Een wonderlijck effect van een vervloeckte Liefde.
Wanneer ick inde Fonduke woonde met mijn Patroon Cataborne Moſtafa, ſag
ick een Turck van Natie maer van Religie een Cherubin, dat is te ſeggen
een Ketter op haer maniere, in het Logement komen droncken ende dol
ſijnde gelijck een Beeſt, om dat hy opinum gegeten hadde, Hy riep ſijn
ſlaef die een Yerlander was, ende beval hem dat hy een Confoort met
vier ſoude halen. De ſlaef was hem terſtont ghehoorſaem. Doen nam hy in
ſijn rechter Handt ſijn Mes, ende Druckende ſijn ſlincker-Handt teghens
een Pilaer den Arm bloot ſijnde, beval hy ſijn ſlaef op pene van
terſtont doodt geſlagen te worden, een heete Koole op ſijn ſlincker-Arm
te leggen. De Slaef leyde ſonder repliceren een brandende Koole daer
op: Hy beval de ſlaef wederom de Koole te blaſen, ’t welck hy dede, ſoo
dat de Koole in het Vleyſch gingh. Ende deſen Beeſt-achtigen Turck lede
deſe ſoo groote pijne met een wonderlijcke ſtantvaſtigheydt. Ick ſagh
dit ſpectakel niet ſonder verbaeſtheydt te ſien ſoodanighen vvreetheydt
tegen ſijn ſelven te doen, ende vraeghde de andere Turcken ende
Chriſten ſlaven die der tegenvvoordigh vvaren, waer om de Turck ſijn
eygen beul vvas. Sy antvvoorden my, dat dien na middagh hy ghetracht
hadde zijn vervloeckte Liefde te voldoen, ende zijnde dol ghevvorden om
dat zijn voornemen niet geluckt vvas, brande hy zijn ſelven. Het is
waer dat hy zijn ſelven de ſtraffe aen dede die hy verdient hadde: Want
de daedt die hy hadde willen doen, verdiende het vyer.