II. VERHAEL.

Vande Manhaftigheyt van een Hollantſe Capiteyn, die ſich defendeerde

alleen tegens vijf Turckſe Galeyen, ende twee Brigantijns, ende haer

verſtroyde.

In het Jaer 1641. inde Maent van September, quam tot Argiers, de Caja

vande Baſſa van Tripoli (Caja ſijnde de Luytenant) met een Galeye

verciert met zijne Standaerts, Vaendels ende Wimpels, Geborduyrt met

Ottomanſe halve Manen, eenighe Trompetten, ende andre Scheeps-Muſijck,

de Soldaten waren alle uyt gheleſen Turcken ofte Renegados, wel

ghekleedt, ende noch beter ghewapent op haer maniere. De Slaven die

roeyden op deſe Galeye waren meeſt alle Ruſſen ende Moſcoviters, die

door haer Gheboorte ſchijnen tot den arbeydt ghedeſteneert te ſijn.

Deſen Caja was tot Argiers gekomen om 250. Slaven te koopen, alle

Spaignaers ofte Italianen, die de Vice Roy van Tripoli voor een preſent

tot Conſtantinople aen den Grooten Heere wilde ſenden. Deſe Galeye

hadde eenige dagen voor Argiers gheweeſt, wanneer Alli Pegelin Capiteyn

Generael van de Galeyen vier Galeyen ghereet maeckte, om ſijn leſte

tocht van dit jaer te doen. De Caja die commandeerde deſe Bruylofts

Galeye (die ick alſoo noeme, om datſe bequamer was een nieuwe getroude

te voeren als de Zee te ſchuymen) ſeyde tot Pegelin, dat hy begerigh

was met hem te gaen, ende ſijn Fortuyn te volghen, hopende een goede

buyt te krijghen. Hy vertrock met Pegelin van Argiers, ende na vier

daghen reſcontreerden ſy een Enghels Schip, met 40. Stucken Geſchut.

