[306] Enkele tientallen van jaren geleden waren de meeste

geleerden--waaronder ook Darwin--van meening, dat de mensch geen

tijdgenoot kon geweest zijn van de in het Diluvium uitgestorven

zoogdieren. Wel was met voldoende zekerheid aangetoond, dat onze

voorouders bij het begin der beschavingsgeschiedenis--minstens 12,000

jaren geleden--op een vrij hoogen trap van cultuur stonden, wat

landbouw, veeteelt, metaalbewerking en pottenbakkerskunst betrof. In

de laatste jaren zijn echter een aantal skeletten en skeletdeelen

van menschen gevonden, die, gevoegd bij eene menigte in holen en

rotsnissen verzamelde steenen werktuigen van grover en fijner maaksel,

de geleerden in staat hebben gesteld het bestaan van den mensch veel

verder in het verleden te vervolgen, en wel door het geheele diluviale

tijdvak heen (met inbegrip van den ijstijd), tot ongeveer aan het

begin. De duur van het Diluvium wordt geschat op minstens 150,000

(door Penck zelfs op ± 700,000) jaren. Vooral de karakteristieke ruwe

vuursteenen bijl--de zoogenaamde Chelléen-bijl, heeft als wegwijzer

gediend. Deze bijl komt algemeen voor in Frankrijk en België, verder

ook in Engeland, Duitschland, Italië, Spanje, Noord-Afrika, en in

Noord- en Zuid-Amerika. Daaruit blijkt, dat de mensch reeds in het

oud-diluvium een groot deel der Oude en Nieuwe Wereld bewoonde, en dus

een tijdgenoot was van de meeste groote zoogdieren, als: mammoethen (en

nog oudere soorten van olifanten), holenberen, holentijgers (waaronder

van 3 met. lengte), reuzenherten, voorwereldlijke paarden en vele

andere dieren, waarop hij jacht maakte en die sedert uitgestorven zijn.

De wetenschap heeft echter haar onderzoek voortgezet en vrij

overtuigende bewijzen gevonden, dat de mensch reeds in de

oud-plioceen periode (nl. de jongste afdeeling van het Tertiaire

Tijdvak) steenen werktuigen heeft vervaardigd, die intusschen

zeer primitief zijn. Skeletdeelen van menschen uit die overoude

periode zijn echter tot heden niet gevonden. Den tijd, die sedert

het oud-plioceen verloopen is, schat Penck op 2-4 millioenen jaren;

maar ook al schat men dien (om met Prof. Steinmann te spreken) op

het minimum van slechts 400,000 jaren, dan wijst dit cijfer toch

op dien buitengewoon hoogen ouderdom van het menschengeslacht. De

meening van verscheidene geleerden (Haeckel, Credner e. a.), als zou

de ontwikkeling van den mensch uit placenta-zoogdieren (nl. uit de

meest volkomen menschapen) in het midden- of laatste gedeelte van

het Tertiaire Tijdvak hebben plaats gehad, heeft dus door de jongste

onderzoekingen nieuw voedsel gekregen.

(Noot van den Vert.)

[307] Wanneer vulkanische asch--hetzij onmiddellijk door nedervallen

uit de lucht of door stroomend water--in neptunische afzettingen

geraakt, ontstaat een middenproduct tusschen eene vulkanische en eene

neptunische stof. Dit is de vulkanische tuf. Zij kan ontstaan zoowel

op het vasteland in vlakten en meren, als in zee.

(Vert.)

[308] Op de kaart ook Chatam gespeld.

[309] Waartoe o.a. de Wolfsmelk behoort.

[310] De geheele archipel, met eene landoppervlakte van 7643 vierkante

kilom., telde in 1903 niet meer dan 400 inwoners (Almanach de Gotha,

1904). Hij behoort tot de republiek Ecuador, en ontleent zijn naam

aan de schildpadden (galápago wil zeggen "schildpad"), die er vroeger

zeer talrijk waren.

[311] Meelachtige wortelknollen van Convolvulus batatus, welke veel

als voedsel worden gebruikt.

(Vert.)

