[211] Voyages of the Adventure and Beagle, Deel I, blz. 363. Het

schijnt, dat zeewier uiterst snel groeit. Stephenson vond (Wilson's

Voyage round Scotland, Deel II, blz. 228), dat eene alleen bij

springtijden blootkomende rots, die in November nog als gepolijst was,

in Mei daaraanvolgende--dus zes maanden later--dicht bedekt was met

2 voet lange Fucus digitatus, en 6 voet lange Fucus esculentus.

[212] Voor Vuurland zijn de resultaten afgeleid uit de waarnemingen

van Kapitein King (Geographical Journal, 1830), en die welke aan

boord van de Beagle genomen zijn. Voor de Falklands-Eilanden heb ik

de gemiddelde temperatuur der drie heetste maanden December, Januari

en Februari (afgeleid uit nauwkeurige waarnemingen te middernacht,

8 ure des morgens, op den middag, en te 8 ure des avonds) aan Kapitein

Sulivan te danken. De temperatuur van Dublin is aan Barton ontleend.

[213] Agüeros, "Discription historique de la Province de Chiloé"

1791, blz. 94.

[214] Zie de Duitsche vertaling van dit Dagboek, en voor de andere

feiten het Appendix to Flinders' Voyage van Brown.

[215] Ik geloof, dat de sneeuwgrens op de Cordilleras van Midden-Chili

in verschillende zomers aanmerkelijk in hoogte verschilt. Men

verzekerde mij, dat gedurende een zeer drogen en langen zomer, al de

sneeuw van de Aconcagua verdween, ofschoon deze berg de kolossale

hoogte van 23090 voet of 7040 Met. bereikt. Het is waarschijnlijk,

dat de sneeuw op deze groote hoogten veel meer verdampt dan smelt.

[216] Miers Chile, Deel I. blz. 415. Men zegt, dat het suikerriet te

Ingenio groeide op 32° tot 33° breedte, maar niet overvloedig genoeg

voor winstgevende bewerking. In de Quillota-vallei, ten zuiden van

Ingenio, zag ik eenige hooge dadelpalmboomen.

[217] Bulkeley en Cummins, Faithful Narrative of the Loss of the

Wager. De aardbeving geschiedde op 25 Augustus 1741.

[218] Agüeros, Descr. Hist. de Chiloé, blz. 227.

[219] Geological Transactions, Deel VI, blz. 415.

[220] Bijzonderheden over dit onderwerp (de eerste, naar ik meen,

die openbaar gemaakt zijn) heb ik gegeven in de eerste uitgaaf

van dit werk, en in het Aanhangsel daartoe. Ik heb daar bewezen,

dat de schijnbare uitzonderingen op het ontbreken van zwerfblokken

in sommige heete landen, aan fouten in de waarnemingen zijn toe te

schrijven. Vele der door mij gegeven verklaringen heb ik later door

verscheidene schrijvers bevestigd gezien.

[221] Geographical Journal, 183, blz. 65 en 66.

[222] Richardson, Appendix to Back's Expedition, en Humboldt, Fragments

Asiatiques, deel II, blz. 386.

[223] De eerste neushoren (Rhinoceros tichorhinus) werd in 1770

gevonden aan de Wiljui, een zijtak van de Lena. Hij had eene lengte

van 11 1/2 voet, en was behaard. Geographisch was deze soort verspreid

van Engeland tot Siberië. (Vert.)

[224] Dease en Simpson in Geographic. Journ., deel VIII, blz. 218

en 220.

[225] In de laatste 200 jaren zijn in Noord-Siberië door ontdooiing

van den diluvialen bodem de skeletdeelen van ongeveer 20,000 mammoethen

(Elephas primigenius) voor den dag gekomen. (Vert.)

[226] Cuvier, Ossemens fossiles, deel I, blz. 151, ontleend aan

Billing's Voyage.

