GEDAANTEVERWISSELINGEN VAN EEN ZEEPBEL.

Maak eene sterke zeepoplossing van Marseillaansche zeep (Spaansche of

Bristolzeep), en lauw water (van omstreeks 15° C.); giet dit zeepwater

door een doek, om de niet opgeloste zeepdeeltjes tegen te houden,

en voeg er zuivere glycerine bij, 2 deelen glycerine op 3 deelen

zeepwater. Roer dit mengsel goed dooreen en laat de vloeistof rustig

slaan, totdat zich aan de oppervlakte eene witachtige korst gevormd

heeft. Neem die korst weg, schenk de heldere vloeistof in eene flesch

over, welke ge moet kurken, en waarin de vloeistof een onbepaalden

tijd bewaard kan worden zonder te bederven.

Hieronder volgen eenige zeer eenvoudige proeven, welke ge met de

aldus toebereide vloeistof kunt verrichten.

Voor het blazen van een bel kunt ge gebruik maken van een aarden pijp,

of van een stroohalm, die aan het uiteinde in vieren gespleten is

en waarvan het gespleten gedeelte rechthoekig omgebogen is, zooals

op de teekening is aangewezen. Eene buis van papier, ter dikte van

een vinger, en op dezelfde wijze gespleten als de stroohalm, is ook

goed. Somtijds zelfs kunt ge daarmede bellen verkrijgen, zoo groot

als uw hoofd en met de schitterendste kleuren gesierd.

Maak nu van dik ijzerdraad een ring van omstreeks 7 cM. middellijn

op drie pootjes; als ge dezen met de vloeistof bevochtigd hebt, zal

eene zeepbel welke ge er bij brengt, den stroohalm loslaten en zich

aan het ijzerdraad hechten, waarop zij vrij lang kan blijven staan

zonder te barsten, althans wanneer ze tegen tocht beschut is.

Neem nu een tweeden ring van ijzerdraad, aan een verticalen steel

bevestigd en van dezelfde grootte als de eerste; als ge dien ring,

ook weer bevochtigd, op de bel legt, kleeft deze er zoo sterk aan

vast, dat ze, bij het omhoog trekken van den bovensten ring in een

lichaam verandert, dat meer en meer tot de gedaante van een rechten

of scheeven cilinder nadert, naarmate de bovenste ring al of niet

recht boven den ondersten ligt.

De cilinder wordt weder een bol, als ge de hand naar beneden

beweegt, en het is een zeer merkwaardig schouwspel, de zeepbel twee

verschillende meetkunstige vormen te zien aannemen, alsof ze uit eene

smeedbare stof bestond.

Voor verdere proeven moet ge een kubus van ijzerdraad hebben, waarvan

de ribben 7 cM. lang zijn, en welke aan een ijzerdraad hangt, zooals

onze figuren aanwijzen. Het ijzerdraad moet een weinig roestig,

en dus wat ruw van oppervlak zijn.

Dompel nu dezen kubus in de glycerine-vloeistof; als ge hem er

voorzichtig weder uithaalt, wacht u eene verrassing; in het midden

ziet ge een zeer dun, vierkant vlies van vloeistof, waarvan iedere

zijde met de overeenkomstige zijde van den kubus verbonden is door

middel van een vlies van zeepwater, zooals de kubus rechts bovenaan

op onze teekening aanwijst. Dompelt ge nu alleen het ondervlak

van den kubus in de vloeistof, dan is de figuur veranderd: binnen

in den kubus van ijzerdraad heeft zich een kleinen kubus gevormd,

welks wanden uit zeepwater bestaan, en waarvan de ribben door platte

vlakken van zeepwater aan de ribben van den grooten kubus verbonden

zijn: deze vlakken vormen met die van den kleinen kubus zes volkomen

regelmatige afgeknotte pyramiden; het geheel vertoont weer, als bij de

zeepbellen, alle kleuren van den regenboog. Verbreek nu met een stuk

vloeipapier een der vlakken van den kleinen kubus en de eerste figuur,

waarin de binnenste kubus tot een enkel vierkant is teruggebracht,

komt terstond weder te voorschijn.

Natuurkunde in de Huiskamer: ongeveer 100 proeven met huishoudelijke voorwerpen. · 第 51 / 104 题