[312] Dat de rat, die in de Nieuwe Wereld niet inheemsch was,

op schepen uit Europa is overgebracht, is een feit. Evenzoo is de

Noorsche rat (Mus decumanus) in Engeland ingevoerd, waar zij in huizen

en schepen zulke verwoestingen aanricht. Op gelijke wijze zijn vele

andere dieren overgebracht: bijv. de groote adder (Fer de lance),

even vergiftig als de ratelslang, kwam door den mensch op Martinique

en Santa Lucia. De Europeesche huisvlieg is door schepen naar alle

Zuidzee-Eilanden overbracht. Ondanks de koude in Noordwestelijk

Europa heeft de kakkerlak (Blatta orientalis) zich hier gevestigd,

en maakt zich de warmte in bakkersovens en troggen ten nutte. De Aphis

(bladluis) kwam uit Indië; en onze beruchte paalworm (Teredo navalis)

was oorspronkelijk een bewoner der equatoriale zeeën.

(Vert.)

[313] Dat Darwin er toen niet geheel zeker van was, als zouden van

de 26 soorten landvogels 25 aan deze eilanden eigen zijn, blijkt

uit den verderen tekst, en uit zijn werk "The Origin of Species",

dat, zooals men weet, eerst in Nov. 1859--dus lang na de uitgave van

"Voyage round the World"--verscheen. Op blz. 543 (uitg. 1906) zegt

hij: "In the Galapagos Islands there are 26 land-birds; of these 21

(or perhaps 23) are peculiar..."

(Vert.)

[314] of kersenvink (Coccothraustes vulg.)

[315] Fringilla coelebs.

[316] Verder onderzoek heeft geleerd, dat sommige dezer vogels,

die men toen tot de eilanden beperkt achtte, op het vasteland van

Amerika voorkomen. De uitstekende ornitholoog Sclater deelt mij mede,

dat zulks het geval is met Strix punctatissima en Pyrocephalus nanus,

en waarschijnlijk ook met Otis (Trapgans) Galapagoensis; zoodat

het getal inlandsche vogels tot 23 of waarschijnlijk tot 22 wordt

teruggebracht. Volgens denzelfden geleerde zouden één of twee dezer

inlandsche vormen veeleer als variëteiten dan als soorten moeten

worden opgevat, hetgeen mij steeds als waarschijnlijk voorkwam.

[317] Dr. Günther verklaart (Zoolog. Soc. 24 Jan. 1859), dat deze

slang eene bijzondere soort is, die, voor zoover men weet, geen ander

land bewoont.

[318] "Voyage aux Quatre Iles d'Afrique." Zie, wat de Sandwich-Eilanden

betreft: "Tyerman and Bennet's Journal," deel I, blz. 434; voor

Mauritius: "Voyage par un Officier," enz. deel I, blz. 170. Volgens

Webb en Berthelot: "Histoire Naturelle des Iles Canaries," zijn er

geen kikvorschen op de Kanarische Eilanden. Ik zag er geen op Sint

Jago van de Kaap-Verdische Eilanden, en op Sint Helena ontbreken zij.

[319] of Lacertilia volgens Haeckel.

(Vert.)

[320] of perikardion = hartzakje.

[321] ongeveer 329 meter.

[322] Iguana is de Spaansche naam; op Haïti heet zij Leguaan.

(Vert.)

[323] De Ulvae (zeelatuwe of watersalade) behooren tot de zoogenaamde

Groene Algen (Chlorophyceae of Coniervea); het donkerroode gewas,

waarvan Darwin spreekt, tot de Bruine Algen (Phaeophyceae of

Fucoideae).

(Vert.)

[324] Amblyrhynchus wil zeggen "Stompsnuit," van ambl'uc (stomp) en

(snuit).

(Vert.)

[325] Diptera of Tweevleugelige insecten (zooals vliegen,

enz.) Hymenoptera of Vliesvleugelige insecten (zooals bijen, wespen)

met vier vleugels.

[326] Ann. and Mag. of Nat. Hist., deel XVI, blz. 19.

[327] "Voyage in the U. S. ship Essex," deel I, blz. 215.

