OLANIO:
Daar komt Bassanio, uw eed'le neef,
Gratiano, en Lorenzo. Vaart gij wel:
Veel beter is 't gezelschap dat u zoekt.
SALARINO:
'k Wou blijven tot ik u wat blijder zag,
Maar waard'ger vrienden zijn mij vóór geweest.
ANTONIO:
Uw waarde wordt zeer hoog door mij geschat,
'k Vermoed, uw eigen zaken roepen u,
Gij neemt de kans dus waar on heen te gaan.
SALARINO:
Ik groet u, waarde Heeren.
BASSANIO:
Wel Signors, wanneer lachen wij weer eens?
Gij wordt ons bijster vreemd; moet dat zoo zijn?
SALARINO:
Gij moogt beschikken over onzen tijd.