Ofschoon ik het zelf niet heb gezien, kan ik den lust niet weerstaan,

er van te vertellen naar de beschrijving, die de inboorlingen mij

er van hebben gegeven. Het feest wordt geleid door het hoofd van den

stam, welke man rood is gekleurd en met bloemen is behangen. Kleine

speenvarkentjes worden vastgebonden en ingepakt neergelegd op de markt

bij de op den grond gezeten jongelieden. Op een gegeven oogenblik

loopen twee mannen naar de jongelieden toe en moeten blijven staan, om

van ieder een zweepslag te ontvangen. Vaak bedekken zij hun bovenlijf

met schors, om de gevoeligheid der slagen te keeren. Ieder man uit

den stam moet aan de plechtigheid deelnemen. Al dien tijd dansen

en springen vijf of zes inboorlingen op het feestterrein rond,

en op dat oogenblik worden de kleine ingepakte varkentjes hoog in

de lucht opgegooid en moeten op het hoofd der dansers terugvallen,

die ze moeten vangen of oprapen.

Ik zou graag nog langer te Poussey zijn gebleven, om beter en langer de

zeden dier inboorlingen te kunnen bestudeeren; maar ons werven had er

geen succes. Wij moesten onzen weg dus vervolgen naar kaap Cumberland,

de noordelijkste punt van den archipel. We voeren gemakkelijk er

omheen, liepen in de Saint-Philippebaai binnen en ankerden dichtbij

een rivier, die den naam van "de Jordaan" droeg. Daar had Quiros

zijn Nieuw-Jeruzalem willen stichten, toen hij de eilanden in 1606

ontdekte. Hij hield processies aan den wal, liet het kruis rondom de

baai voeren en maakte zich gereed om de fondamenten te leggen van

zijn heilige stad, toen zijn metgezellen in opstand kwamen en hem

dwongen naar Spanje terug te keeren.

Enkele reizigers hebben beweerd, dat de spaansche zeevaarder zijn

plannen wel reeds ten uitvoer had gebracht, dat hij een stad had

gesticht met muren er omheen, waarvan de sporen nog over zouden

zijn. Maar ik vermoed, dat die inlichtingen alleen in het brein

dergenen, die ze heetten te hebben ontvangen, waren ontstaan. Ik heb

herhaaldelijk wandelingen op het eiland gedaan, en ik heb niet het

minste spoor kunnen ontdekken van een oude stad. Bovendien behoeft

men slechts het rapport van Quiros te lezen, om verzekerd te zijn,

dat zijn plan niet werd volvoerd; 't is dus noodelooze moeite naar

sporen te zoeken van iets, dat niet heeft bestaan, en het moet iets

van een tweede gezicht geweest zijn, als er personen geconstateerd

hebben, dat ze muren van Nieuw-Jeruzalem hebben aanschouwd.

Ik zal niet zeggen, dat de plaats slecht gekozen zou zijn; integendeel

ben ik er van overtuigd, dat een ernstige poging tot kolonisatie in de

Saint-Philippebaai kans van slagen zou hebben. De haven is buitengewoon

ruim en heeft talrijke ankerplaatsen, maar zij is ongelukkig niet

beschut tegen de noordenwinden. Acht rivieren storten zich uit in de

baai en stroomen door diepe, vruchtbare dalen; de kuststrook is met een

weelderigen plantengroei bedekt, en op korten afstand ziet men reeds

velden met humuslagen, die voor allerlei culturen geschikt zouden zijn.

De bewoners zijn nog al zacht en vreedzaam. De Saint-Philippe baai is

een der weinige plaatsen op de Nieuwe-Hebriden, waar nooit aanvallen

op Europeanen zijn voorgekomen; de inboorlingen komen ons vriendelijk

bezoeken en zijn gelukkig, hun producten te verkoopen tegen kruit

en lood. Zij houden veel van de jacht en zijn buitengewoon behendig

in het dooden van de talrijke wilde eenden, die rondvliegen aan de

oevers van de Jordaan.