[328] Linnean Trans., deel XII, blz. 496. Het meest abnormale feit in

dit verschijnsel dat ik ontmoet heb, is de wildheid der kleine vogels

in de arctische of poolstreken van Noord-Amerika (beschreven door

Richardson in zijne Fauna Borealis, deel II, blz. 332), waar zij nooit

vervolgd worden, naar men zegt. Dit geval is des te vreemder, wijl men

beweert, dat sommigen van dezelfde species in hunne winterkwartieren

in de Vereenigde Staten tam zijn. Terecht merkt Richardson op, dat

er in de verschillende graden van schuwheid en zorg, waarmede vogels

hunne nesten bouwen, veel voorkomt, dat in hooge mate onverklaarbaar

is. Hoe zonderling is het niet, dat de Engelsche woudduif, een in

't algemeen zoo wilde vogel, zeer dikwijls zijn jongen opkweekt in

heesterboschjes, in de nabijheid van menschelijke woningen!

[329] Deze oostelijk van Tahiti gelegen archipel is een Fransche

kolonie en voert den officiëelen naam van Tuamotu-Eilanden. Het woord

Tuamotu wil zeggen "Afgelegen." Zijne verdere namen zijn Paumotu- of

Overwonnen-Eilanden; Lage Eilanden (volgens Krusenstern); Gevaarlijke

Archipel (volgens Bougainville); en eindelijk de Paarlen-Eilanden

(volgens de handelaren). Dien laatsten naam ontleenen zij aan

hun kostbaarst product: de paarlen. De schoonste parel, die hier

gevonden werd en later aan de Koningin van Engeland toebehoorde,

werd met f 72000 betaald. Zeer groote en kostbare exemplaren zijn

echter zeldzaam. Van de 78 eilanden der groep, die 700 vierkante

kilom. groot is en in 1897 5373 inwoners telde, hebben 35 parelbanken

in hunne lagunen.

(Vert.)

[330] Pomaré is de naam van eene voormalige dynastie op Tahiti. Zij

ving aan in 1793, en de laatste koning van dien naam, Pomaré V,

deed afstand van den troon in 1880.

(Vert.)

[331] Caprifolium.

[332] Jasminum.

[333] Rosa canina.

[334] James Cook ontdekte Nieuw-Zeeland en de oostkust van Australië

in de jaren 1768-1771.

(Vert.)

[335] Tot de Maleiers--de vijfde der twaalf species.

[336] Moritz Retzsch (1779-1857) bekend door zijn prachtige

illustratiën bij de werken van Goethe en Schiller.

(Vert.)

[337] Daarbij heeft het eiland eene zeer geringe bevolkingsdichtheid,

want op eene oppervlakte van 268.461 vierkante kilom. (achtmaal

Nederland) wonen, volgens de telling in 1908, slechts ongeveer

1,008,000 zielen, waaronder 47,731 Maoris.

(Vert.)

[338] Ook Dámmara australis genoemd. Hij behoort tot de Coniferae en

groeit ook op de Philippijnen, waar hij onder den naam van Dámmara-den

of Fakkelboom bekend is. Hij levert de bekende dámmara-hars (resina

dammarae), evenals de planten dámmara en xylopia op de Molukken. Deze

boom, die in vele gevallen 40-50 meter hoog wordt, heeft voor zijne

ontwikkeling eene vochtige zeelucht en een drogen kleibodem noodig,

en groeit alleen op het noordwestelijk deel van het noordelijkste

der twee groote eilanden, waaruit N.-Zeeland bestaat. Zijn hout

komt nog het meest overeen met dat van den witten of zilverden

in West-Europa, en is zoo duurzaam, dat stammen (veel gebruikt

voor masten, mijnstutten, spoorliggers, enz.) die 50 jaren in de

aarde hadden gestaan, niets geleden hadden. De kauri-pijnboom is

voor het oerwoud in de noordelijke warmere streken van N.-Zeeland,

wat de mammoeth-boom is in Californië, en de ceder van den Libanon

in Voor-Azië. Dámmara komt van het Hindostansche woord dâmar, dat

"hars" beteekent.

(Vert.)

[339] Men kent op N.-Zeeland 115 soorten van varens (varenkruiden en

varenboomen). In de wouden vindt men varenboomen (Dicksonia en Cyathea)

van 10-13 meter hoogte.

(Vert.)

