HET WATER IN WIJN VERANDERD.

Hoewel hier van geen wonder sprake is, mag de volgende proef wel

interessant genoemd worden.

Neem twee even wijde glazen, welke ik duidelijkshalve A en B zal

noemen, en dompel ze in een emmer water. Als ze vol zijn, keer dan het

glas B onder water het onderst boven en plaats het met den rand juist

op A. Haal nu de beide glazen in dien stand uit het water, houd ze goed

rechtstandig, laat ze afdruipen en veeg ze af. Ge zult dan opmerken,

dat B vol water blijft, zelfs als ge den rand een weinig verschuift,

zoodat er tusschen B en A eene kleine tusschenruimte ontstaat, waarvan

we zoo aanstonds het nut zullen zien. Als ge nu nog op den voet van B

een kleiner glas C met rooden wijn plaatst, kunt ge aannemen, onder

het oog der toeschouwers, en zelfs zonder den welbekenden doek der

goochelaars, den wijn uit C in B over te brengen, zonder dat er een

druppel in A komt, en dat wel zonder een der glazen aan te raken.

De proef blijkt tweeledig te zijn: 1o de wijn moet het glas C verlaten,

en 2o in het omgekeerde glas B komen. Een draad tapisserie wol hangt

met een boog in het glas C en met de beide einden over den rand;

zoo doet hij door de capillariteit uitstekend dienst als hevel,

en aan ieder einde vertoont zich dan ook weldra een druppel, die,

allengs grooter wordende, eindelijk op den voet van B valt, om ten

slotte langs dit glas naar de op elkaar geplaatste randen der beide

groote glazen te vloeien.

Als de wijn hier gekomen is, stroomt hij niet verder onder de werking

der zwaartekracht naar omlaag, maar wordt, vreemd genoeg, tusschen

de beide randen opgezogen.

Dit verschijnsel is een gevolg van de capillariteit en herinnert aan

de proef met eene vloeistof, welke opstijgt tusschen twee dicht bij

elkaar geplaatste glazen platen of in een zeer nauw buisje. Als de

wijn eenmaal tusschen den rand der glazen is binnengedrongen, zullen

wij zien, dat hij zich in fijne straaltjes naar het bovendeel van het

glas B begeeft, waar het water eene steeds donkerder wordende roode

kleur aanneemt, welke naar den onderrand toe lichter en lichter wordt.

Als de proef lang genoeg wordt voortgezet, waartoe men niets anders

behoeft te doen, dan de geheele inrichting rustig te laten staan,

zal ten slotte het water in A nog steeds helder zijn, terwijl B eene

roode vloeistof bevat, en C geheel ledig is.

Natuurkunde in de Huiskamer: ongeveer 100 proeven met huishoudelijke voorwerpen. · 第 27 / 104 题