was, dat het eerste verslag van haar geval in werd geleverd, waarin
geconstateerd wordt, dat ""zij nu het hand-alphabet geleerd heeft,
gelijk dit in gebruik is bij de doofstommen, en het even pleizierig
als verwonderlijk is om te zien hoe gauw, nauwkeurig en vlijtig zij
met haar werk vordert. Haar onderwijzer geeft haar een nieuw voorwerp,
bij voorbeeld een potlood; laat haar dit eerst onderzoeken en zich een
denkbeeld vormen van 't gebruik dat daarvan gemaakt wordt, leert haar
dan hoe het gespeld moet worden door haar met haar eigen vingers de
letters voor te doen: het kind grijpt haar hand en voelt hare vingers
zooals de verschillende letters gevormd zijn; ze draait haar hoofd een
beetje naar een kant, gelijk iemand pleegt te doen die attent luistert;
haar lippen staan van elkaar; ze schijnt nauwelijks adem te halen;
en teekent haar gezicht eerst verlegenheid, trapsgewijze neemt dit
een lachenden trek aan, zoodra zij maar alles begrijpt. Dan houdt zij
haar dunne vingers op en speld het woord volgens 't hand-alphabet;
daarna neemt ze haar stiften en rangschikt haar letters; en om nu
aan te toonen dat zij zich niet vergist, neemt ze al de drukletters
die het woord samenstellen, en zet ze op of brengt ze in aanraking
met het potlood of wat het voorwerp ook moge zijn.""
"Het volgende jaar werd geheel en al besteed met het voldoen van haar
vurige begeerte om de namen te kennen van ieder voorwerp dat zij maar
met mogelijkheid hanteeren kon, terwijl men tevens niet verzuimde,
haar in 't gebruik van 't hand-alphabet te oefenen, en op alle
mogelijke wijze haar kennis van 't natuurlijk verband der dingen uit
te breiden. Ook werd er bijzonder veel zorg aan haar gezondheid gewijd.
"Aan 't einde des jaars werd er een verslag van 't geval opgemaakt,
waarvan het volgende een uittreksel is.
"Met een zekerheid, die de mogelijkheid van twijfel uitsluit,
heeft men waargenomen, dat zij geen zweem van licht kan zien, geen
geluid, hoe zwak dan ook, kan hooren, en dat ze nooit haar reukorgaan
gebruikt, gesteld dat zij er een heeft. Bijgevolg woont haar ziel in
duisternis en stilheid, even diep als die waarin een gesloten graf
in 't middernachtelijk uur verkeert. Van schoone gezichten, en zoete
tonen, en liefelijke geuren heeft zij geen begrip; dit neemt niet weg,
dat ze even gelukkig en dartel schijnt als een vogel of een lam; en het
gebruik harer zielsvermogens of de verkrijging van een nieuw denkbeeld
verschaft haar een levendig vermaak, dat dadelijk uit haar sprekende
gelaatstrekken valt op te maken. Nooit schijnt ze misnoegd te wezen,
maar ze heeft al de onbezorgdheid en vroolijkheid der kinderlijke
jaren. Ze houdt dol veel van gekheid, en speelt ze met de overige
kinderen, dan klinkt haar schrille lach boven allen uit.
"Is ze alleen, dan schijnt ze zeer gelukkig, als ze maar haar brei- of
naaiwerk bij de hand heeft, en zal zich daarmee uren lang bezig houden;
heeft ze geen bepaalde bezigheid, dan vermaakt ze zich klaarblijkelijk
door denkbeeldige samenspraken of voorbijgaande indrukken voor den
geest terug te roepen; zij rekent met haar vingers of spelt namen van
dingen die zij onlangs geleerd heeft, natuurlijk in 't hand-alphabet
der doofstommen. Bij deze eenzame gemeenschapsoefening met haar zelve
schijnt ze te redeneeren, te overwegen en te redekavelen; spelt ze
met de vingers harer rechterhand een woord verkeerd, op staanden voet
krijgt die hand met de linker een tik, precies als haar onderwijzer
doet, wanneer die zijn afkeuring over een of ander wil te kennen geven;
heeft ze daarentegen het woord goed gespeld, dan tikt ze zich op 't
hoofd en ziet er vergenoegd uit. Soms spelt ze een woord opzettelijk
verkeerd met de linkerhand, ziet er een oogenblik guitig uit en lacht,
en slaat dan oudergewoonte de rechter- met de linkerhand, als om ze
te verbeteren.