[340] Tegenwoordig is wol het belangrijkste uitvoerartikel van

Nieuw-Zeeland. In 1901, bijv., werd uitgevoerd aan wol voor £

3.699.000; aan vleesch voor £ 2.369.000; aan goud voor £ 1.754.000;

aan boter voor £ 882.000; aan Kaurihars voor £ 746.000; aan huiden

voor £ 405.000; aan hout voor £ 295.000; aan kaas voor £ 239.000;

en aan steenkool voor £ 142.000.

(Vert.)

[341] In vierkante Engelsche mijlen is de oppervlakte 103,700.

(Vert.)

[342] Deze Amerikaan leefde van 1755-1836.

[343] Het is opmerkelijk, hoezeer dezelfde ziekte in verschillende

klimaten gewijzigd wordt. Op het eiland St.-Helena wordt de invoering

van scharlakenkoorts als eene plaag gevreesd. In sommige landen worden

vreemdelingen en inboorlingen door sommige besmettelijke ziekten

even verschillend aangetast, als waren zij verschillende dieren. Van

dit feit heeft Chili eenige voorbeelden gegeven, en, volgens A. von

Humboldt, ook Mexico. (Essai politique sur la Nouvelle Espagne).

[344] De Maoris op N.-Zeeland zeggen: "Wij zullen ondergaan, evenals

onze reuzenvogel, de Dinornis. Evenals de klaver het varenkruid

doodde en de Europeesche hond den hond der Maoris; evenals onze rat

vernietigd werd door de Pakeha-rat, zoo zal ook ons volk door de

Europeanen verdrongen en vernietigd worden."

(Vert.)

[345] "Narrative of Missionary Enterprise," blz. 282.

[346] Kapitein Beechy zegt (Deel I, hoofdstuk 4), dat de bewoners

van het eiland Pitcairn (in de Zuidzee met eene oppervlakte van 5

vierkante km. en 126 zielen) vast overtuigd zijn, dat zij na aankomst

van elk schip aan huid- en andere aandoeningen lijden. Hij schrijft

dit toe aan de diëetverandering tijdens het bezoek. Dr. Macculloch

("Western Isles", deel II, blz. 32) zegt: "Men verzekert, dat bij

aankomst van een vreemdeling op St.-Kilda, alle bewoners volgens

de gewone zegswijze eene verkoudheid opdoen."--Hijzelf beschouwt de

geheele zaak als belachelijk, hoewel zij vroeger dikwijls bevestigd

is, doch voegt er bij: "Toen wij den inwoners de vraag voorlegden,

verklaarden zij eenstemmig, dat het verhaal juist was." In de

Reis van Vancouver vindt men eene ongeveer gelijke mededeeling over

Otaheite. Dr. Dieffenbach zegt in eene noot bij zijne vertaling van dit

"Dagboek", dat hetzelfde feit algemeen geloofd wordt door de bewoners

van de Chatham-Eilanden (ten oosten van N.-Zeeland, 971 vierkante

Km.) en in sommige gedeelten van Nieuw-Zeeland. Onmogelijk kon zulk

een geloof algemeen ingang hebben gevonden in het noordelijk halfrond,

bij de Tegenvoeters en in den Stillen Oceaan, zonder dat er een goede

grond voor bestond. Humboldt zegt in zijn Essai politique sur la

Nouvelle Espagne, dat de groote besmettelijke ziekten in Panama en

Callao "gekenmerkt" zijn door de komst van schepen uit Chili, omdat

de menschen uit die gematigde luchtstreek het eerst de noodlottige

werking der heete landen ondervinden. Ik wil hier bijvoegen, dat ik

in Shropshire heb hooren verzekeren, dat schapen, welke op schepen

ingevoerd en bij anderen in hetzelfde hok worden gebracht, dikwijls

ziekten onder de kudde voortbrengen, ofschoon zijzelven in gezonden

staat verkeeren.

[347] "Travels in Australia", deel I, blz. 154. Voor verscheidene

belangwekkende persoonlijke mededeelingen, betreffende deze groote

valleien in Nieuw-Zuid-Wallis, moet ik den heer Mitchell mijn dank

betuigen.

[348] Macropus en Hypsiprimnus behooren beide tot de Macropodidae,

eene familie van de Kangoeroes (Poëphaga), welke eene Orde zijn van

de Marsupialia of Buideldieren.

(Vert.)