Hier trekken, evenals te Mallicolo, de vrouwen zich de beide voortanden

uit van de bovenkaak; zij dragen geen andere kleeding dan een gordel

om de lendenen. De mannen dragen een band om het middel, waaraan

een vlechtwerk hangt, dat de geslachtsorganen verbergt. De beide

geslachten houden er van, zich het gelaat rood te verven, en enkelen

doorboren zich het tusschenschot van den neus met een stukje koraal.

De Saint-Philippebaai ligt ten noorden van den archipel der

Nieuwe-Hebriden; dus moeten wij ons wel weer zuidwaarts begeven, om

met de werving op die eilanden voort te gaan, eer we ons tot de groep

der Salomonseilanden wenden. De inlichtingen, die wij op reis hadden

gekregen, gaven ons hoop, dat we op het eiland Aoba talrijke contracten

zouden sluiten; daar, zoo heette het, wenschten de bewoners in Nouméa

te werken, wanneer ze in betaling geweren kregen en ammunitie. Wij

verlieten onze ankerplaats aan de Jordaan, en na kaap Quiros te zijn

omgezeild, wendden wij den steven naar het eiland Aoba.

De zuidoostenwinden, die hevig bliezen, vertraagden onze vaart,

en ondanks den geringen afstand tusschen Santo en Aoba deden wij er

drie dagen over, eer we op de noordoostkust van laatstgenoemd eiland,

te Naboekiriki, landden. We gingen een kleine baai voorbij, die in

den laatsten tijd op Nieuw-Caledonië zeer bekend was geworden. Daar

woonde namelijk een coprahandelaar van fransche afkomst, de heer M...,

wel bekend te Nouméa; enkele weken geleden was hij door de inboorlingen

vermoord geworden; zijn lijk werd teruggevonden, in den grond begraven.

Ofschoon zij in beschaving zich boven de andere eilanders verheffen,

en ondanks hun nauwe aanraking met de weer hooger staande Polynesiërs,

hebben de inboorlingen van Aoba toch niet geheel hun bloeddorstige

neigingen overwonnen; ze zijn altijd gevaarlijk en verdienen in

't geheel geen vertrouwen.

De bewoners van den oever der zee werpen alle verantwoordelijkheid

voor zulke misdaden op de Kanaken uit het binnenland of van het bosch;

zij zouden bijna van verontwaardiging blozen, als men hen van zulke

wandaden beschuldigde, maar het is toch zaak, ook tegenover hen op

zijn hoede te zijn.

Toch kan ik geen weerstand bieden van het verlangen, om het dorp

Naboekiriki te bezoeken. Het hoofd van den stam is ons komen zien

en inviteerde ons, om ten hunnent te verschijnen. Eenmaal aan land,

volgden wij een smal pad door het bosch en kwamen weldra op een

open plek, een plein, met hutten eromheen, die goed gebouwd waren,

met matten uitgespreid op den vloer en zonder al te veel rook. In

een hoekje stonden de trommels of liever holle boomstammen, die als

muziekinstrumenten werden gebruikt, maar ze lagen op den grond en

stonden niet overeind, zooals te Mélé.

Ik zag buiten het dorp een platform; daar troonde het hoofd van den

stam op de dagen van _sinn-sinn_ of groote feestelijkheden; zijn taak

was het, bij die gelegenheden met zijn pijlen de varkens te dooden,

die ieder inwoner moet leveren en die vervolgens worden gebruikt bij

de feestmaaltijden van het volk.

Dit dorpshoofd ontving ons zeer vriendelijk; ik ontving een

welkomstcadeau van hem, bestaande in een kip en veel bananen; ik

gaf hem daarvoor tabak, een flesch jenever en daar ik wist, dat

geweven stoffen te Aoba zeer op prijs werden gesteld, deed ik er

mijn zijden halsdoek bij, waarmee hij prijken zal op de dagen der

groote plechtigheden. De eenige kleeding van deze menschen bestaat

in een lap katoen tot bedekking van hun naaktheid; als zij daarvoor

geen europeesche weefsels hebben, nemen ze eigen gevlochten matjes,

soms niet zonder smaak gefabriceerd.