[227] In de vorige uitgaaf en het Aanhangsel heb ik eenige feiten

genoemd betreffende het vervoer van zwerfblokken en ijsbergen in de

Zuidelijke IJszee. Onlangs is dit onderwerp uitstekend behandeld

geworden door Hayes in Boston Journal (deel IV, blz. 426). De

schrijver schijnt onbekend met een door mij in Geographical Journal

(deel IX, blz. 528) vermeld geval van een reusachtigen rolsteen,

die in een ijsberg begraven was, welke bijna zeker honderd mijlen

en misschien veel verder van land af was. In het Aanhangsel heb

ik uitvoerig gesproken over het feit (waaraan destijds bijna niet

gedacht werd), dat ijsbergen bij hunne stranding waarschijnlijk de

rotsen groeven en polijsten, evenals gletschers. Deze meening wordt

nu zeer algemeen gedeeld; en nog altijd kan ik het vermoeden niet

ontveinzen, dat zij zelfs op gevallen als dat van het Jura-gebergte

toepasselijk is. Dr. Richardson heeft mij verzekerd, dat de ijsbergen

in de nabijheid van Noord-Amerika kiezelsteenen en zand voor zich

uitdrijven, en de onderzeesche rotsachtige zandbanken geheel kaal

achterlaten. Het valt bijna niet te betwijfelen, dat zulke klippen

gepolijst en gegroefd moeten worden in de richting van het stelsel

der heerschende stroomen. Sedert ik dit Aanhangsel schreef, heb ik

in Noord-Wallis (London Phil. Mag. deel XXI blz. 180) de nevenwerking

van gletschers en drijvende ijsbergen gezien.

[228] of ongeveer 7040 Met. De Chimborazo is 20.700 voet of 6310

Met. hoog.

(Vert.)

[229] Thomas Cochrane (1775-1860), bekend Britsch admiraal, verviel

in ongenade, omdat hij medeplichtig was aan het verspreiden van een

valsch gerucht over Napoleon's dood, ten einde zoo de koersen der

Staatsfondsen te influenceeren. Daarna diende hij in Chili, Brazilië

en Griekenland.

(Vert.)

[230] Rondgang, of wel de open ruimte zelve, waar het weidende vee

wordt bijeengedreven.

(Vert.)

[231] Beheerder van een landgoed, huishofmeester, intendant.

(Vert.)

[232] Lord Anson (1697-1762), een bekend Engelsch admiraal, streed

voornamelijk tegen Spaansche schepen in den Stillen Oceaan. Hij bracht

der Spaansche macht veel nadeel toe, en plunderde twee schatvaartuigen.

[233] In Spaansche landen vormt het eene soort van gerecht van

geroosterd rundvleesch in eene gekruide saus met aardappelen.

[234] Behoort tot de nachtzwaluwen (Caprimulgidae), Orde Macrochires.

(Vert.)

[235] Rex wil zeggen "Koning," en Finis "Einde." De tekst zal

waarschijnlijk doelen op George IV van Engeland, die geboren werd in

1762 en regeerde van 1820-1830.

(Vert.)

[236] Onder dislocatie verstaat men in de geologie eene breuk en

daaruit gevolgde verplaatsing in de oorspronkelijk horizontaal

afgezette aardlagen. Dit verschijnsel hangt ten nauwste samen met

het inzinken van de aardkorst door het inkrimpen der kern.

(Vert.)

[237] Caldcleugh in de Philosoph. Transact. van het jaar 1836--Na

de aardbeving, die plaats had op 19 November 1822, bleek een groot

gedeelte der kust van Chili 3 tot 4 voet gerezen te zijn, zoodat onder

tal van doode visschen, eene menigte strandschelpdieren blootkwamen,

die nog aan de rotsen vastzaten. Bij die in Febr. 1835 waren de

Chileensche vulkanen Yanteles en Osorno in werking. De eerste ligt

tegenover het eiland Chiloë, op 43° 29' Z.B. en heeft eene hoogte

van 2447 met.; de Osorno in de provincie Llanquihue op 41° 9' Z.B.,

en is 2250 met. hoog. Ook toen steeg een deel van Chili.

(Vert.)

[238] Gedisloqueerde en geinjiciëerde, zegt men in wetenschappelijke

termen. De afgekoelde ingespoten vulkanische gesteenten heeten dijken.

(Vert.)