[349] Ook wel Casuarius emeu genoemd.

[350] Dit dier behoort tot de Monotremata--eene onderklasse der

zoogdieren, welke zich hierdoor onderscheidt, dat de individuën

slechts ééne opening (tr=hma = gat) bezitten voor het verwijderen

der uitwerpselen.

(Vert.)

[351] Met belangstelling vond ik hier den hollen kegel- of

trechtervormigen val van de leeuwenmier (Myrmeleon formicarius), of

een ander insect. Eerst viel eene vlieg de verraderlijke helling af

en verdween onmiddellijk; toen kwam eene groote maar onvoorzichtige

mier. Bij de hevige pogingen, welke deze deed om los te komen, wierp de

leeuwenmier snel hoopjes zand naar het verwachte slachtoffer (Volgens

Kirby en Spence zou de leeuwenmier dit met haren staart doen). Maar

de mier had een beter lot dan de vlieg en ontkwam aan de noodlottige

kaken, die op den bodem van den hollen trechter verborgen waren. De

val van de Australische leeuwenmier was ongeveer slechts half zoo

groot als die van de Europeesche.

[352] Traan is sedert lang niet meer een hoofdartikel. In 1901 waren

de voornaamste uitvoer-artikelen naar volgorde in millioenen ponden

sterl.: goud (17.9); wol (17.8); zilver (4.2); kaas (3.1); dieren

(2.9); vleesch (2.7); koper (2.3); huiden (1.9); steenkool (1.9);

boter (1.8); suiker (1.3); leder (0.8); talk (0.7).

[353] Hobart Town heet sedert 1 Juni 1881 eenvoudig Hobart. Volgens de

telling van 3 Maart 1881 waren er 21.118 zielen en in geheel Tasmanië

115.705. In 1908 bedroegen die cijfers respect.: 40,330 en 185,800.

[354] De Tasmaniërs (tot de Papoea's behoorende), die men in 1815 nog

op 5000 zielen schatte, zijn nu geheel uitgestorven. In 1867 stierf

Truganini, ook wel Lalla Rookh genaamd, als laatstovergeblevene.

(Vert.)

[355] Tasmanië = 67894 vierkante Kilometer; Ierland = 84,253.

[356] Een stam ging naar het Zwanen-Eiland, drie andere naar het eiland

Gun-Carriage; doch later bracht men allen naar het Flinders-Eiland.

(Vert.)

[357] De stammen van Eucalyptus globulus (Blauwe Gomboom) bereiken

hier eene hoogte van 100 meter en daarboven. Sommige boomen hebben 1

meter boven den grond een omtrek van 20 meter, en op 40 meter hoogte

bedraagt die omtrek nog 13 meter.

(Vert.)

[358] Men onderscheidt Casuarina stricta, C. torulosa en

C. tuberosa. De twee eersten noemen de kolonisten Shea-oak, den

laatsten Beefwood, naar de hardheid van hun hout, dat zeer gezocht

is. Van de Eucalypti komt hier het meest in wouden voor: E. marginatus

(Jarrah- of Westaustralische Mahagoniboom), waarvan het hout noch

door de termieten, noch door den paalworm wordt aangetast.

(Vert.)

[359] Hun geslachtsnaam is Xanthorrhoea of Kingia.

(Vert.)

[360] Deze planten zijn beschreven in de Annals of Nat. History,

1838, deel I, blz. 337.

[361] Holman's Travels, deel IV, blz. 378.

[362] Kotzebue "First Voyage", deel III, blz. 155.

(De Radack- of Ratack-Archipel maakt deel uit van de Marshall-Eilanden,

waarvan hij de oostelijke groep vormt; de westelijke groep heet de

Ralick-Archipel.

(Vert.)

[363] Waarschijnlijk is deze vogel eene soort van vijverhoen

(Gallinula). Zie Marshall "Zoölogie".

(Vert.)

[364] De dertien species behooren tot de volgende Orden: Coleoptera

met één kleinen springkever (Elater); Orthoptera met een Gryllus en

een Blatta; Hemiptera met ééne species; Homoptera met twee; Neuroptera

met een Chrysopa; Hymenoptera met twee mieren; Lepidoptera nocturna

met een Diopaea en een Pterophorus (?); en eindelijk van de Diptera

twee species.