"In den loop des jaars is zij zeer vlug geworden in 't gebruik van
't hand-alphabet; en zoo gauw en vlug spelt ze de haar bekende woorden
en spreuken, dat alleen zij, die aan deze taal gewoon zijn, de snelle
bewegingen harer vingers kunnen volgen.
"Maar mag de snelheid, waarmee zij haar gedachten als 't ware op
de lucht schrijft, verwonderlijk heeten, nog verwonderlijker is
de gemakkelijkheid en nauwkeurigheid waarmee zij de woorden leest,
die op dezelfde wijze door een ander zijn geschreven, door namelijk
hun handen in de hare vast te houden, en iedere beweging hunner
vingers te volgen, zooals de eene letter na de andere hun bedoeling
aan haar geest vertolkt. Op die manier spreekt ze met haar blinde
speelkameraden, en niets kan de kracht der ziel, om de stof aan
zich dienstbaar te maken, krachtdadiger openbaren dan een ontmoeting
tusschen zulke wezens. Want worden er reeds groot talent en vlugheid
in twee pantomimisten vereischt, om hun gedachten en gevoelens door
de bewegingen des lichaams en de uitdrukking van 't gezicht af te
schilderen, hoeveel grooter is niet de moeielijkheid als beiden om zoo
te zeggen in duisternis gehuld zijn, en de een geen geluid kan hooren!
"Als Laura met de handen voor zich uit een gang doorgaat, dan kent
ze oogenblikkelijk ieder dien ze tegenkomt, en gaat hen met een
teeken dat zij ze herkent voorbij: maar is 't een meisje van haar
eigen leeftijd en in 't bijzonder iemand waar ze veel van houdt,
dan legt ze die herkenning in dezer voege aan den dag: ten eerste
speelt er dadelijk een lieve glimlach om haar mond, dan drukt ze haar
vriendinnetje in haar armen of grijpt haar handen, en gauw gaan haar
tengere vingers aan 't telegrapheeren, en worden door dat snelwerkende
middel de gedachten en gevoelens van de buitenposten der eene ziel
naar die der andere overgebracht. Het zijn vragen en antwoorden,
wisselingen van vreugd of smart, het is een kussen en afscheidnemen
precies zooals dit tusschen kleine kinderen, die het gebruik hunner
vijf zintuigen hebben, plaats vindt.
"In den loop van dit jaar--ze was toen zes maanden buitenshuis
geweest--kwam haar moeder haar een bezoek brengen; de wijze, waarop de
ontmoeting tusschen moeder en kind in 't werk ging, leverde inderdaad
een belangwekkend tooneel op.
"Een tijdlang stond de moeder met oogen, waaruit een stroom van tranen
vloeide, haar ongelukkig kind aan te kijken, dat, ten eenenmale
onbewust van haar tegenwoordigheid, in de kamer speelde. Daar liep
Laura tegen haar aan en begon op eens haar handen te bevoelen en
haar kleeding te onderzoeken; kortom men kon 't haar aanzien, dat
zij haar best deed om uit te vinden of ze haar ook kende; maar dit
gelukte haar niet, maar nu keerde zij zich als van een vreemde van
haar af, en de arme vrouw kon de bittere smart niet onderdrukken die
zij gevoelde bij de ontdekking dat haar lieveling haar niet kende.
"Toen gaf zij Laura een snoer kralen, dat zij thuis placht te dragen;
op eens herkende het kind dat; met groote blijdschap sloeg zij het
om haar hals en zocht mij driftig op, om mij te zeggen, dat zij wel
begreep dat het van huis kwam.
"Nu wou de moeder haar liefkoozen; maar de arme Laura wou daar niets
van weten; zij duwde haar moeder weg en gaf niet onduidelijk te
verstaan, dat zij liever bij haar makkertjes was.
