III. VERHAEL.

De Volstandigheydt van een Chriſten Slavinne om in haer Geloof te

blijven.

In het Iaer 1641. vervolgde een Zeerover van Argiers een Spaenſe Barck.

Die daer in waren, geen remedie ſiende om het perijckel te ontgaen,

ſogten met ſwemmen het Landt te krijgen. Inde Barck was gebleven een

Oude Spaingnaert van tſeventig Iaren, met de byſit van de Patroon van

de Barck: Deſe twee wierden voor de Baſſa gebracht volgens de gewoonte.

De Vrouw van de Baſſa hadde door een Venſter deſe Vrouw geſien, ende

ſont terſtont een van hare Eunuchen aen de Baſſa om hem te ſeggen, dat

ſy ſeer begerich was deſe Vrouwe te hebben. Deſe Baſſa ſonde haer voor

den ſelfde Eunuch tot een preſent voor ſijn Vrouwe, die daer over ſeer

blijde was, gevende terſtont werck aen haer nieuwe Slavinne. Na vijf

daghen vernam de Vrouw van de Baſſa dat deſe Chriſtinne ſeer fraey

Naeyen, borduren, ende andere Handt-Wercken koſte, ſoo datſe de goede

gratie van haer Meeſterſe won: de welcke haer Goude Berghen beloofde,

indienſe haer Chriſten Geloof wilde verſaecken, ende Turcks worden maer

te vergeefs: Want ſy ſeyde, Hoewel ick mijn ſelven vergeten hebbe als

een ſwacke Vrouwe, vertrouwe Ick nochtans ſoo ſeer op de goetheyt Gods

dat hy mijne ſonden ſal vergeven als ſijnde goet ende barmhertigh: U

verſeeckerende, dat alle mijn hope is op mijn Geloof, dat ick

nimmermeer ſal verlaten. De Maiſtreſſe hoorende ſoodanighen antwoordt,

was ſeer verbaeſt ende oock vertoornt: Daerom ordonneerde ſy datmen

deſe arme Slavinne 300. ſlagen met ſtocken ſoude geven. Ende ſiende

datſe ſtantvaſtigh ende beſtendig bleef gelijck een Rotſteen, trockmen

alle hare Kleederen af, ende men gaf haer Turckſe Kleederen, dieſe

aentrock, proteſterende voor Godt publijckelijck, datſe die alleen

aentrock om haer Lichaem te bedecken, ende niet om de Religie te

veranderen. Het welcke ick geremarqueert hebbe om te doen blijcken de

ſtantvaſtigheyt ende het vierige Geloof van deſe tweede Magdalene.

Turckse slavernie · 第 9 / 44 题