Maar Spar dacht: Knaap, je zult er aan!
En trok zijn broek en kousen aan;
Wie had ooit Snarretje voorspeld
Dat hij, zoo op zijn rust gesteld,
Nog in het middernachtlijk uur
Zou opstaan voor een avontuur?--
Hij greep een stok en sloeg in 't rond,
Maar sloeg, waar zich geen muis bevond.
Hij sprong en stapte heen en weêr,
Maar miste 't raken keer op keer.
En Eva lag, met bangen blik,
Te staren, en kreeg schrik op schrik;
Zij riep maar: "Sparretje! sla raak,
Opdat de muis mij niet genaak!"--
En was 't een oogenblikje stil,
Dra klonk weêr vreeslijk Eva's gil:
Vriend Spar geraakte gansch in vuur
En sloeg op tafel, stoel en muur.
Maar eindelijk sprong de rappe muis,
--Misschien toch was 't wel bij abuis
Op Eva's hoofd, en zoo op 't bed.
Wat Eva gilde! Met één zet
Dook zij, van vreeze bijna gek,
Met hoofd en al beneden 't dek,
Maar stak, daar haar het dek bedroog,
De bloote beenen ver omhoog;
En Spar, die nu gansch woedend is,
Springt toe en slaat, maar altijd mis.