In de avondkoelte, of liever in de verminderde hitte van den dag,

gingen wij de hoofdkerk bezichtigen, waar onderscheidene oude vrouwen

en eenige weinige honden in beschouwing waren verdiept. Wat het

stuk der zindelijkheid betreft, was er geen onderscheid te bespeuren

tusschen het plaveisel van deze en dat der straten; en daar was een

wassen heiligenbeeld in een kistje, als een kompashuis aan boord,

met een glas er voor, waarvan mevrouw Tussaud niet zou willen

hebben, dat men in eenig opzicht kwaadsprak, en waardoor zelfs

de Westminster-abdij beschaamd zou kunnen worden. Zoudt ge iets

willen weten omtrent den bouwstijl van deze of eenige andere kerk,

hare stichting, uitgebreidheid, hare begiftiging en geschiedenis;

is dit dan niet vermeld in den Reisgids van den heer Murray, en kunt

ge het dan daar niet lezen met gevoelens van dankbaarheid jegens hem,

zooals ik deed.

Om die reden zou ik me ook onthouden melding te maken van

't zonderlinge uurwerk in de Lyonsche hoofdkerk, als ik niet wilde

spreken van eenen kleinen misslag, dien ik ten aanzien van dat werktuig

beging. De kerkbewaarder was er zeer op gezet dat het vertoond zou

worden, deels ter eere van het gebouw en der stad, en wellicht ook

omdat er een presentje voor hem voortvloeit uit de achteraankomende

bewondering. Hoe 't er ook mede zij, het werd in beweging gebracht, en

daarop vlogen een tal van deurtjes open en ontelbare kleine beeldjes

waggelden er uit, en draaiden vanzelven weder naar binnen, met die

eigenaardige onstandvastigheid van doen, en 't hortende in den gang,

als gewoonlijk wordt opgemerkt in beelden die door uurwerk in beweging

worden gebracht. Onderwijl stond de koster die wonderen uit te leggen,

en toonde ze, door behulp eener roede, afzonderlijk aan. Daar was

in het midden een beeld van de Maagd Maria, en, dicht bij haar, een

klein hok waaruit eene andere pop kwam, die er zeer leelijk uitzag

en eene van de snelste duikelingen maakte, welke ik ooit heb zien

bewerkstelligen, en, toen hij haar zag, dadelijk terugsprong en het

deurtje met geweld achter zich dichtsloeg. Daar ik dit opnam als het

zinnebeeld der zegepraal over zonde en dood, en er niet afkeerig van

was, te toonen, dat ik het onderwerp volkomen verstond, vóórdat de

man het mij uitlegde, zeide ik met spoed: "Aha! dat is zeker de booze

geest. Met dien is het spoedig afgeloopen."--"Verschoon mij, mijnheer,"

zei de koster, met eene beleefde beweging van zijne hand naar het

deurtje wijzende, alsof hij iemand voorstelde.--"De engel Gabriël."

Kort na zonsopgang van den volgenden dag stoomden wij de Rhône af,

met eene snelheid van twintig mijlen [23] per uur, in een zeer morsig

vaartuig vol koopmansgoederen en slechts drie of vier andere passagiers

tot reisgenooten: onder welke zich het meest deed opmerken een onnoozel

ridder, die een zachtaardig gelaat had, knoflook at, overmatig beleefd

was, en een smerig reepje rood lint in zijn knoopsgat had, als was

het er door hem ingeknoopt om zich iets te herinneren, zooals Tom

Knikkebol in het kluchtspel, knoopen in zijn zakdoek legt.