"Hierop werd haar een ander voorwerp van huis gegeven, en nu begon
ze ietwat meer belangstelling aan den dag te leggen. Zoo onderzocht
zij de vreemdeling nauwkeuriger en gaf mij te verstaan, dat zij wist
dat ze van Hanover kwam; ja zelfs liet ze nu haar liefkoozingen toe,
doch met dien verstande dat zij haar op 't geringste sein onverschillig
weer in den steek liet. De droefheid der moeder was nu waarlijk akelig
om aan te zien; want ofschoon zij er wel bang voor geweest was, dat
zij niet herkend zou worden,--de pijnlijke werkelijkheid, dat zij
door een aangebeden kind met koude onverschilligheid behandeld werd,
ze was te veel voor de vrouwelijke natuur om te dragen.
"Na een poos--de moeder, moet men weten, hield haar kind weer
vast--scheen een onbepaald denkbeeld voor Laura's ziel te flikkeren,
dat dit toch geen vreemdeling kon zijn; vandaar dat zij nu haar
handen meer onstuimig bevoelde, terwijl heel haar uiterlijk een
uitdrukking van diepe belangstelling aannam; ze werd erg bleek,
en dan plotseling rood; de hoop scheen met twijfel en angst te
worstelen, en nooit waren tegenstrijdige aandoeningen sterker op
een menschelijk gezicht afgeteekend. Op dit oogenblik van pijnlijke
onzekerheid trok de moeder haar dicht aan haar zij, en kuste haar
hartstochtelijk... daar ging op eens een licht op voor 't kind, en
zie, alle wantrouwen en angst verdween van haar gezicht, en zich
met eene uitdrukking van hooggestemde blijdschap aan den boezem
van haar naastbestaande vastklemmende, was zij het nu zelve die de
hartstochtelijke omhelzingen als 't ware uitlokte.
"Na deze heuglijke ontdekking nam ze geen notitie meer van haar kralen;
ook naar 't speelgoed, dat men haar gegeven had, keek ze niet meer om;
haar speelmakkertjes, voor wie zij nog een oogenblik geleden blijmoedig
de vreemdeling verliet, deden nu tevergeefs hun best om haar van
haar moeder af te troonen; en ofschoon zij oudergewoonte onmiddellijk
gehoorzaamde aan 't sein dat ik haar gaf, om mij te volgen, deed zij
't ditmaal met klaarblijkelijken tegenzin. Alsof ze verlegen en bang
was geweest, zoo drukte zij zich tegen haar aan; en toen ik haar een
oogenblik daarna weer bij haar moeder bracht, sprong zij haar in de
armen en drukte zich met onstuimige blijdschap tegen haar aan.
"De wijze waarop zij vervolgens afscheid van elkaar namen, toonde
meteen de hartelijkheid, het verstand en de vastberadenheid van
't kind.
"Laura ging met haar moeder mee tot aan de deur, en drukte zich den
geheelen weg over tegen haar zij aan, totdat zij aan den drempel
kwamen. Zoodra zij de moeder van 't gesticht bemerkte, van wie zij
dol veel houdt, greep zij haar met de eene hand, terwijl zij met de
andere haar moeder zenuwachtig vasthield; en zoo stond zij daar een
oogenblik; toen liet zij haar moeders hand los, bracht haar zakdoek
voor haar oogen, draaide zich om, en drukte zich snikkend tegen de
moeder van 't gesticht aan, terwijl haar moeder vertrok, even diep
ontroerd als haar kind.
"In vorige verslagen is er gewag van gemaakt, dat zij verschillende
graden van verstand in anderen weet te onderscheiden, en dat het niet
lang duurde of ze behandelde een nieuweling bijna met verachting toen
zij na een dag of acht ontdekte hoe zwak van verstand deze was. Deze
onbeminnelijke zij van haar karakter heeft zich in den loop van
verleden jaar sterker ontwikkeld.
"Zoo koos zij die kinderen tot haar vriendinnen en kameraden die
verstandig zijn en 't best met haar kunnen praten; en duidelijk blijkt
het, dat zij er een hekel aan heeft, om met minder ontwikkelden om
te gaan tenzij ze--ja waarlijk zoo bestaat ze!--de zoodanigen kan
utiliseeren, iets waar ze klaarblijkelijk alles behalve vies van
is. Zij profiteert van hen, en laat zich door hen bedienen op een
manier als ze maar al te goed weet, dat ze van anderen niet gedaan
zou kunnen krijgen; kortom op allerhande wijze verraadt ze haar
Saksisch bloed.