[365] Tridacnidae geheeten. Zij behooren tot de Orde der Chamacea.

[366] Eenige inboorlingen, die door Kotzebue naar Kamtsjatka werden

gebracht, verzamelden steenen om mede naar hun land te nemen.

[367] Deze species, ook Birgus geheeten, behoort tot de Decapoda,

eene Onderorde van de Pantserkreeften (Thoracostraca)--eene Orde van

de Hoogere Kreeften (Malacostraca).

(Vert.)

[368] Door de zoölogen ook Thuroidea en Holothuriae genoemd.

(Vert.)

[369] Daaronder reken ik natuurlijk niet eenigen grond, die uit

Malakka en Java op schepen hierheen is gevoerd, evenmin als eenige

kleine, door de golven aangespoelde stukken puimsteen. Ook moet het

eene blok groensteen op het noordelijke eiland worden uitgezonderd.

[370] Deze werden het eerst voorgedragen in de "Geological Society"

in Mei 1837, en zijn later breedvoerig beschreven in een afzonderlijk

deel, getiteld: The Structure and Distribution of Coral Reefs, 1842.

[371] Behoort tot de Maldivische Eilanden.

[372] Of Heyou genaamd. Zij ligt in den Lagen of Tuamotu-Archipel.

(Vert.)

[373] Het verdient opmerking, dat Lyell reeds in de eerste uitgaaf

van zijne "Principles of Geology" tot de slotsom kwam, dat de maat

van inzinking in den Stillen Oceaan, die der rijzing moet hebben

overtroffen, omreden de landoppervlakte zeer klein is in verhouding

tot de organische en physische krachten, die daar land helpen vormen,

n.l., de groei der koralen en de vulkanische werking.

[374] Ook Borabora geheeten en met 24 vierkante kilom. oppervlakte,

behoort tot de voorheen "onafhankelijke" eilanden onder den wind. Deze

vormen de westelijke groep der Gezelschaps-Eilanden en zijn door een

breed kanaal gescheiden van de oostelijke groep, waartoe o.a. Tahiti

behoort.

(Vert.)

[375] Hogoleu (een der Karolinen Eilanden) met eene oppervlakte van

132 vierkante kilom., draagt ook den naam van Roug.

(Vert.)

[376] Tot mijne groote tevredenheid vind ik in een vlugschrift

van den heer Couthouy, een der natuuronderzoekers bij de groote

zuidpool-expeditie der Vereenigde Staten, de volgende zinsnede:

"Na persoonlijk onderzoek van een groot aantal koraaleilanden, en

een verblijf van acht maanden op de vulkanische eilanden met strand-

en gedeeltelijk met walriffen, veroorloof ik mij de verklaring, dat

mijne eigen waarnemingen mij hebben overtuigd van de juistheid van

Darwin's theorie."

De natuuronderzoekers van deze expeditie verschillen echter met mij

in enkele punten, de koraalvormingen betreffende.

[377] Op blz. 175 van zijn werk The structure and Distribution of

Coral Reefs, 3e uitgaaf 1889, noemt Darwin de eilanden welke Quoy en

Gaimard bezocht en in de Annales des Sciences Naturelles, deel VI,

blz. 279 beschreven hadden. Zij waren Mauritius, Timor, Nieuw-Guinea,

de Mariannen of Dieven-Eilanden, en de Sandwich-Eilanden.

(Vert.)

[378] Het kanaal tusschen de atollen Ross en Ari (ook in dezen

archipel) is 150 vademen diep, en dat tusschen de noordelijke en

zuidelijke atollen Nillandoo 200 vademen.

(Vert.)

[379] Op deze fraaie kaart ziet men, dat dit vooral het geval is met

de Karolinen-, de Marshall- en Gilbert-Eilanden; met de Gezelschaps-

en Tuamotu-Eilanden, het groote walrif op Australië's oostkust en de

naburige atollen. De dicht bij elkander liggende Laccadiven, Malediven,

Chagos- en Saya de Malha-Eilanden zijn allen donkerblauw gekleurd.

(Vert.)

[380] Van de vulkanen dezer eilanden is de Tofua de belangrijkste. Deze

wierp in 1792 groote lavastroomen uit. Een andere vulkaan, de Amargura,

had eene uitbarsting op 9 Juli 1847.