[239] "Annales des Sciences Naturelles," mars 1833. Gay, een ijverig

en bekend natuurvorscher, hield zich toen bezig met de studie van

alle takken der natuurlijke historie in het koninkrijk Chili.

[240] Volgens het zeggen der inboorlingen wordt in die tusschentijden

het metaal "voortgebracht."

[241] Burchell's Travels, deel II, blz. 45.

[242] Leonero wil zeggen: leeuwenbewaker.

[243] Het verdient opmerking, dat Molina, ofschoon alle vogels en

viervoetige dieren van Chili uitvoerig beschrijvende, geen enkele maal

van dit geslacht melding maakt, waarvan de soorten zoo algemeen zijn

en zulke merkwaardige gewoonten hebben. Wist hij niet recht in welke

klasse hij het zou plaatsen, en dacht hij daarom dat het raadzamer

was te zwijgen? Het is alweer een voorbeeld van de vele gevallen dat

schrijvers onderwerpen weglaten, waar men dit het minst zou verwachten.

[244] Thans heet de hoofdstad Ancud.

(Vert.)

[245] Circa 125,417 vierkante Meter.

(Vert.)

[246] Eenige bladzijden verder beschrijft Darwin dezen vogel nader. De

beteekenis van het woord "cheucau" weet men niet met zekerheid.

(Vert.)

[247] Aan de oevers van sommige stroomen in de Cordilleras worden

de bladeren dezer plant zoo groot, dat 2 of 3 personen te paard bij

regen er gemakkelijk eene schuilplaats onder vinden.

(Vert.)

[248] Behalve lianen, zijn het vooral de hooge bamboesachtige

klimplanten Quila en Coleu (soortnaam Chusquea), die deze wouden zoo

ondoordringbaar maken.

(Vert.)

[249] "Horticultural Transact.," deel V, blz. 249. Mr. Caldcleugh

stuurde twee knollen naar huis, die bij goede bemesting zelfs in het

eerste seizoen talrijke aardappelen en een overvloed van bladeren

voortbrachten. Zie Humboldt's belangrijke bespreking van deze plant,

welke in Mexico onbekend schijnt geweest te zijn, in "Versuch über

den politischen Zustand des Königreichs Neuspanien" 1809-14.

[250] Met behulp van mijn insectennet verschafte ik mij in deze streken

een aanzienlijk getal kleine insecten van de familie der Staphylinidae

(Roofkevers), andere die verwant zijn aan Pselaphus (Tastkever),

en kleine Hymenoptera. Maar de meest karakteristieke familie wat het

getal individuën en soorten betreft, in de meer boschvrije gedeelten

van Chiloë en den Chonos-archipel, is die der Telephoridae.

[251] De Koypu of Moerasbever.

(Vert.)

[252] Men zegt, dat sommige roofvogels hunne prooi levend naar hun nest

brengen. Zoo dit waar is, kan er in den loop der eeuwen wel nu en dan

een aan de jonge vogels ontsnappen. Deze of andere omstandigheden van

dien aard zijn noodig, om de verspreiding der kleinere knaagdieren

te verklaren op eilanden, welke niet zeer dicht bij elkander liggen.

[253] Als een bewijs van het groote verschil tusschen de seizoenen in

de begroeide en opene gedeelten dezer kust, wil ik vermelden, dat deze

vogels op 34° Z.B. den 20sten September jongen in het nest hadden,

terwijl zij op de Chonos-eilanden drie maanden later in den zomer

pas eieren legden. Het breedte-verschil tusschen die twee streken is

ongeveer 700 mijlen.

[254] quebrantar = breken; hueso = been.

(Vert.)

[255] Deze, in Nicaragua gelegen en slechts 500 voet hooge vulkaan,

had uitbarstingen in 1709, 1809 en 1835.

(Vert.)

[256] Darwin bedoelt hier zeer waarschijnlijk de Minchimavida, ook

wel Minchimadom geheeten. (2450 M.)

(Vert.)

[257] Geb. 1394, vermoord te Perth in 1437. Hij was van 1423-1437

Koning van Schotland.

(Vert.)