Gedurende de laatstverloopen twee dagen hadden wij groote sombere

bergen gezien, als de eerste teekens van de Alpen, die in de verte

opdoemden. Nu ijlden we er langs, soms zeer dicht er naast, soms

gescheiden door een tusschenliggende glooiing, die met wijnstokken

was bedekt. Dorpen en kleine steden, als midden in de lucht hangende,

benevens groote olijfbosschen, welke men door de sierlijk opengewerkte

torens der kerken kon zien, en wolken die zachtkens voortdreven

boven de steile hoogten er achter; op elke hoogte kasteelen, welke

in puinhoopen lagen; en huizen, die verspreid waren in de kloven en

geulen der heuvels; dit alles maakte het zeer schoon. De groote hoogte

van deze was oorzaak, dat de gebouwen er zoo net uitzagen, dat zij al

het bevallige hadden van elegante modellen. Hunne buitengewone witheid

afstekende bij het bruine der rotsen, of het sombere, donkere, doffe

en droeve groen der olijfboomen; de kleine gedaante en de langzame

wandeling der Lilliputsche mannen en vrouwen op den oever, leverden

een bekoorlijk tafereel op. Er waren tallooze overhaalschuiten en

bruggen; de beroemde Pont d'Esprit, met ik weet niet hoeveel bogen;

steden, die geachte wijnsoorten opleveren, Valence, waar Napoleon

studeerde; en de edele rivier, die bij het omvaren van elke bocht

nieuwe schoonheden in het gezicht bracht.

Denzelfden namiddag lag de gebroken brug van Avignon voor ons, met

de geheele stad, die in de zon braadde, omringd door een muur met

kanteelen, welke de kleur had van eene halfgaar gebakken pasteikorst,

en die nimmer bruin zal worden, ofschoon hij eeuwen lang braadt.

De druiven hingen bij trossen in de straten neer, en de schitterende

oleander stond overal in vollen bloei. De straten zijn oud en zeer

nauw, maar tamelijk zuiver, en overschaduwd door zeilen, welke van

het eene huis tot aan het andere reiken. Aangezien schitterende

stoffen en zakdoeken, zeldzaamheden, oude lijsten van gesneden hout,

oude stoelen, kerktafels, heiligen- en Moedergodsbeelden, engelen,

gekladde portretten die u aanstaarden, daaronder ten verkoop waren

uitgestald, was het er recht aardig en levendig. Dit alles kreeg

ook meer luister door de blikken, welke roestige, half openstaande

deuren toelieten te werpen op stille, vakerige binnenplaatsen,

waarachter zich statige oude huizen bevonden, die zwijgend waren als

het graf. Alles geleek tamelijk wel op eene van de beschrijvingen

in de Duizend-en-één-nacht-vertelsels; de drie eenoogigen hadden

aan eene dezer deuren kunnen kloppen tot de straat weergalmde, en

de portier, die volhield met het doen van vragen--de man, die de

keurige aankoopen van den ochtend in zijn korf had gedaan--zou ze

zeer natuurlijk hebben geopend.

Na den volgenden ochtend te hebben ontbeten, spoedden wij ons heen om

het merkwaardige te zien. Uit het noorden blies een zoo verrukkelijk

koeltje, dat de wandeling daardoor bekoorlijk werd, ofschoon de

straatsteenen en de steenen van muren en huizen veel te heet waren

om er met schik de hand op te kunnen leggen.

Vóór alles stegen wij eene rotsachtige hoogte op naar de hoofdkerk,

waar de mis werd gelezen voor een gehoor, dat zeer veel had van dat te

Lyon, namelijk: onderscheiden oude vrouwen, een klein kind en een zeer

bedaarde hond, die zich een klein loopperk of vlakte had uitgekozen,

om er lichaamsoefeningen te houden, beginnende aan het altaar-hek en

eindigende aan de deur, waar hij gedurende den dienst geregeld op en

neer wandelde, zoo stelselmatig en bedaard als eenigerhande oude heer

daar buiten. Het is eene naakte, oude kerk, en de schilderstukken

der zoldering zijn door tijd en vochtig weer op eene droevige wijze

verwoest; maar de zon scheen er door de roode gordijnen der ramen

heerlijk in, en deed de altaarversiersels schitteren; het zag er naar

den aard blinkend en vroolijk uit.

