Foto 19: Johanna Ruth Dobschiner als verpleegster op 17 jarige leeftijd

<158>

Tenslotte vond "Frans" een nieuwe schuilplaats in Limburg waar ze, najaar 1944,

door de Amerikanen bevrijd werd. "Toen ik bijna zes weken naar de dorpskerk was

geweest, vond ik, dat de tijd gekomen was lid te worden. Ik maakte een afspraak

met de predikant voor een gesprek." Eerst vonden hij en zijn kerkenraad het maar

vreemd (ze had niet eens catechisatie gehad!), maar tenslotte hadden ze geen

bezwaar: ze deed reeds de daarop volgende zondag belijdenis, en werd gedoopt.

c. Houwaart

Totaal anders ' waren de levensloop en ervaringen van Dick Houwaart, zoals hij

die beschrijft in Verduisterde bevrijding. [13.4] Formeel gezien hoort hij

in dit hoofdstuk niet thuis, want hij is nooit ondergedoken geweest in de

letterlijke - wel in de figuurlijke zin. Die ervaring beschrijft hij als volgt:

"De Jood, die de christelijke glans gebruikte om zijn Jood-zijn te verbergen".

Houwaart vervolgt dan: "Het is de omgekeerde weg van de jodin, die een boek

schreef over haar overgang naar het christendom in oorlogstijd. Een Anneke

Beekman in pais en vree. Maar hoe kan een overgang in oorlogstijd ooit een

vrijwillige zaak zijn? Hoe kan een mens vrijwillig besluiten christen te worden,

als zijn leven wordt bedreigd? Als zijn ontvangers hem voorhouden dat het kruis

hem zal redden. Wie zal de peilloze angsten, de psychische druk, de ijver van de

omgeving weerstaan, als het er om gaat het vege lijf te redden?" Aldus Houwaart.

We menen dat, als Houwaart op het hierboven genoemde boek doelde, hij het niet

voldoende grondig gelezen heeft en onnauwkeurig weergeeft; zo vond "de overgang

naar het christendom in oorlogstijd" van Johanna-Ruth Dobschiner plaats na haar

bevrijding en vernemen we niets over "psychische druk, de ijver van de omgeving".

<159>

Blijkbaar is Houwaart pas later tot de ontdekking gekomen, hoezeer men bij het

nemen van belangrijke beslissingen geleid kan worden door angst: "Hoe onwaarachtig

was mijn gedwongen doop in de roomse kerk.(...) Het was pure angst. Het was de

doodsangst van een moeder voor haar kinderen en zichzelf. Nog was zij niet aan de

beurt, maar zij wist met een Joodse zekerheid dat haar dag en die van haar kinderen

zou komen. Daarom zocht zij de tijdelijke veiligheid van de roomse kerk" (19-20).

Gedoopt in de Rooms-Katholieke, maar later overgegaan naar een Protestantse - naar

ik vermoed de NH - kerk: "Het protestantisme overspoelde mij als een lauwe golf

veiligheid" (66). Behoefte aan veiligheid en daarom "oorlogs-christen" geworden

en enige tijd gebleven. Houwaart verwijt dat niet zijn moeder aan wie hij zijn

boek opdraagt, wel zichzelf.

In gedachten voert hij een gesprek met een omgekomen familielid waarin hem "verraad"

verweten wordt (36). En later bekent hij: Ik heb al verteld, dat ik duizenden malen

nee zei tegen het Jood-zijn. Ik aarzelde om het te zeggen. Omdat ik bang was. Ik

wilde mij verbergen voor de bordjes ('Verboden voor Joden'). Voor de razzia's.

Voor het halen"(50).

In 1973 keerde Houwaart terug tot het Jodendom. Hij had afgerekend met zijn "oorlogs-

christen" zijn.

<160>

De Nederlandse kerken en de joden, 1940-1945 De protesten bij Seyss-Inquart, hulp aan joodse onderduikers, de motieven voor hulpverlening · 第 39 / 55 题