[258] In de Archaeïsche of Prae-Cambrische perioden der

aardgeschiedenis hadden vulkanische uitbarstingen plaats in Noord-

en Zuid-Wallis, in Shropshire en in sommige gedeelten van Schotland

en Ierland. Gedurende het daaropvolgende Palaeozoïsche of Primaire

Tijdvak, toen ook nog een zeer klein gedeelte der Britsche Eilanden

boven zee lag, herhaalden zich de vulkanische uitbarstingen (vooral

in het Cambro- of Onder-Siluur) op zeer groote schaal; en hiervan zijn

talrijke bewijzen gevonden in Noord-Wallis en in het zoogenaamde Lake

District of Merengebied van Cumberland en Westmoreland. Nog zeer hevig

waren de uitbarstingen gedurende de Devonische perioden van hetzelfde

Tijdvak, doch verminderden langzamerhand in die der Steenkoolvorming,

welke op het Devoon volgde. In het lange Mesozoïsche of Secondaire

Tijdvak, dat nu aanbrak en waarin de Britsche Eilanden meer en meer

boven het zeeoppervlak verrezen, hadden in dien hoek van Europa geen

uitbarstingen plaats. Wel geschiedden die toen met meer of mindere

hevigheid in Tyrol, het Zuidoosten van Europa, Britsch-Indië en in

West-Amerika. Maar in het Tertiaire Tijdvak, en vooral in de Mioceen

periode, openbaarden zij zich weer met groote hevigheid in het Britsche

Rijk, dat toen in bijna zijn tegenwoordigen vorm en grootte boven den

zeespiegel lag. Engeland en Ierland werden toen vreeselijk geteisterd,

doordien zich een nieuwe reeks van duizenden vulkanische spleten

had gevormd, die van IJsland af over de Färöer van Noord naar Zuid

liep en een groot aantal vulkaankegels telde. Enorme hoeveelheden

eruptie-stoffen, uit dat Tijdvak afkomstig, zijn gevonden op de

Hebriden, in het noordoosten van Ierland, over het vasteland van

Engeland en in de zee tusschen Gr. Brittannië en Ierland--over eene

totale oppervlakte, welke op minstens 100,000 vierkante Eng. mijlen

wordt geschat. Volgens een Engelsch geoloog, was Groot-Brittannië

toen een "Reign of Fire" (Rijk van Vuur).

(Vert.)

[259] Deze had plaats op 19 November en was zeer hevig. De schok werd

gevoeld over een afstand van 1200 mijlen of ruim 1900 Kilom. langs

de kust, naar noord en zuid. Santiago, Valparaiso en andere steden

werden deerlijk geteisterd. Bij Valparaiso rees de kust 3 voet,

en bij Quintero omstreeks 4 voet.

(Vert.)

[260] De Antuco, op 37° 20' Z.B. in Chili gelegen, is een 2800

Met. hooge kegelvormige vulkaan, die om de 10 minuten rookwolken

uitstoot. In 1845, 1851 en 1863 waren zijne uitbarstingen nogal

hevig. Van de 33 vulkanen, die Chili minstens bezit, ligt de Antuco

het verst van de kust.

(Vert.)

[261] John Mitchell, Woodwardian professor in de Mineralogie te

Cambridge, leefde omstreeks het midden der 18de eeuw. Hij bekleedde

dit professoraat slechts acht jaren, om zich daarna geheel aan de

theologische bezigheden te wijden. In 1760 publiceerde hij in de

Philos. Transact. eene verhandeling over "The Cause and Phenomena

of Earthquakes." De groote aardbeving van Lissabon in 1755 had zijne

belangstelling in dit onderwerp gewekt. Sommige van zijn ideeën over

de onderaardsche bewegingen zijn zeer scherpzinnig en juist.

(Vert.)

[262] Arago in L'Institut, 1839, blz 337. Zie ook Mier, Chile, deel

I, blz. 392, en Lyell, Principles of Geology, deel II, blz. 119

(10e uitgaaf).

[263] De oude stad Concepcion, ook Penco geheeten, werd toen geheel

verwoest en door eene vloedgolf verzwolgen. De inwoners bouwden

toen ongeveer 10 mijlen van de kust eene nieuwe stad, om van zulke

overstroomingen verschoond te blijven. Tegelijk werd eene nederzetting

op de kust van Juan Fernandez bijna geheel door eene dergelijke golf

vernietigd. In 1730 en verder terug tot 1590 hebben dergelijke rampen

deze streek bezocht. Verder reikt de overlevering niet.