(Vert.)

[381] De dieptegrenzen van ongeveer 37-55 Met., door Darwin als

levensvoorwaarde van de rif- of kolonievormende koralen genoemd, zijn

door later onderzoek eenigszins gewijzigd. De meeste koraalgeslachten

gedijen tusschen 30 en 40 Met. diepte, maar men heeft een rif

gevonden, waarop zeer enkele geslachten leefden op eene diepte van

50-90 Met. Ook hunne geographische verspreiding volgt een bepaalden

regel, en de uitzonderingen daarop bevestigen dien slechts. Men

vindt koraalriffen alleen in warme zeeën, ongeveer tusschen 25°

N. en Z.Br.--daar waar de gemiddelde jaartemperatuur van het water

minstens 20° C. is. In de Roode Zee en in den Stillen Oceaan liggen

de noordelijke riffen respect. op 30° en 28°30' breedte, terwijl

de koraalriffen der Bermuda-Eilanden in den Atlant. Oceaan, onder

invloed van den warmen Golfstroom nog op 32° 15' N.B. gedijen.

Verder heeft de wetenschap geleerd, dat het verschijnsel, of liever,

het proces der rifvorming veel ingewikkelder is, dan Darwin en

na hem de Amerikaansche geoloog Dana (in 1849) onderstelden. Men

heeft nl. in den Westindischen Archipel, op de Philippijnsche,

de Salomons-, Palau- en Andamans-Eilanden koraalvormingen ontdekt,

welke onder andere omstandigheden moeten ontstaan zijn, dan die in het

midden van den Stillen Oceaan. Darwin's theorie, ofschoon langen tijd

een onbeperkt gezag uitoefenende, en nog in de jaren 1880-1890 der

geologen als Suesz, Neumaijr en Bonney verdedigd, wordt dan ook door

verscheidene geologen en zoölogen (Geikie, Murray, Guppy, Semper,

Rein, Poutalès, Studer, Agassiz e.a.) niet aangenomen. Toch geeft

zij nog de natuurlijkste verklaring van alle koraaleilanden in de

Stille en Indische Oceanen, die onder een helling van 60°, of zelfs

loodrecht honderden meters hoog boven den zeebodem verrijzen. Zij vond

een wezenlijken steun in het geologisch onderzoek van de riffen uit

vroegere perioden der aardgeschiedenis. Men heeft nl. zulke riffen

ontdekt in alle formaties--van af de Cambrische periode--behalve tot

nu toe in die van het Tertiaire Tijdvak. De dikte dier voorwereldlijke

riffen is menigmaal ontzaglijk; in het Devoon bedraagt die soms 700, in

het Trias zelfs 1500 Met. Doch eerst in 1897/98 werd Darwin's theorie

proefondervindelijk ook voor de tegenwoordige riffen bevestigd. Bij

boringen op het eiland Funafuti (een der Ellice-Eilanden in den Stillen

Oceaan) stiet men tot op eene diepte van 390 Met. door koraalkalk.

De verschillende theorieën over het ontstaan der koraaleilanden

en koraalriffen vindt men zeer goed omschreven in R. Langenbeck

"Koralleninseln", Leipzig 1890; en in W. May "Korallen und andere

gesteinsbildende Tiere", Leipzig 1909.

(Noot v. d. Vert.)

[382] Volgens eene telling in 1901 had Port-Louis 53,897 inwoners

met hare voorsteden. Het geheele eiland, dat eene oppervlakte bezit

van 1826 vierkante kilom., telde er toen 371,023.

(Vert.)

[383] Volgens de vermaarde theorie der Erhebungskratere van Leopold

von Buch, E. de Beaumont, Dufrénoy e.a., ontstond de conische gedaante

van een vulkaankegel voornamelijk door eene opheffing of zwelling van

den grond rondom de spleet, waaruit de eruptie-stoffen naar buiten

werden gedreven. Dit zou o.a. het geval zijn geweest met den Vesuvius

(wegens de groote helling der lavalagen) en de Etna. Scrope, Prévost

en Lyell hebben de onhoudbaarheid dezer theorie bewezen.

(Vert.)

De Reis om de Wereld · 第 55 / 56 段