"Het doet haar genoegen, als andere kinderen opgemerkt en geliefkoosd
worden door de onderwijzers en door hen, waar zij ontzag voor heeft,
maar dit mag niet over den kerfstok loopen of ze wordt jaloersch. Zij
verlangt haar deel te hebben,--een deel, dat, zoo al niet het
leeuwendeel, in allen gevalle het grootste deel is, en krijgt zij
dat niet, dan zegt ze: "Mijn moeder zal me liefhebben."
"De zucht tot nabootsing is in haar zoo sterk, dat ze haar tot daden
verleidt, die haar zelve ten eenenmale onbegrijpelijk moeten zijn, en
haar dan ook geen ander genoegen kunnen verschaffen, dan het voldoen
van een innerlijken aandrang. Zoo heeft men haar een half uur lang
zien tellen met een boek voor hare van 't gezichtsvermogen beroofde
oogen; dan bewoog zij haar lippen gelijk ze dat van ziende menschen
gemerkt had, wanneer die lezen.
"Op zekeren dag beweerde zij, dat haar pop ziek was; al de bewegingen
deed zij na, die men gewoonlijk doet, als men een zieke oppast en
een drankje ingeeft; daarna legde zij haar pop voorzichtig te bed,
zorgde voor een flesch met heet water aan haar voeten, en lachte al
dien tijd dat het schaterde. Toen ik thuis kwam, liet ze mij geen
rust, of ik moest de zieke eens op gaan. zoeken en haar pols voelen;
en toen ik haar zei, dat men de patiënt een spaansche vlieg op den
rug moest leggen, scheen zij erg in haar schik te wezen, en gilde
het uit van de pret.
"Zij heeft een sterk gemeenschapsgevoel; trouwens, haar affectiën zijn
over 't algemeen sterk, zeer sterk. Zit ze bij voorbeeld naast een
harer vriendinnetjes te werken of te leeren, ieder oogenblik breekt
ze haar taak af, om zoo'n vriendinnetje te omhelzen en te kussen,
en dat zoo teer, zoo vurig, dat men er van ontroert als men 't ziet.
"Is ze alleen, dan houdt ze zich bezig en schijnt, wel verre van zich
te vervelen, integendeel erg in haar schik, en zoo sterk schijnt de
natuurlijke trek, om althans den schijn aan te nemen van te spreken,
dat ze in de vingertaal zelfs een alleenspraak houdt, hoe langzaam en
vervelend dit ook moge zijn. Maar alleen dan, wanneer ze in haar eentje
is, is ze bedaard, want merkt ze, dat iemand in haar nabijheid is,
dan heeft ze rust noch duur, totdat ze dicht naast hen kan zitten, hun
hand vast kan houden, en door middel van teekens met hen spreken kan.
"Wat haar verstand betreft, is het niet onaardig, een onverzadigbaren
dorst naar kennis, en een vlug begrip van de verhouding der dingen bij
haar op te merken, en wat haar zedelijk karakter aangaat, biedt het
waarlijk een schoon schouwspel aan, haar bestendige blijmoedigheid,
haar levenslust, haar ruimhartige liefde, haar gul vertrouwen, haar
medelijdend gevoel, haar nauwgezetheid, haar waarheidlievendheid en
hoopvol vertrouwen gade te slaan."
Ziedaar eenige fragmenten uit de eenvoudige maar hoogst belangrijke
en leerrijke geschiedenis van Laura Bridgman. De naam van haar grooten
weldoener en vriend, die ze schrijft, is Dr. Howe. Ik hoop en geloof,
dat er niet veel personen zijn, die, na het lezen van dit uittreksel,
dien naam ooit met onverschilligheid kunnen hooren.
Sinds het verslag, waar ik zoo even een en ander uit aangehaald heb,
heeft Dr. Howe een vervolg daarop uitgegeven. Daarin vindt men de
beschrijving hoe zij gedurende de volgende twaalf maanden naar
't verstandelijke is vooruitgegaan,--een beschrijving die haar
kleine geschiedenis tot aan het einde van verleden jaar omvat. Het
is zeer opmerkelijk, dat, evenals wij in onzen droom spreken en
denkbeeldige gesprekken voeren, waarin wij èn voor ons zelven èn voor
de schimmen spreken die ons in de nachtelijke visioenen verschijnen,
zoo ook zij, die over geen woorden kan beschikken, in haar slaap haar
vinger-alphabet gebruikt. En men heeft het nagegaan, dat, als ze een
onrustigen nacht doorbrengt en zwaar droomt, zij haar gedachten op
een onregelmatige en verwarde wijze op haar vingers uitdrukt, precies
zooals wij ze onder gelijke omstandigheden onduidelijk zouden mompelen!