Mij in deze kerk afzonderende om eene schilderij te beschouwen,

welke door een Fransch kunstenaar en zijn leerling in fresco was

uitgevoerd, kreeg ik aanleiding, nauwkeuriger dan ik anders zou

hebben gedaan, een groot aantal gelofte-offeranden (ex voto) op te

merken, met welke de muren der verschillende kapellen overvloedig

waren behangen. Ik zal niet zeggen versierd; want ze waren zeer

ruw en potsierlijk toegetakeld: waarschijnlijk waren ze 't werk van

uithangbord-schilders, die op deze wijze hun bestaan verbeterden;

't waren altemaal kleine schilderijtjes, welke ieder eene ziekte of

kwaal verbeeldde, waaraan de persoon, die het er had neergehangen,

door tusschenkomst van zijn of haar beschermheilige of van de moeder

Gods was ontkomen. En ik kan er op verwijzen als goede stalen van de

algemeene soort. Zij zijn in Italië in overvloed aanwezig.

In potsierlijke hoekigheid van omtrek, en het onmogelijke van het

perspectief, waren zij niet ongelijk aan de houtsneden in oude

boeken maar het waren olieverf-stukken, en, evenals de schilder der

familie Primrose [24], was de kunstenaar niet karig met zijne kleuren

geweest. In een van deze werd aan eene dame een teen afgezet--eene

operatie waarover werd gewaakt door een persoon, als heilige

voorgesteld, die op een wolk in het vertrek was komen zeilen. In een

ander tafereel lag eene dame te bed, die zeer netjes en zorgvuldig

was ingepakt, en met veel bedaardheid staarde op een drievoet met een

groot bekken er op, in den gewonen vorm van eene waschtafel, en zijnde,

behalve hare legerstede, het eenige meubelstuk in haar vertrek. Nooit

zou men hebben verondersteld, dat zij aan eenige ongesteldheid leed,

behalve het ongemak, dat zij op eene wonderdadige wijze klaar wakker

was gehouden, indien niet de schilder op het denkbeeld ware gevallen,

haar geheele gezin geknield in een hoek te plaatsen, met de beenen als

laarzen-beenen achteruitstekende op den grond, waarboven de Maagd,

op eene soort van blauwen divan (of sofa), beloofde, de lijderes

te herstellen. In een ander stuk was eene dame voorgesteld, op het

oogenblik dat zij onmiddellijk buiten de stadsmuren werd overreden,

door eene soort van wagen in den vorm eener piano-forte. Maar ook

daar was de Maagd er bij. Hetzij nu de bovennatuurlijke verschijning

het paard (een kastanjebruine griffioen) had moeten doen stilstaan,

of hetzij die onzichtbaar voor het beest was, ik weet het niet;

maar het galoppeerde heen, ding-dong, zonder den minsten eerbied

of wroeging. Op elke schilderij waren de woorden "Ex voto" met gele

hoofdletters in de lucht geschilderd.

Ofschoon gelofte-offeranden in de heidensche tempels niet onbekend

waren, en blijkbaar behooren tot de veelvuldige schikkingen, gemaakt

tusschen den valschen en den waren godsdienst, toen de laatste in

zijne kindsheid was, zou ik wenschen dat al de andere capitulatiën even

onschadelijk waren. Dankbaarheid en godsdienstigheid zijn christelijke

deugden; en een dankbare, christelijke geest moge de vervulling er

van voorschrijven.

Vlak naast de hoofdkerk staat het oude paleis der pausen, waarvan

een gedeelte nu een gewoon gevangenhuis, en het andere eene vunzige

kazerne is, terwijl sombere reeksen van staatsie-vertrekken, die

gesloten en verlaten waren, hun eigen oude praal en roem bespotte,

evenals de gebalsemde lichamen van vorsten. Maar wij waren er niet

heengekomen om staatsie-kamers, noch om soldaten-kwartieren, noch

om eene gewone gevangenis te bezichtigen, ofschoon wij eenig geld

lieten vallen in eene er buiten geplaatste bus voor de gevangenen,

terwijl de gekerkerden zelven tusschen de ijzeren staven in de hoogte

tuurden en ons reikhalzend bespiedden. Wij gingen de puinhoopen zien

van de schrikbarende vertrekken, in welke de inquisitie gewoon was

zitting te houden.