(Vert.)

[264] Reeds lang bestaat op bovengenoemde gronden de meening, dat de

geheele reeks van rotsachtige eilanden, die zuidelijk van Valdivia

tot aan den ingang der Straat van Magelhaen (van 39° 53'-52° 16'

Z.B.) tegenover de fjorden van het vasteland liggen, een afgebroken of

verzwolgen kam van de Cordilleras is, waarvan alléen de toppen boven

zee uitsteken. Vooral de onderzeesche uitbarstingen wijzen hierop.

(Vert.)

[265] De oppervlakte van dit lavameer zou dan ongeveer 745,900 vierk.

Kilom. geweest zijn, terwijl die van de Zwarte Zee 423,990 vierk. Kilom.

bedraagt.

(Vert.)

[266] Deze indringende beweging heet met een wetenschappelijk woord:

intrusie.

(Vert.)

[267] Voor eene volledige beschrijving van de vulkanische

verschijnselen, die de aardbeving van 20 Februari 1835 vergezelden,

en voor de gevolgtrekkingen, welke daaruit zijn af te leiden, moet

ik verwijzen naar deel V der Geological Transactions.

[268] E. Suess "Die Entstehung der Alpen," en "Antlitz der Erde;"

A. Heim "Untersuchungen über den Mechanismus der Gebirgsbildung."

[269] Deze passen hebben hoogten van 3927 en 4060 M.

(Vert.)

[270] Een Engelsch gewicht, inzonderheid voor wol, gelijkstaande met

14 pounds of circa 6-35/100 kilogr.

[271] Scoresby's Arctic Regions, Vol. I, Blz. 122.

[272] In Shropshire heb ik hooren opmerken, dat het water van de Severn

veel troebeler is, als de rivier ten gevolge van aanhoudende regens

buiten hare oevers treedt, dan wanneer dit veroorzaakt wordt door het

smelten van sneeuw in de bergen van Wallis. Als D'Orbigny (deel I,

blz. 184) de oorzaak van de verschillende kleuren der Zuidamerikaansche

rivieren verklaart, merkt hij op, dat die met blauw of helder water

op de Cordilleras ontspringen, waar de sneeuw smelt.

[273] Lower White Chalk in Engeland, en Turonien (naar de aloude

provincie Touraine, thans het departement Indre-et-Loire) in Frankrijk,

zijn de equivalente namen der tweede of middelste onderafdeeling

van de bovenste hoofdafdeeling der Krijtformatie. In Engeland en

Noord-Frankrijk wordt zij gevormd door witte of lichtgrijze, fijne

en weeke mergels: de zoogen. krijtmergels. De onderste lagen van het

Turonien hebben uitloopers, die men door het zuiden en zuidoosten

van Frankrijk tot in Zwitserland kan vervolgen.

[274] De uitbarsting dezer granietkoppen moet in het Tertiaire Tijdvak

hebben plaats gehad.

(Vert.)

[275] Het Spaansche woord puna beteekent letterlijk "ijskoude

onbewoonbare streek."

(Vert.)

[276] Dr. Gillies in "Journal of Nat. and Geograph. Science,"

Aug. 1830. Deze schrijver geeft de hoogte der passen aan.

[277] Ongeveer 3720 meter. De eigenlijke naam van dezen vulkaan is

Pico de Teyde.

(Vert.)

[278] Een casucha is een klein armzalig huisje: een barak of loods.

[279] De Franschman Denis Papin (1647-1712), die vanaf 1673 adsistent

bij Huijgens was, verliet in 1680 als Calvinist zijn geboorteland,

en was van af 1688 hoogleeraar te Marburg. Hij vond in 1681 den naar

hem genoemden pot (la marmite de Papin), welke ten doel had water en

de daarin te koken spijzen hooger te verhitten, dan zulks in open

kookpannen mogelijk was, en zoodoende het koken te bespoedigen en

meer volkomen te maken. Zijne eerste gedachte was, dat men daarin

wellicht beenderen in een bruikbaar voedingsmiddel kon veranderen.

