EEN ZONDERLINGE BLAKER.

Men zal moeten bekennen, dat een glas water wel de zonderlingste

blaker is, dien men kan bedenken; gij zult echter zien, dat hij niet

slechter is dan een andere.

Bezwaar een eind stearinekaars, door er van onderen een spijker in

te steken van zoodanig gewicht, dat de kaars juist tot den bovenkant

inzinkt; de pit mag echter niet nat worden.

Als ge nu de kaars aansteekt, zal zij blijven branden, in weerwil

van de voor haar zeer gevaarlijke omgeving.

Dit schijnt op het eerste gezicht buitengewoon; maar als men even

nadenkt begrijpt men wat er moet gebeuren.

Door de verbranding wordt de kaars weliswaar korter, en schijnt de

pit met het water in aanraking te moeten komen, maar daarentegen

neemt het gewicht van de kaars daarbij af, waardoor zij stijgt.

Daar bovendien de stearine aan de buitenzijde door de vloeistof wordt

afgekoeld, zal zij langzamer smelten dan in de lucht, de kaars zal

van boven voortdurend holler worden, zoodat de vlam zich een soort

van putje graaft, dat terzijde van de teekening is afgebeeld.

Deze uitholling werkt klaarblijkelijk mede tot het lichter worden

van de kaars; en de pit zal, zooals te vermoeden was, tot het einde

opbranden.

De practische zijde van deze proef is, dat de hoogte van de vlam van

onze kaars even onveranderlijk is als die van den vloeistofspiegel

en men aldus een lichtend punt van standvastige hoogte verkrijgt;

dit kan van belang zijn bij photometrische proeven, welke ten doel

hebben de lichtsterkte van verschillende vlammen te meten.

Natuurkunde in de Huiskamer: ongeveer 100 proeven met huishoudelijke voorwerpen. · 第 30 / 104 题