Een oud vrouwtje van een somber voorkomen en met een paar glinsterende

zwarte oogen--een bewijs, dat de wereld den duivel in haar niet had

bezworen, ofschoon ze er een zestig of zeventig jaren tijd toe had

gehad--kwam uit de kazerne-herberg, waarvan zij de eigenaresse was,

met eenige groote sleutels in de hand en geleidde ons den weg op,

dien wij hadden te volgen. Hoe zij onderweg verhaalde, dat zij een

lands-ambtenares was concierge du palais apostolique--(bewaarster van

het pauselijk paleis) en dit reeds, ik weet niet hoeveel jaren lang

was geweest; en hoe zij deze kerkerholen aan vorsten had getoond;

en hoe zij de beste uitlegster van kerkerholen was; en hoe zij

van kindsbeen af in het paleis had gewoond--en er, als ik mij wel

herinner, geboren was--heb ik niet noodig mede te deelen. Maar zulke

eene trotsche, kleine, vlugge, vonkelende, nadrukkelijke duivelin heb

ik nimmer gezien. Zij was den geheelen tijd door vuur en vlam. Haar

doen en laten was uiterst hevig. Zij sprak nooit, of zij bleef daartoe

opzettelijk stilstaan. Zij stampvoette, greep ons bij den arm, nam

bepaalde houdingen aan, en hamerde, om meer klem te geven, met hare

sleutels tegen de muren; nu fluisterde zij als ware de inquisitie

er nog, dan gilde zij alsof zij zelve op de pijnbank lag. Zij had

eene geheimzinnige, heksachtige manier, als zij de overblijfselen van

eenige nieuwe ijselijkheden naderde, met eene beweging des wijsvingers,

achterwaarts te zien, steelswijze te loopen, en schrikbarende gezichten

te trekken.--En deze enkele handeling zou haar bevoegd hebben gemaakt,

met uitsluiting van alle andere beelden, eens zieken beddedeken op

en neer te wandelen gedurende den geheelen duur der koorts.

Het binnenplein overgaande, tusschen groepen werkelooze soldaten, namen

wij den weg door eene poort, welke deze vrouwelijke heks ontsloot

om ons den toegang te verschaffen, en achter ons weer dichtsloot,

en kwamen op eene enge binnenplaats, die nog nauwer was gemaakt door

gevallen steenen en hoopen puin; waarvan een gedeelte den toegang

stopte eener onderaardsche gang, welke voorheen gemeenschap had (of

van welke gezegd wordt dat zij die had) met een ander kasteel aan den

tegenoverliggenden oever der rivier. Dicht bij deze binnenplaats is

een hol--in het volgende oogenblik stonden wij er in--in den akeligen

toren des oubliettes, waar Rienzi gekerkerd was en vastgeklonken, aan

denzelfden muur die er nog stond, maar gesloten voor het uitspansel

dat er nu in neerzag. Een paar stappen brachten ons in de kerkers

waar de gevangenen der inquisitie, na hunne gevangenneming, gedurende

acht en veertig uren zonder eten of drinken werden opgesloten, ten

einde hunne standvastigheid aan het wankelen mocht worden gebracht,

alvorens men ze in de tegenwoordigheid hunner sombere rechters

voerde. Tot deze had het daglicht nog geen toegang verkregen. Nog

zijn het kleine cellen, ingesloten door vier stugge, stevige, dicht

bijeenstaande, dikke muren, die nog volslagen donker, en nog stevig

van deuren voorzien en gesloten waren als in vroeger dagen.