Pegelin als Generael ſtelde de andere Capiteynen van de Galeyen voor,

om het ſelfde Schip aen te taſten: Maer de Capiteynen vonden het niet

raetſaem, vreeſende datſe haer Slaven die roeyden ſouden verlieſen,

ende twijfelden van de Victorie: Ondertuſſchen terwijl ſy raet ſloegen

kreegh het Engels Schip de nacht, ende ſpoede ſoo ſeer zijn Reyſe te

vervorderen dat de Turcken het ſelfde verloren. De vijf Galeyen, met de

twee Brigantijns die haer accompagneerden, begonnen de Zee te kruyſſen,

ende reſcontreerden by Majorca een kleyne Fregat, die een Raedts-Heer

met ſijn Familie van Barcelone haer retirerende in hadde. Pegelin

ſiende dat deſe Buyt van weynigh importantie was, begon de andere

Capiteynen te beſpotten, ſeggende: Men hadde behooren het Engels Schip

te attacqueren. Deſe Capiteynen ghemoeydt ſijnde datſe beſpot wierden,

reſolveerden aen te taſten het eerſte Schip dat ſy ſouden reſcontreren,

hoe ſterck oock dat het ſoude moghen ſijn. Deſe reſolutie behaechde

Pegelin wel, ende twee daghen daer na ſagen ſy een Hollandts Schip met

28. ſtucken Geſchut, ende met 40. Mannen. Het weder was heel ſtille,

waer door den Hollander ſich niet konde van ſijn Zeylen dienen. Pegelin

dede de Galeyen tot onder Canon ſchoot approcheren, ende ſiende dat de

Vlagghe Hollants was, ſonde hy een vande Brigantijns met een Renegado

Zeeuw na het Schip toe, met een witte Vlagghe, dewelcke approcherende

vraeghde de Hollantſche Schipper, wat hy begeerde. De Capiteyn Generael

Alli Pegelin, antwoorde hy, laet u weten, dat indien ghy u wilt over

gheven ſonder Vechten, hy u met al u Volck aen het eerſte Landt van de

Chriſtenen ſal ſetten, ’t welck hy gheſworen heeft by het Hooft van den

Grooten Heere: Daerom rade ick u dat ghy wilt accepteren de preſentatie

die ick u doe, terwijl het tijdt is: Anderſints voorwaer vreeſe ick dat

het u al te laet ſal berouwen. De Hollander ſoodanigen reden

verdrietende, antwoorde ſeer moedig. Ick kenne Alli Pegelin ſeer wel

(want hy hadde Slaef gheweeſt) het Schip komt de Ridders toe, ende de

Coopmanſchappen de Coopluyden: daerom kan ick niet wegh gheven dat my

niet toe en komt: Maer indien hy luſt heeft het Schip te hebben,

gelijck hy thoont, laet hem aen Boort komen, ende wy ſullen ſien ofte

wy hem ſullen konnen contenteren.

De Renegado keerde terſtont weder om dit antwoort te brenghen. Pegelin

onpatientigh ende ten hooghſten vertoornt ſijnde van de bravaden vanden

Hollander te verſtaen, gaf ſijne Galeyen ordre haer te rangeren op de

forme van een halve Mane, ende ſoo te roeyen na het achterſte van het

Schip, en alles teffens af te ſchieten, haer Geſchut was van 48. Ponden

Yſer, maer ſy ſchieten gemeenelijck maer ſteene kloten. Sijn bevel

wierde geexcuteert, maer wanneerſe het vier aen het Geſchut ſouden

ſteken, keerde de Hollantſe Schipper, ſijnde een ſeer gaeuw ende

ervaren Man, met faveur van een kleyne Windt die Godt hem toeſonde,

ſonder tijdt verlies ſijn Schip na d’ andere zijde: Ende brocht door

die bewegeniſſe de Vyandt in confuſie, ende brack alſoo haer voornemen:

Want de vijf Galeyen komende met kracht van Riemen na het Schip toe, in

plaets van te gaen in ordre van een halve Mane na het achterſte van ’t

Schip, ghelijck ſy gereſolveert waren, vondenſe haer ſelven in diſordre

ſtootende d’ een teghens den anderen ende malkander breeckende: Evenwel

quam de Galeye van Pegelin aen Boort, ende tſeventich Turcken ende

Renegados klommen op het Schip, met coutelaſſen inde handt, beginnende

de Touwen af te ſnijden, ende Vier-wercken te werpen om het Schip te

verbranden: Maer de Hollantſe Schipper, die alle ſijn Volck van binnen

hadde, begon met eenige ſtucken gheladen met Muſquet Koghels te

ſchieten van vooren na achteren van het Schip, waer van de Turcken

groote ſchade leden: Ondertuſſchen dorſte de Galeye die geabordeert

was, niet langher blijven, om dat het Schip gheladen was, ende de

monden van het Geſchut waren daer door ſoo laeg, datſe even

flancqueerden de boort van de Galeye. Het welcke Pegelin ſiende (want

hy begon te vreeſen) beval dat de Galeyen terſtont ſouden retireren. De

Turcken die in het begin van het ghevecht op het Schip gheklommen

waren, waren wel verbaeſt wanneerſe ſagen dat de Galeyen haer verlieten

op de genade van hare Vyanden: Ende verloren de courage. Die ſwemmen

konden, wierpen haer in Zee, de gequetſten ende die niet ſwemmen konden

bleven op den Overloop van het Schip als aenſchouwers van het ghevecht.