Zooals ik boven zeide, de bewoners van Aoba verschillen vrijwat

van de andere bewoners der Nieuwe Hebriden; dat hangt samen met de

ligging van het eiland, die zeer gunstig voor vreemde immigratie is,

met name van de Samoa-eilanden. In een betrekkelijk nog niet ver

achter ons liggenden tijd moet Aoba Polynesiërs hebben opgenomen,

komend van de naburige eilandengroepen. Die hebben zich vermengd met

de oorspronkelijke bewoners, en zoo is dat bijzondere ras ontstaan,

dat een eigenaardigen lichaamsbouw en eigen gewoonten en zeden

kan aanwijzen. In een groep menschen van de Nieuwe-Hebriden zal ik

altijd de Kanaken uit Aoba kunnen ontdekken aan hun groote gestalte,

hun intelligent gelaat, het niet zeer geaccentueerde prognatisme,

de krullende haren en vooral aan de lichte gelaatskleur. Evenals

de Polynesiërs wonen deze Kanaken niet in kleine dorpen bijeen,

maar vormen groote stammen of volken, wier hoofden eene absolute

heerschappij uitoefenen. Hun taal bevat veel bestanddeelen, die aan de

dialecten van Tahiti, Tonga en Samoa herinneren. Ik zal niet verder

ingaan op de ethnologische verschillen; men zou veel ruimte noodig

hebben, om ze nauwkeurig na te gaan. Maar ik ben blij, Aoba te hebben

bezocht, want op dat eiland heb ik de ingewikkelde quaestie van de

verhuizingen in de Stille Zuidzee kunnen bestudeeren.

Die vermenging met polynesisch bloed verklaart de groote losheid van

zeden, die dit eiland kenmerkt; de Papoea is namelijk zeer jaloersch

en onttrekt zijn vrouw liefst aan alle onbescheiden blikken; maar de

bewoner van Aoba is niet zoo scrupuleus en aarzelt niet, zijn vrouw

volle vrijheid te laten. De jonge meisjes zijn ook ver van beschroomd

en vluchten niet bij de nadering van een vreemde, zooals op de andere

eilanden; met een lapje rood katoen of een parasol wordt haar deugd

gemakkelijk op zij gezet.

Ik verliet het dorp Naboekiriki en alle bewoners deden mij uitgeleide

tot op het strand. We liepen een groep jonge vrouwen voorbij, die

in zee hadden gezwommen en zingend naar het dorp terugkeerden;

zij groetten mij lachend en schenen zich vroolijk te maken over

den vreemdeling.

Een kleine boot wachtte, om mij naar ons schip terug te brengen,

en even later zette de _Lady Saint Aubyn_ naar Walhara koers.

Daarna gingen wij naar Duin-Dui, waar ik een Kanakeninboorling

ontmoette, die eigendommen had in Queensland. Hij sprak zuiver

Engelsch en had met parelvisscherij in de Torres-straat zich een groot

fortuin verworven. Daarna was hij te Brisbane gaan wonen en had een

Engelsche getrouwd. Hij was nu een paar maanden in zijn geboorteland

komen doorbrengen en was voornemens, spoedig naar Australië terug te

keeren. Zijn voorbeeld toont aan, hoe dit ras zich op kan werken en

pleit voor de intelligentie der bewoners van Aoba.

Wij passeerden het eiland Aurora, dat kort na ons vertrek een treurige

vermaardheid heeft verkregen door een catastrophe, die schrik

en ontsteltenis verspreide onder de zeevaarders van den Stillen

Oceaan en vooral onder hen, die, als wij, zich met de werving van

arbeidskrachten bezighielden.