De heks, op de door mij beschreven wijze, achterwaarts ziende, ging

zachtkens voort naar een gewelfd vertrek, thans gebezigd als magazijn

en, voorheen gediend hebbende tot kapel van het heilig officie. De

plaats waar de vierschaar zat was eenvoudig. Het verhemelte is

mogelijk gisteren pas weggenomen. Verbeeld u, dat de gelijkenis van den

barmhartigen Samaritaan op den muur van een dezer inquisitie-vertrekken

geschilderd was. Maar dit was er en zal er nog wel bestaan.

Hoog in de nijdige muren zijn nissen, waar de stamelende antwoorden der

beschuldigden werden gehoord en opgeschreven; velen van hen waren uit

dezelfde cel, waarin wij zoo angstig hadden gekeken, langs dezelfde

steenen gang gevoerd geworden. Wij waren in hunne eigene voetstappen

getreden.

Ik staarde rondom mij met al den afschrik, welken de plaats inboezemt,

toen de heks mijne vuist vatte, en niet haar dorren vinger, maar het

bovengedeelte van een sleutel op hare lip legde. Zij noodigde mij met

een zwaai haar te volgen. Ik deed het. Zij geleidde mij naar buiten,

en naar een naastbijgelegen vertrek,--een lomp vertrek, met eene

trechtervormige ineengekrompen zoldering, die, aan den top, voor

den schoonen dag geopend was. Ik vraag haar wat dit is. Zij slaat

de armen over elkander, lonkt op eene afschuwelijke wijze en blijft

star-oogen. Ik vraag haar nogmaals. Zij blikt rond, om te zien of er

het geheele kleine gezelschap bijeen is, zet zich op een hoop steenen,

slaat hare armen naar boven, en gilt als een booze geest uit: "la salle

de la question!" (De martelkamer). En de zoldering was dan daarom in

dien vorm gemaakt om het geschreeuw der slachtoffers te verstikken! O

heks, heks! laat ons daarover een wijl in stilte nadenken. Zwijg,

heks! Blijf slechts vijf minuten zitten op dien hoop steenen, met uw

korte armpjes kruiselings over uwe korte beentjes geslagen, en dan

werp weder vlammen uit.

Minuten! er zijn geene seconden door de klok van het paleis aangeduid,

of de heks vliegt, daar hare oogen vuurstralen uitschieten, naar het

midden der kamer, waar zij met hare door de zon verschroeide armen

een kring van hevige slagen beschrijft. Dus snorde het rond, roept

de heks, bof, bof, bof! Een eindeloos bonzen van zware hamers. Bons,

bons, bons op des lijderes ledematen. Ziedaar de steenen trog! zegt

de heks, voor de watermarteling! Gorgel, zuip, zwel, barst, ter

eere des Heilands! zuig bij elken ademtocht het bloedige lor diep

in uw ongeloovig lichaam, ketter dat gij zijt [25], en als de beul

het er uitrukt, terwijl het dampt van de kleine geheimenissen van

Gods waar evenbeeld, ken ons dan als Zijne uitverkoren dienaars,

die waarlijk gelooven aan de Bergrede: als uitgekozen leerlingen van

Hem, die nooit anders een wonderwerk deed dan om ons te heelen: die

nooit een mensch sloeg met beroerte, blindheid, doofheid, stomheid,

krankzinnigheid of eenigerhande bezoeking der menschen; en nooit Zijn

gezegende hand uitstrekte, dan om hulp en verlichting aan te brengen.

Zie! roept de heks. Daar was het fornuis. Daar maakten zij de

ijzers gloeiend. Deze holten droegen den scherpen paal, aan welken

de gemartelden opgeheschen werden, en daar met hunne geheele zwaarte

van de zoldering bleven neerhangen en slingeren. "Maar," en de heks

zegt dit op fluisterenden toon, "heeft mijnheer van dezen toren

gehoord? Ja? Laat mijnheer dan omlaag zien!"

