VI. VERHAEL.

Een wonderlijck effect van een vervloeckte Liefde.

Wanneer ick inde Fonduke woonde met mijn Patroon Cataborne Moſtafa, ſag

ick een Turck van Natie maer van Religie een Cherubin, dat is te ſeggen

een Ketter op haer maniere, in het Logement komen droncken ende dol

ſijnde gelijck een Beeſt, om dat hy opinum gegeten hadde, Hy riep ſijn

ſlaef die een Yerlander was, ende beval hem dat hy een Confoort met

vier ſoude halen. De ſlaef was hem terſtont ghehoorſaem. Doen nam hy in

ſijn rechter Handt ſijn Mes, ende Druckende ſijn ſlincker-Handt teghens

een Pilaer den Arm bloot ſijnde, beval hy ſijn ſlaef op pene van

terſtont doodt geſlagen te worden, een heete Koole op ſijn ſlincker-Arm

te leggen. De Slaef leyde ſonder repliceren een brandende Koole daer

op: Hy beval de ſlaef wederom de Koole te blaſen, ’t welck hy dede, ſoo

dat de Koole in het Vleyſch gingh. Ende deſen Beeſt-achtigen Turck lede

deſe ſoo groote pijne met een wonderlijcke ſtantvaſtigheydt. Ick ſagh

dit ſpectakel niet ſonder verbaeſtheydt te ſien ſoodanighen vvreetheydt

tegen ſijn ſelven te doen, ende vraeghde de andere Turcken ende

Chriſten ſlaven die der tegenvvoordigh vvaren, waer om de Turck ſijn

eygen beul vvas. Sy antvvoorden my, dat dien na middagh hy ghetracht

hadde zijn vervloeckte Liefde te voldoen, ende zijnde dol ghevvorden om

dat zijn voornemen niet geluckt vvas, brande hy zijn ſelven. Het is

waer dat hy zijn ſelven de ſtraffe aen dede die hy verdient hadde: Want

de daedt die hy hadde willen doen, verdiende het vyer.

Turckse slavernie · 第 12 / 44 题