Niet vermeld werd, welke Joden "verzocht hadden, dit niet te doen."

Daarop kwamen gedurende 4 dagen (9 - 12 december) alle in het rapport genoemde

onderwerpen aan de orde, waarna het "in zijn algemene strekking" aanvaard werd.

<70>

e. Weinig activiteit

Voorjaar 1941 hield ds. J.J. Buskes een voordracht, waarin hij het protest van

de kerken tegen de Jodenvervolgingen (zie boven, in hfdst. 2) besprak en toelichtte.

Zijn toespraak werd gepubliceerd in het tijdschrift "Woord en Wereld". Waarop de

Duitsers de verdere verschijning van dit blad verboden en ds. Buskes op 2 juli 1941

gevangennamen.

Nu zaten er dus 3 ondernemende leden van het Convent vast (Gravemeyer, Donner en

Buskes). Rutgers, de vervanger van Donner, was eveneens gearresteerd. Was het

daarom, dat het Convent wat ingeslapen scheen? Men leek wel geïntimideerd.

Datzelfde gold voor de twee grootste deelnemende kerken. Zoals we hierboven

gezien hebben, stelde de Hervormde Kerk in haar herderlijk schrijven het

antisemitisme niet aan de orde en lieten de Gereformeerde Kerken na, tot gebed

voor de Joden op te roepen.

Wie werkt, maakt fouten. Maar hier werden dingen nagelaten. Een grote matheid

leek zich gedurende deze periode te hebben uitgespreid over de kerken.

Van de vergaderingen van het Convent werden, om overigens begrijpelijke redenen,

na maart 1941 geen notulen meer geschreven. Die waren toch al uiterst summier

geweest. Dientengevolge is het niet meer na te gaan, of men althans overwogen

heeft enige stap te doen ten behoeve van de Joden, die juist in deze periode

steeds meer geïsoleerd en in het nauw gedreven werden.

Uit de in de oproep tot een bidstond wel genoemde onderwerpen blijkt, hoe diep

de oorlog begon in te grijpen in eigen kerkelijk en persoonlijk leven. Kwam het

daardoor, dat men gedurende deze periode weinig of niet toekwam aan het opkomen

voor de Joden?

We laten het vraagteken staan, en vermelden nog dat het september 1941 (ook de

christelijke) scholen verboden werd, voortaan Joodse kinderen toe te laten; de

aanwezige Joodse leerlingen moesten weggestuurd worden. De Hervormde Raad voor

kerk en school adviseerde de schoolbesturen, hieraan op geen enkele manier

medewerking te verlenen. Ook de grote schoolorganisaties weigerden elke medewerking.

Toen dreigde de betreffende secretaris-generaal: "indien u weigert de Joodse

kinderen van uw school te verwijderen zullen de ouders van die kinderen daarvoor

moeten boeten. [4.10] Voorwaar, een afschuwelijk dilemma.

<71>

De Nederlandse kerken en de joden, 1940-1945 De protesten bij Seyss-Inquart, hulp aan joodse onderduikers, de motieven voor hulpverlening · 第 25 / 55 题