Wij hadden te Port Havannah een jongen Creool van Mauritius ontmoet,

die in den archipel reisde met zijn schip, de _Constantine_, waarop

een fransche kapitein het bevel voerde. Hij liet het anker vallen

vóór de kust van Aurora met het plan, er eenige inboorlingen te huren,

maar de bewoners van het eiland maakten misbruik van het vertrouwen,

dat de Creool in hen stelde, en vermoordden hem en den kapitein met

enkelen der bemanning, terwijl het schip in brand werd gestoken.

Alle eilanden van de groep der Nieuwe-Hebriden zijn gevaarlijk; er is

er geen enkel, waar men een onbepaald vertrouwen in de inboorlingen

kan stellen. Maar Aurora of Maïro verdient speciaal den slechten naam,

dien het heeft; men moet daar bij uitstek voorzichtig zijn.

Overigens kan men aan hun gewoonten al gauw merken, met welke soort

van menschen men te doen heeft; als een der Kanaken sterft, is het de

gewoonte een anderen te dooden, om den doode gezelschap te houden; het

is niets ongewoons, dat een moeder haren zoon vraagt om haar te dooden,

ten einde een gestorven dochter niet alleen de reis te laten doen.

Geen enkele Europeaan hield ten tijde van ons bezoek op Maïro verblijf,

en ik geloof niet, dat er ooit een blanke heeft gewoond. Het gemis

aan veiligheid, de afwezigheid van havens houden vreemde schepen op

een afstand; de bevolking is er echter talrijk en de plantengroei

weelderig; men vindt er vooral veel broodboomen, die er het

hoofdvoedsel leveren evenals op Tahiti. Het eiland is goed besproeid,

en van het dek der boot konden wij watervallen onderscheiden, die

van groote hoogte neervielen en een schilderachtig aanzien aan het

eiland gaven.

Daarna verlieten wij den archipel der Nieuwe-Hebriden. Met een

gunstigen wind zette ons scheepje koers naar het Noordwesten, en wel

naar de Salomonseilanden, waarvan ongeveer 800 mijlen ons scheidden.

De archipel der Salomons-eilanden werd door Mendana in 1564 ontdekt,

en sinds dien tijd is hij alleen bezocht geworden in de 18de eeuw

door Surville en d'Entrecasteaux. Ten tijde van zijne expeditie

naar het eiland Vanikoro deed Dumont d'Urville deze eilanden aan;

maar sinds dien tijd is er nooit een fransch oorlogschip verschenen.

Onze aardrijkskundige litteratuur levert ook in 't geheel geen

documenten over de Salomons-eilanden, al zijn ze belangrijk genoeg

ook uit het oogpunt van den reiziger. Hun oppervlakte is tienmaal

die van Corsica. De grootste eilanden zijn Bougainville, Choiseul,

Isabel, Malaïta, San Cristoval en Guadalcanar; de drie laatste hebben

wij bezocht.

Het deed ons allen veel genoegen, die zoo weinig bekende streken

te leeren kennen. Honderdmaal had men ons de vijandige gezindheid

der bewoners voor oogen gesteld, hun woeste zeden en hun aanvallen

op Europeanen.

Welk vertrouwen verdienden die verhalen? Zullen wij ook van dergelijke

aanvallen te lijden hebben. De uitkomst zou ons dat alles precies

leeren.

Den 30_sten_ September, tegen acht uur's morgens, werd dus het land

met vreugde begroet, en onze oogen trachtten het kleine stipje te

herkennen, dat alleen een zeer doordringend oog kon onderscheiden.

Wij naderden de kust bij de oostpunt van de zuidkust op het eiland

San-Cristoval.

Maar weldra ging de wind liggen; wij konden niet voort, en eerst om

drie uur in den namiddag konden wij er aan denken, aan land te gaan,

terwijl ons schip, daar er geen haven was, op twee mijlen afstands

van de kust moest blijven.

De beide bij ons schip behoorende booten werden meegenomen, en ik nam

er in plaats met de wapens en de ammunitie, om ons te verdedigen, en

met de ruilwaren en geschenken, die voor ons de inboorlingen gunstig

moeten stemmen.

