Maak aan de beide einden een gaatje in een ei, blaas het door de eene
opening leeg en maak een der gaatjes met een weinig was dicht. Zijt
ge een liefhebber van rauwe eieren, dan is één gaatje voldoende en
kunt ge het ei uitzuigen. Teeken nu met een zacht, zwart potlood twee
oogen op de eierschaal volgens de teekening.
Maak verder een zakje van twee stukjes rood flanel volgens de
stippellijn van onze teekening aaneengenaaid, doe er als ballast wat
hagelkorrels in, en schuif het ei er half in met de opening in den
zak. Plak den rand van den zak met rood zegellak op de eierschaal en
de visch is gereed.
De stukken flanel kunnen volgens de teekening geknipt worden, maar
ge kunt door den vorm en het aantal vinnen te wijzigen, uw visch een
meer of minder zonderlinge gedaante geven.
Hoe de vorm ook zij, de visch zal een uitstekende Cartesiaansche
duiker zijn, welken ge kunt laten rijzen of zinken in een hoog,
met water gevuld glas, waarover ge een vlies van caoutchouc of een
andere geen vocht doorlatende stof hebt gebonden.
Gij moet zooveel ballast in den visch doen, dat hij nog drijft,
maar door een zeer lichten stoot met de hand naar den bodem zinkt.
Als ge nu de hand op het vlies legt en zachtjes op het water drukt,
zal het water door het gaatje in het ei dringen; waardoor de visch
zwaarder wordt en zinkt. Houdt de drukking met de hand op, dan zal
de lucht, die door het binnengedrongen water werd samengeperst, zich
weer uitzetten en het water uitdrijven; daar de visch nu lichter is
geworden, zal hij weer naar boven komen en uwe bevelen schijnen op
te volgen, mits de bewegingen van uwe hand bij het drukken voor de
toeschouwers niet merkbaar zijn.