(Vert.)

[280] Deze structuur in bevroren sneeuw was sedert lang door Scoresby

waargenomen in de ijsbergen bij Spitsbergen, en onlangs nauwkeuriger

door Kolonel Jackson (Journ. of Geogr. Soc., deel V, blz. 12) op de

Newa. Charles Lyell (Principles of Geology) heeft de spleten, waardoor

de zuilvormige structuur schijnt bepaald te worden, vergeleken bij

de voegen die bijna alle gesteenten doorkruisen, maar die het best

te zien zijn in ongelaagde massa's. Ik wil hier opmerken, dat de

zuilvormige structuur, in het geval van de bevroren sneeuw, moet worden

toegeschreven aan eene metamorphische werking (eene chemisch-physische

omzetting), en niet aan eene werking gedurende den "neerslag."

[281] Dit is slechts eene toelichting op de merkwaardige wetten,

het eerst door Charles Lyell vastgesteld, betreffende het feit, dat

geologische veranderingen van invloed zijn geweest op de geographische

verspreiding der dieren. De geheele redeneering berust natuurlijk op

de hypothese van de onveranderlijkheid der soorten, anders zou het

verschil tusschen de soorten in de twee gewesten beschouwd kunnen

worden als in lengte van tijd te zijn ontstaan.

[282] Populierenlaan, of openbare wandelplaats.

[283] Cumbre beteekent: bergtop.

(Vert.)

[284] Deze reusachtige woestijncactus Cereus atacamensis levert zelfs

sterke balken, planken en brandhout aan de tropische landen.

(Vert.)

[285] Arbeiders, die de ertsen of delfstoffen naar buiten brengen.

[286] Zoo noemde men de kolonisten, die in de 16de en 17de eeuw

uit Frankrijk naar St.-Domingo gingen, en hier op wilde ossen jacht

maakten. Later veranderden zij in stroopers, roofjagers en kapers. De

naam stamt af van het Karaïbische woord boucan (een houten rooster

waarop vleesch wordt gerookt).

(Vert.)

[287] Van deze schelpen heeft Prof. E. Forbes eene lijst gezien.

[288] Tegenwoordig staat het koper, wat zijne productie betreft,

bovenaan. Terwijl in 1806 slechts vier kopermijnen bij Copiapó in

exploitatie waren, bedroeg dit cijfer in 1842 reeds 40, en in 1853

zelfs 116. Van 1861 tot 1864 produceerde Chili voor eene waarde van

49.102871 pesos (1 peso = francs 1.91 of ruim 90 cents), of gemiddeld

12.275718 pesos per jaar. In 1881 steeg dit bedrag tot 16.359809

pesos. In 1902 werd geëxporteerd:

voor 17.123000 pesos aan koper.

voor 2.520000 pesos aan zilver.

voor 1.624000 pesos aan goud.

(Vert.)

[289] Copiapó werd ook verwoest in 1773, 1796 en 1819. Het grootste

deel der zilverertsgangen ligt in de provincie Atacama, waarvan

Copiapó de hoofdstad is. Behalve het zilverdistrict Chagnarcillo,

zijn ook beroemd die van Tres Puntas en Caracoles. Zij liggen allen

in de Jura-formatie, welke in Chili zeer sterk ontwikkeld is, en zich

van de vlakte uit tot ver in de dalen der Cordilleras uitstrekt.

(Vert.)

[290] Deel II en IV van Relation historique. Voor de opmerkingen over

Guyaquil: zie Silliman's Journal, deel XXIV, blz. 384. Voor die over

Tacna door Hamilton: zie Transact. of British Association 1840. Voor

die over Coseguina: zie Caldcleugh in Philos. Transact. 1835. In

de eerste uitgaaf verzamelde ik verscheidene berichten over het

gelijktijdig optreden van aardbevingen en plotselinge dalingen van

den barometer, alsook van aardbevingen en luchtverschijnselen.