Wij wendden ons naar het dorp Makira, waarvan de hutten, aan het

strand gelegen, aardig tegen het groen uitkwamen en veel geleken op

groote bijenkorven. Zij werden overschaduwd door tal van kokospalmen

en stonden te midden van een weelderigen plantengroei, herinnerend

aan dien der tropische landen. Geen duimbreed gronds, of er hadden

zich planten ontwikkeld, en er waren hier en daar dichte bosschen

verrezen, waarin licht en lucht slechts met moeite doordrongen.

Onze beide bootjes bleven bijeen, om elkander zoo noodig wederkeerig te

beschermen; dat was een eisch van voorzichtigheid, want een verrassing

of plotselinge aanval van de zijde der inboorlingen behoorde niet tot

de onmogelijkheden. Op eenige meters afstands van het dorp zagen wij

de inboorlingen ons te gemoet komen, allen gewapend met assegaaien,

knotsen en andere wapens, zoo niet tot den aanval, dan toch ter

verdediging geschikt, want zij kenden ook onze bedoelingen niet.

Er werd een gesprek aangeknoopt. Onze hoedanigheid van Franschen en

onze komst uit Nouméa scheen de bewoners niet af te schrikken, dus

hebben onze voorgangers er geen slechten indruk achtergelaten. Zoodra

ze waren gerustgesteld, naderden ze ons; ze vroegen om 't hardst om

tabak, pijpen en lucifers, en hun geestdrift steeg ten top, toen wij

hun een geweer en patronen gaven en dat beloofden aan elken inboorling,

die te Nouméa wilde komen werken. Dadelijk verklaarden twee sterke,

jonge mannen zich bereid om te vertrekken, en zonder op de smeekingen

en vertoogen van hunne vrienden te letten, klommen ze in de boot en

plantten zich op de achterbank.

De tegenwerpingen van de ouders zonken in het niet voor de betaling,

die voor beide verbintenissen werd uitgekeerd; wij gaven hun een

Snidergeweer, 20 patronen, 1 K.G. tabak, 20 pijpen, 20 doosjes

lucifers, een groot mes en eenig glaswerk, alles misschien ter waarde

van ongeveer 30 francs.

Ik kon op mijn gemak deze inboorlingen bekijken, die om ons heen

drongen, begeerig om ons wat te verkoopen, armbanden, wapens e.d. In

enkele minuten deed ik voor een zeer bescheiden sommetje den aankoop

van vele ethnographisch interessante voorwerpen, die een plaats

zullen erlangen in 't museum op het Trocadéro. Ik wachtte tot ik weer

aan boord zou zijn, om ze te rangschikken en te onderzoeken wat ze

mij zouden kunnen leeren over het karakter van dit ras, dat mij op

het eerste gezicht uit verschillende elementen scheen samengesteld,

goed van elkander te onderscheiden door kleur, vooruitsteken van de

wangbeenderen en soort van haar.

Dadelijk bij onze nadering had mij het groote aantal vrouwen en

kinderen getroffen, dat op ons was komen toeloopen en ons met

nieuwsgierige blikken bekeek; het was een goed voorteeken, want

in geval van vijandige bedoelingen zouden de mannen, om vrijer in

hunne bewegingen te zijn, wel hun gezinnen op den achtergrond hebben

gehouden.

Die vrouwen kwamen geheel naakt op het strand; ze hadden zelfs niet het

vijgenblaadje, dat Eva beroemd heeft gemaakt; ze waren slank gebouwd,

en het ontbrak haar niet aan een zekere gratie. Het onbescheiden

kijken van de vreemdelingen scheen haar niet te verontrusten en ook

niet de jaloezie der mannen gaande te maken.

Zij vroegen vrijmoedig om tabak, en er waren een paar tandelooze

oudjes, die een stompje pijp in den mond hadden, 't welk bij gebrek

aan voedsel lang had gerust. Deze kust wordt zeer zelden door vreemde

schepen aangedaan, en europeesche waren zijn er schaarsch.

