertijn te lichter met de Chaloup aen Landt te ſetten, die zijn

Meeſter bedanckte met een dobbelſinnigh ende ondanckbaer Herte.

Terwijlmen dicht by het Landt quam, ging hy ſecretelijck inde Kejuyt,

ende opende een Coffer van ſijn Patroon, daer hy de Sleutelen van

hadde, ende nam eenige Hembden, ende om zijn voornemen te volbrengen

ſonder ontdeckt te worden, dede hy die onder zijne Kleederen. Men ſette

de Chaloup in Zee, ende de Portugijs overleverende de Sleutelen vande

Coffer, nam zijn laetſte adieu van zijn Patroon. Men ſette hem aen

Landt, de Chaloup quam wederom, ende het Schip continueerde met

kruyſen. Eenige dagen daer na wilde de groote Turck ſchoon Lywaet

aendoen: Maer hy was bedroghen, want zijn lywaet was van dien

ondanckbaren geſtolen. Hy wierde ſoo ſeer vertoornt, dat hy ſeyde, ick

ſwere by het leven van den Grooten Heere, dat indien ick dien

ondanckbaren Chriſten wederom in mijn Handen krijge, hy de Slavernye om

op de Galeyen te roeyen niet ſal eſchapperen.

Op de ſelfde tijdt geſchiede een andere ſeer remarquable ſake, te

weten, dat de Generael Alli Pegelin, verloren hebbende een Diamant van

groote prijs, de ſelfde van alle ſijne Slaven aen alle kanten dede

ſoecken: onder andere vonde de ſelfde een van ſijne Slaven ſijnde een

Spaengiaert. Hy preſenteerde de Diamant aen Pegelin, die de ſelfde

ontfing, blijde zijnde dat hy die hadde, ghevende aende Slaef tot

recompenſie een half ſtuck van achten, ende hem ſeggende, Neemt dat gy

beeſt ſonder verſtandt, ende koopt een Touw om u te hanghen: Ghy hadt u

vryheydt gewonnen, ende gy hebtſe niet konnen nemen. Alli Pegelin was

immers ſoo ondanckbaer tegens ſijn Spaenſe Slaef, als de Portugijſe

Slaef was tegens den grooten Moor.

Turckse slavernie · 第 17 / 44 题