III.

't Was stil--en 't bleef een poosje stil;

Men hoorde niet meer slag of gil,

En Sparrebeen zei: "Eva, kind!

De muis is weg, uw rust begint."

Zij werkt zich uit de dekens, maar

Vol angst nog, lispt ze: "och, is 't waar?

Och, Sparretje, ik dank u wel.

Wat werkt zoo'n beest op mijn gestel!

Nu kom ik er eens even uit,

Om u te danken, lieve guit!"--

Maar 't muisje, nog al bij de hand,

Keek juist van onder 't ledikant,

En Eva nauwlijks op den grond,

Sprong met haar dikke voetjes rond.

Zij schreeuwde luid: "Daar is de muis:

Jaag Sparlief! 't beest toch buitenshuis."--

Fluks boog de man zich op den grond,

Of hij de snoode muis ook vond,

Sloeg woedend om zich, keer op keer;

Maar zie, de muis ontsnapte weêr,

En zuchtend klaagde 't echtlijk paar:

"Wij vangen 't dier nog in geen jaar;

Wat ons nog overkomen zal

Bij zulk een schrikklijk ongeval?"

De muis, of De gestoorde nachtrust een berijmde geschiedenis in twaalf tafereelen voor jong en oud · 第 11 / 20 题