De Hollantſe Schipper dede ſijn Geſchut geladen met ſpijckers,

Muſquet-Kogels, ende Yſere ſtucken inde Galeye ſchieten, ende wierden

in minder als een Quartier-uyrs meer als 200. Turcken, Renegados, ende

ſlaven die roeyden, Chriſtenen ſijnde, ghedoodt, ſijnde een

beklaechelijcke ſaecke. De Galeyen aldus ghetracteert ſijnde, ſonder

Vyandt te ſien (want de Hollanders als geſeyt is, vochten van onder

in’t Schip ſonder datmenſe ſagh) retireerden haer. De Schipper ſiende

de Galeyen buyten Geſchuts-ſchoot, beval dat men de Turcken die op het

Schip overgebleven waren, ſoude doot ſlaen, die geduyrende het gevecht

boven op de Touwen haer gheberght hadden: Want op den Overloop was het

te heet. Doen quam de Hollantſe Schipper met ſijn Volck op den

Overloop, die op de Turcken ſchooten, die haer aen de touwen ende de

Maſt vaſt hielen, gelijckmen na de Papegaey ſchiet. Het was een

vermaeck voor de Hollanders, maer een droevighe tragedie voor de vijf

Galeyen, die twee Capiteynen doodt hadden, ende de Caja van Tripoli

hadde een Arm verloren, ende was inde Buyck gequetſt. Deſe Galeyen die

voor weynigh dagen uyt ghegaen waren, ende die de gantſche Middelandtſe

Zee vreeſe aenghejaeght hadden, ſaghmen van verre datſe wederom inde

Haven quamen.

Yder een was curieus wat nieuws te weten, ende de Zee-Kant was

terſtondt vol Volcks, onder de welcke ick mede was. Wanneer de Galeyen

de Haven naderden, ſaghmen datter twee waren die gheen Vlaggen hadden,

ende men meende dat het twee Spaenſe Galeyen waren die ſy hadden

genomen: Maer men kreeg wel haeſt een andere opinie, wanneermen ſagh

dat het Turckſe Galeyen waren, ende datſe geen Vlaggen op hadden, alſoo

hare Capiteynen gedoodt waren.

Doen was alle het playſier ende blijſchap verandert in rouwe ende

droefheyt, de Galeyen quamen langhſaem aen door gebreck van Roeyers,

inde Haven. Men brocht terſtont alle de gequetſten aen Landt, onder

andere de Caja van Tripoli, die tot Chirurgijn hadde een van ſijne

Chriſten Slaven, ſijnde van Marſeillen van gheboorte, die inde konſt

ſeer ervaren was. Maer de quetſure inden Buyck, was ongeneſelijck ende

ſonder remedie. Hy beloofde ſijn Chirurgijn indien hy hem konde

gheneſen, ſijn vryheyt ende hondert patacons: maer ſiende datter geen

apparentie was, dede hy ſijn Teſtament beſchrijven. Aengaende het

eerſte Artikel, ordonneerde hy datmen alle de Slaven die met hem over

haer rantſoen veraccordeert waren, voor ſoodanigen ſomme ſoude laten

gaen: Ten tweeden dat alle ſijne Slaven die Renegados waren, vry ende

franck ſouden ſijn, ende aengaende het derde, dat ſijn Slaef de

Chirurgijn ſijnde een Chriſten, na zijn doodt zijn vryheydt ſoude

hebben.

Weynig uyren daer na ſterf de Caja, men begroef hem op ſijn Turcks

dragende het doode Lichaem bedeckt met een Zijde Kleet na de Kerck toe,

ende men liet het daer geduyrende de Sala des middags (dat is haer

Gebeden) daer na brochtmen het na het Graf. Voor aen gingen de ſlaven

Renegados die vryheydt verkregen hadden. Daer na volgde de Chriſten

Chirurgijn, hebbende in zijn Handt een geklooft Riet, met een Brief

inde kloof, de welcke inhiel atteſtatie van zijn vryheyt verkregen door

de goetwilligheydt van zijn overlede Patroon: Hy ſchreyde ſoo

bitterlijck alſmen niet meer kan doen. Ende dat moſtmen ſoo doen,

anderſints ſouden de Turcken hem geoordeelt hebben voor een Perſoon die

ſijn vryheydt niet en meriteerde. Hy ſchreyde van blijtſchap, ende den

braven Hollantſe Schipper lachte hertelijck, om dat hy met 40. Mannen

ſoo ſchoonen Victorie hadde verkregen tegens vijf Galeyen ende twee

Brigantijns.

Turckse slavernie · 第 8 / 44 题