Het was een wedstrijd, wie van haar het snelst haar parelmoeren

armbanden en oorringen of neusversierselen zou afdoen, om ze af te

staan tegen een doosje lucifers, een pakje tabak of een halssieraad

van koralen. De katoenen of andere geweven stoffen hadden hier in

't geheel geen waarde; die zijn overbodige luxe voor de schoonen van

de Salomonseilanden.

De sympathieke ontvangst, die wij genoten, haalde ons over, uit de

booten te stappen en het dorp van dichterbij te bezien. Het lag eenige

meters van het strand verwijderd, en op den rug van een inboorling

gezeten, zette ik voor de eerste maal den voet op den grond der

Salomons-eilanden, of eigenlijk raakte mijn voet eerst later den

grond. In betaling gaf ik mijn drager een patroon en nam hem als

gids aan.

De huizen stonden achter elkander tegen een heuvelhelling aan, die

tot het strand doorliep. Om er te komen, moesten wij over groote

boomstammen springen, die door den storm gevallen waren, en die door

de zorgeloosheid der inboorlingen maar op den weg waren blijven

liggen. Overal stonden verder reuzenboomen, die diepe schaduwen

wierpen over de lage, primitieve hutten. Men behoeft geen bekwaam

bouwmeester te zijn, om in een oogenblik zoo'n huis te verwaardigen,

waarin deze menschen wonen met heel hun gezin en hun honden en

varkens. Eenige bamboestaken, dicht aaneen in den grond gestoken en

door lianen aaneengebonden, een paar palen nog om het stroodak te

steunen, een opening aan elken kant en 't huis is gereed; de grond

zelf dient als vloer, een paar steenen als vuurhaard, dorre bladeren

als familielegersteden. In den eenen hoek lagen wapens, in een anderen

houten drinknappen en eenige matten, dat was alle meubileering. Een

deur ontbrak, er was niets te halen voor dieven.

Met de grootste vriendelijkheid lieten de inboorlingen mij binnen in

hunne huizen, en ze zouden het zelfs onvriendelijk hebben gevonden,

als ik aan hunne uitnoodiging geen gevolg had gegeven. Zij schenen

mij iets beters te verdienen dan hun slechten naam, en voorwaar,

toen ik in een der hutten was, om naar een zeldzaam wapen te kijken,

zou het hun niet moeilijk zijn gevallen mij het leven te benemen.

Daar het al laat was, konden wij niet lang te Makira blijven, en zoo

groot en vast was ons vertrouwen nog niet, dat wij den nacht aan den

wal durfden doorbrengen. Begeleid door de geheele bevolking, mannen

vrouwen en kinderen, bereikten wij weer onze booten, die aan de hoede

van enkele matrozen waren overgelaten geweest, en een half uur later

waren we aan boord van de _Lady Saint Aubyn_ terug. Verrukt over ons

eerste uitstapje en rijk voorzien van ethnographica, namen wij ons

voor, zoo dikwijls het ons mogelijk zou wezen, aan land te gaan.

Maar ik was nog niet lang aan boord terug, of ik bespeurde, dat

eerlijkheid geen hoofddeugd van deze primitieve wilden was; en de

verdwijning van mijn revolver en mijn patronenkoker waarschuwde mij,

dat ik voortaan beter het oog zou hebben te houden op hun lange

vingers. De talrijke assegaaien, die ik had meegebracht, stelden mij

niet schadeloos voor het verlies van mijn eigen wapen; maar sommige

ervan waren mooi, wel vier meter lang en uitloopend in punten van been

of van ijzer. De behendigheid in het werpen is bij deze inboorlingen

verbazingwekkend; op een dertigtal meters afstands missen zij nooit

het doel, dat zij zich hebben gesteld.

Wij verlieten dien nacht de kust en wendden ons naar het eiland Santa

Anna ten zuiden van San Cristoval; wij meenden er een tolk te zoeken,

want zoo iemand kunnen wij niet missen bij onzen arbeid van de werving.

