Aan het einde van een vroolijk feestmaal, als de champagne in de
glazen parelt, en de vreugde en de wijn de gemoederen hebben opgewekt,
moet ge uwen gasten eens voorstellen den duivel op te roepen, en dat
wel zonder de tooverformules der geestenbezweerders en toovenaars
der middeleeuwen: de volgende eenvoudige aanwijzingen zijn daartoe
voldoende.
Snijd van het bristolpapier van een der menu's een strookje af ter
breedte van omstreeks 2 cM., waaraan ge aan een der uiteinden een
rechthoekig stukje moet laten zitten, om een min of meer artistiek
duiveltje uit te snijden. Prik die strook met eene speld tegen de kurk
van eene flesch. Hierdoor hebt ge een hefboom verkregen, waarvan de
arm, waarop het duiveltje staat, de langste moet zijn.
Neem nu van een dessertschaaltje eene rozijn, die goed droog is,
hang haar met een draadje aan het uiteinde van den anderen arm des
hefbooms en laat haar op den bodem van uw glas champagne vallen. De
draad moet zoo lang zijn, dat de hefboom nu horizontaal staat.
Zet voor de geheele inrichting een paar flesschen en hang daar
een servet over, zoodat alleen het duiveltje zichtbaar is, en de
toeschouwers niet zien kunnen hoe eenvoudig de zaak is.
De bellen koolzuurgas, die zich uit den champagne ontwikkelen,
hechten zich aan de rozijn, welke daardoor lichter wordt en na eenige
seconden tot aan het oppervlak der vloeistof wordt opgestuwd. Daar de
draad niet meer gespannen is, zal de hefboom door het gewicht van het
poppetje overhellen, en de duivel verdwijnt achter het servet. Deze
mag dus niet grooter zijn dan de hoogte van den wijn in het glas. Is
de rozijn aan de oppervlakte gekomen, dan barsten de koolzuurbellen,
en daar zij nu niet meer door die broze drijvers gedragen wordt,
zinkt ze weder in den wijn, trekt aan het draadje en de duivel komt
weer te voorschijn. Dit rijzen en dalen van de rozijn duurt meer dan
tien minuten, onverschillig of men zich van champagne, dan wel van
Victoria-, Selzer- of kunstmineraalwater bedient.
Zijn sommige onzer proeven misschien wat moeielijk, bij deze zullen
onze lezers daaromtrent niet te klagen hebben, en de kleintjes, aan
wie deze proef is opgedragen, zullen zeker van pret "kiekeboe!" roepen.