Een koude lucht, bezwangerd met een aardreuk, slaat tegen mijnheers

aangezicht; want zij heeft onder het spreken een luik in den muur

geopend. Mijnheer kijkt er in. Naar beneden op den grond, naar boven

tegen de spits van een steilen, donkeren, hoogen toren, recht akelig,

heel donker, zeer koud. De beul der inquisitie, zegt de heks, haar

hoofd er in dringende om ook naar beneden te zien, wierp hier hen,

welke over al de verdere martelingen heen waren, naar beneden. Maar

kijk! Ziet mijnheer de zwarte vlekken op de muren? een blik over den

schouder naar het scherpziend oog der heks toont mijnheer--en zou

het zonder hulp van den aanwijzenden sleutel--waar zij waren. "Wat

is dat? Bloed!"

In October 1791, toen de revolutie hier op het hoogst was, werden

zestig personen: mannen en vrouwen (en priesters, zegt de heks,

"priesters") vermoord, en de stervenden en de dooden in dien

verschrikkelijken put geworpen waar eene menigte ongebluschte kalk

op hunne lichamen werd neergestort. Die afgrijselijke overblijfselen

van den moord waren weldra verdwenen; maar zoolang een steen van het

hechte gebouw, waarin die daad werd verricht, op den ander zal staan,

zullen zij zoo duidelijk in der menschen geheugen liggen als men nu

de bloedspatten op den muur kan zien.

Was het een gedeelte van het groote ontwerp der vergelding, dat de

wreede daad in die plaats moest worden ten uitvoer gebracht! Dat

een gedeelte der afschuwelijkheden en monsterachtige instellingen,

welke tientallen van jaren achtereen bezig waren met het veranderen

der menschelijke natuur, ze op het laatst in verzoeking zou brengen,

door de onder de hand liggende middelen, hunne razende en beestachtige

woede te voldoen. Dat dit hen in staat zou stellen zich, in den

hoogsten graad hunner dolheid, niet erger te vertoonen dan eene

groote plechtstatige en wettelijke instelling, op de grootste hoogte

van hare macht! Niet erger? veel beter! Zij gebruikten den toren der

vergetenen in den naam der vrijheid--hunne vrijheid; een schepsel van

lage geboorte, gevoedsterd in het zwarte slijk van de grachten en

holen der Bastille, en noodwendig menigvuldige blijken gevende van

zijne ongezonde opvoeding--terwijl de Inquisitie dien in den naam

des hemels gebruikte.

De vinger der heks is opgeheven, en zij sluipt er weer uit naar

de kapel van het heilig officie. Zij blijft staan bij een zeker

gedeelte van den vloer. Haar groot effect is nabij. Zij wacht op

de overigen. Zij werpt een blik op den braven koerier, die bezig

is met het uitleggen van iets, geeft hem met den grootsten sleutel

een klinkenden tik op den hoed en verzoekt hem stil te zijn. Zij

brengt ons allen bijeen, rondom een klein valluik in den grond,

als om een graf. "Voilà!" Zij blikt neer op den ring, en rukt

het luik met haar heksen-nadruk, met een krassend geluid open,

ofschoon het eene niet onbeduidende zwaarte heeft. "Voilà les

oubliettes! Voilà les oubliettes! (ziedaar de holen der vergetenen)

onderaardsch! Schrikkelijk! Donker! IJselijk! Doodelijk! Les oubliettes

de l'Inquisition! (de holen der vergetenen van de Inquisitie)."