Den volgenden morgen tegen zes uur in den morgen lieten wij, na om

kaap Surville heengevaren te zijn, het anker vallen te Uaah, dat is de

inlandsche naam van Santa Anna. Dadelijk stak er een boot van wal en

voer op ons af, zij bracht het hoofd May naar ons over, een man, die

bij de kooplieden welbekend is en die zeer gevreesd is bij de stammen,

naar wier dorpen het hem behaagt, zijn oorlogsbooten te zenden. Zijn

oorlogzuchtige bedoelingen waren algemeen bekend en zij brachten

hem later veel geschenken in vanwege de hoofden der dorpen, die wij

langs de kust van San Cristoval bezochten. Hij bood ons namelijk zijn

diensten aan als loods en tolk, en wij namen die zonder aarzeling aan.

Hij inviteerde ons, om zijn dorp te bezoeken en bood ons een plaats

aan in zijn wankel bootje; maar wij gaven er de voorkeur aan, in

de boot van ons schip te gaan, en deze zette ons spoedig aan het

strand af in een zandige kleine baai. Nauwelijks aangekomen, werden

wij bezocht door een van die geïsoleerde Europeanen op de eilanden

van de Stille Zuidzee, die zich zelfs niet meer de plaats hunner

geboorte herinneren, en die in hun avontuurlijk leven alle eilanden

zoowat hebben bezocht. 't Was de heer F., een in Finland geboren Rus;

hij woont al sinds een tiental jaren op de Salomons-eilanden en wordt

er niet bepaald rijk door den coprahandel.

Hij woont er vrij goed in een houten huis met een veranda eromheen,

dat hij aardig heeft ingericht en versierd met allerlei inlandsche

wapens en veel cosmopolitische chromolithografieën; hij heeft zelfs,

wat in dat land het toppunt van deftigheid vertegenwoordigt, een

franschen kok.

Maar het schijnt dat die landgenoot er niet naar verlangt, kennis

met ons te maken; ik begrijp zijn aarzeling, toen hij eindelijk

besloot, zijne opwachting te maken. Wij ontdekten in hem al spoedig

een strafgevangene, ontsnapt uit Nieuw-Caledonië. Enkele maanden

tevoren waren drie misdadigers ontvlucht uit de zuiderbaai met een

klein scheepje, dat hen naar de Loyalty-eilanden had gebracht, een

dépendance van onze kolonie. Daar zij meenden, in een onafhankelijken

archipel te zijn aangeland, gingen zij vol vertrouwen aan wal,

maar ze werden gevangen genomen en voor den administrateur dezer

eilanden gebracht. Ze wisten echter opnieuw te ontkomen, en, dezen

keer gelukkiger terechtkomend, deden ze het eiland Guadalcanar aan,

na een lastigen overtocht. Zij deden zich voor als schipbreukelingen

van een fransch schip op weg naar Batavia en werden door de blanken

van de Salomons-eilanden goed opgenomen. Ik meende den Rus van Santa

Anna maar niet nader te moeten inlichten omtrent de herkomst van

zijn kok. Moge deze zich een nieuwe levensbladzijde van maagdelijke

moraliteit hebben omgeslagen en aldus zijn vroegere fouten boeten.

Ons bezoek bij den heer F... was van korten duur; ik haastte mij om een

toertje te gaan maken in het inlandsche dorp en daar enkele gegevens te

verzamelen. Wij konden er onbeschroomd binnengaan en ons vrij onder de

Kanaken bewegen; Santa Anna is het beschaafdste eiland van de groep,

en kapitein Mac Donald, een ervaren reiziger uit den Stillen Oceaan,

heeft er lang gewoond, zonder ooit aan gevaar te zijn blootgesteld.

Onze aankomst werd met een groot geschreeuw begroet; de mannen liepen

ons tegemoet, terwijl de vrouwen zich beschroomd en angstig achter

in de hutten verscholen en niet voor den dag durfden komen.

Reis naar de Nieuwe Hebriden en de Salomons-eilanden De Aarde en haar Volken, 1906 · 第 4 / 6 段