[291] G. P. J. Scrope (1797-1876) vermaard Engelsch geoloog,

vooral bekend door zijne studiën over vulkanen. Hij schreef o.a.:

Considerations on Volcanoes (1825); Volcanoes (2de Ed. 1872);

Extinct Volcanoes of Central France (1858), behalve eene menigte

verhandelingen.

(Vert.)

[292] "Observac. sobre el Clima de Lima," blz. 67--Azara's

Reizen, deel I, blz. 381--Ulloa's Reis, deel II, blz. 28--Burchell

"Travels," deel II, blz. 524--Webster "Description of the Azores,"

blz. 124--"Voyage à l'Isle de France par un officier du Roi," deel I,

blz. 248--"Description of Sint Helena," blz. 123.

[293] Carl Ochsenius stelt dien afstand gelijk aan acht Duitsche of

geographische mijlen. Zie "Chile, Land und Leute."

(Vert.)

[294] Die geraamten werden daar gevonden met de beenderen van

uitgestorven quartaire zoogdieren.

(Vert.)

[295] Temple zegt in zijne Reizen door Opper-Peru of Bolivia:

"Ik zag op mijn tocht van Potosi naar Oruro de puinhoopen van vele

Indiaansche dorpen of woningen, zelfs tot aan de toppen der bergen,

welke getuigden van eene vroegere bevolking op plaatsen, die nu

geheel verlaten zijn."--Elders doet hij soortgelijke opmerkingen;

maar ik kan niet zeggen of deze verlatenheid een gevolg is van gebrek

aan bevolking, dan van eene veranderde gesteldheid van het land.

[296] Algarroba is de Spaansche naam van het Johannisbrood (vrucht). De

boom zelf heet Algarrobo, Algarrobero of Algarrobera Ceratonia siliqua

of Procopis siliquastrum.

(Vert.)

[297] Edinburg Phil. Journ., Jan. 1830, blz. 74; en April 1830

blz. 258. Zie ook Daubeny: A description of active and extinct

Volcanoes, London 1858; en Bengal Journal, deel VII, blz. 324.

[298] Iquique telde omstreeks 1882 nog 9000 en thans circa 40100

inwoners. Zij is de hoofdstad der salpeterrijke provincie Tarapacá,

die vroeger tot Peru behoorde, maar na den oorlog tusschen Chili en

de geallieerden (Peru en Bolivia) in 1879 in het bezit van Chili kwam.

(Vert.)

[299] 18 gallons zijn ongeveer gelijk aan 81,78 liter.

(Vert.)

[300] In 1881 bedroeg de uitvoer 26.473511 pesos, en in 1902 zelfs

126.407000 pesos, of respect. circa 50.564400 en 241.437300 francs. In

1908 steeg de uitvoer zelfs tot 440 mill. francs. In Europa dient

het Chili- of natronsalpeter als meststof en tot bereiding van het

voor de kruitfabricatie noodige kalisalpeter.

(Vert.)

[301] "Essai politique sur le Royaume de la Nouvelle

Espagne." (Engelsche vertaling: Political Essay on the Kingdom of

New Spain, deel IV, blz. 199).

[302] Een dergelijk belangwekkend geval wordt medegedeeld in de

"Madras Medical Journal," 1839 blz. 340. Dr. Ferguson toont in zijn

uitnemend opstel (Edinburg Royal Transact., deel 9) duidelijk aan,

dat het gif bij het drogings-proces ontstaat. Vandaar dat droge,

heete landen dikwijls het ongezondst zijn.

[303] Peru werd onafhankelijk verklaard (van Spanje) op 28 Juli

1821. Zijne constitutie dateert van 18 Oct. 1856 en 25 Nov. 1860.

(Vert.)

[304] In October 1820.

[305] Tijdens deze aardbeving werden in de eerste 24 uren 200 schokken

gevoeld. Van de 23 groote en kleine schepen, die in de haven van Callao

lagen, zonken er 19, terwijl de 4 andere--waaronder een fregat--door

het geweld der golven op het strand werden gezet. Slechts 200 van de

4000 inwoners ontkwamen den dood. Een klein stuk van het fort Vera

Cruz was al hetgeen van de stad overbleef.

(Vert.)

De Reis om de Wereld · 第 54 / 56 段