Mijn bloed stolde, toen ik den blik, van de heks af, naar beneden

wierp, in de kelders, waar die vergeten schepsels, met herinneringen

van de wereld daar buiten, van vrouwen, vrienden, kinderen, broeders,

den hongerdood stierven, en de steenen deden klinken door hun

vruchteloos gesteen. Maar de rilling, welke ik gevoelde bij het zien

van den vervloekten muur beneden, die vervallen en doorgebroken was,

en hoe de zon er in scheen door zijne gapende wonden, was gelijk aan

een gevoel van zegepraal en overwinning. Ik gevoelde mij verheven door

het grootsche genot, dat ik in deze ontaarde tijden leefde, om het

te zien, als ware ik de held van eenige grootsche verrichting! Het

licht in de ijselijke gewelven was het beeld des lichts, dat er was

gestroomd op alle vervolging in den naam Gods, maar dat nog niet

de middaghoogte heeft bereikt! Het kan niet liefelijker schijnen op

een blinde, die kortelings het gezicht heeft herkregen, dan op een

reiziger die het ziet, hoe het kalm en majestueus de duisternis diens

helpoels vernietigt.

VAN AVIGNON NAAR GENUA.

Toen de heks de oubliettes had getoond, gevoelde zij dat haar groote

slag geslagen was; zij liet het luik knarsend vallen en stond er

bovenop, met hare armen in de zijden en vervaarlijk snuivende.

Toen wij de plaats verlieten, vergezelde ik haar naar hare woning, die

in de buitenste poort van het front was, om eene kleine geschiedenis

van het gebouw te koopen. Haar kroeg, een donker vertrek, door

kleine raampjes verlicht, zonk in den dikken muur, in het verzachte

licht en met een schoorsteen, gelijkende naar dien eener smidse;

het kleine buffetje bij de deur, met flesschen, kruiken en glazen

er op; het keukengereedschap en de kleedingstukken langs de muren,

en een vrouw van een nuchter voorkomen (zij moest een leven leiden

gelijksoortig met dat van de heks), die aan de deur breide--het zag

er volkomen uit als eene schilderij van Ostade.

Ik wandelde de buitenzijde van het gebouw rond, in een soort van droom

en had echter het bekoorlijke gevoel, dat ik er uit ontwaakt was,

waarvan het licht, dat in de gewelven nederviel, mij de verzekering

had gegeven. De bovenmatige dikte en duizelende hoogte der muren,

de verbazende sterkte der stevige torens, de groote uitgestrektheid

van het gebouw, zijne reusachtige evenredigheden, gefronst voorkomen

en barbaarsche onregelmatigheid, baren ontzag en verbazing. De

herinnering van de tegenstrijdige doeleinden, waartoe het voorheen

werd gebruikt--eene onneembare forteres, een weelderig paleis,

eene verschrikkelijke gevangenis, eene plaats van marteling, het

hof der inquisitie: op een en denzelfden tijd een huis van festijnen

en gevechten, van godsdienst en bloed, maakt elken steen van zijne

verbazend hooge gedaante vreesbarend en belangwekkend tevens, en deelt

eene nieuwe beteekenis mede aan het onovereenkomstige daarvan. Ik

kon echter toen, en nog lang naderhand, aan niets anders denken

dan aan de zon in de holen. Dat het paleis was verlaagd tot eene

slenterplaats van luidruchtige soldaten, en gedwongen was hunne ruwe

taal en gemeene vloeken terug te kaatsen, en toe te laten, dat hunne

kleedingen uit zijne morsige ramen fladderden, was eenigermate eene

vernedering van zijn vorigen staat, en tevens iets genoegenbarends;

maar het daglicht in de cellen, en de hemel tot dak van zijne aan de

wreedheid gewijde vertrekken--dit was de storing en de nederlaag er

van. Indien ik het had zien in vlam staan, van de gracht tot aan den

wal, dan zou ik hebben gevoeld, dat niet dit licht, evenmin als al

het licht van al het vuur dat er brandt, het derwijze kon verwoesten,

als de zonnestralen in zijne geheime raadkamers en kerkers.

Alvorens dit pauselijk paleis te verlaten, wil ik uit de korte

beschrijving, zoo even door mij vermeld, eene kleine geschiedenis

mededeelen, geheel geschikt voor het gebouw en in verband staande

met het wedervaren er van.

Schetsen uit Amerika en Tafereelen uit Italië · 第 30 / 48 段