Ik bladerde haar Dagboek door en bevond dat het met een mooie,
leesbare, vaste hand geschreven was, en uitgedrukt in woorden, die
men zonder eenige verklaring heel goed kon verstaan. Toen ik mijn
verlangen te kennen gaf, haar nog eens te zien schrijven, verzocht de
onderwijzer, die naast haar zat, haar in hun taal om een keer of drie
haar naam op een stukje papier te zetten. Bij die gelegenheid merkte
ik, dat zij onder 't schrijven altijd met haar linkerhand de rechter,
waarmee zij natuurlijk de pen vasthield, aanraakte en volgde. Geen
regel stond oneffen of scheef, maar ze schreef recht en los.
Tot nogtoe had zij er niets van gemerkt of er bezoekers waren of niet;
maar nauwelijks had zij haar hand in die van den mij vergezellenden
heer gelegd, of onmiddellijk drukte zij diens naam op den palm van
haar hand uit. Het zintuig van haar gevoel is nu dan ook zoo fijn,
dat, als zij maar eens met iemand in aanraking geweest is, zij hem
of haar herkent, 't komt er bijna niet op aan, hoelang er sinds dien
tijd verloopen is. Zoo geloof ik, dat deze heer maar zelden in haar
gezelschap geweest is; haar zeker in ettelijke maanden niet gezien
heeft. Mijn hand duwde zij dadelijk terug, gelijk zij dat met iedere
hand doet, die haar onbekend is. Maar mijn vrouws hand hield zij met
kennelijk pleizier vast, kuste haar, en onderzocht haar kleeding met
de nieuwsgierigheid en belangstelling van een meisje.
Zij was opgeruimd en vroolijk, en legde in haar omgang met haar
onderwijzer veel onschuldige dartelheid aan den dag. Was men er altemet
getuige van, hoe blij zij was bij de herkenning van een harer geliefde
makkertjes--ook een blind meisje--die stilletjes en op haar beurt
niet minder in haar schik over de verrassing, naast haar ging zitten,
o! zoo'n tooneel zou men niet licht vergeten. Evenals dit bij andere
onbeduidende gelegenheden een keer of drie in den loop van mijn bezoek
plaats vond, ontlokte haar dit een rauw geluid, dat vrij onaangenaam
was voor 't gehoor. Maar raakte haar onderwijzeres haar lippen aan,
dan hield zij onmiddellijk op, en omhelsde haar lachend en hartelijk.
Te voren was ik in een andere kamer geweest, waar tal van blinde
jongens aan 't klauteren en schommelen waren of zich met andere
spelletjes vermaakten, Toen wij binnenkwamen riepen zij allen
den ondermeester, die met ons meeging, toe: "Kijk'reis naar mij,
meester Hart! Och toe, meester Hart! Kijk'reis naar mij!" Ik denk,
dat ze zelfs hiermee een angstig verlangen, dat hun toestand eigen is,
wilden te kennen geven, dat de kleine bewijzen hunner vlugheid toch
gezien mochten worden. Onder hen bevond zich een kleine schalk van 'n
jongen, die zich op zijn eigen houtje met een gymnastische oefening
onledig hield, waarbij zijn armen en borst in 't spel waren; iets
waar hij veel pret in had, vooral als hij, bij het uitsteken van zijn
rechterarm, deze in aanraking bracht met een anderen jongen. Evenals
Laura Bridgman, was dit jonge kind doofstom en blind.
Dr. Howe's verslag van 't eerste onderwijs van dezen kweekeling is
zoo aandoenlijk en staat zoo innig in verband met Laura zelve, dat
ik de verzoeking niet weerstaan kan, ook daar een beknopt uittreksel
van mee te deelen. Vooraf moet ik zeggen, dat de arme jongen Olivier
Caswell heet; dat hij dertien jaar is, en tot op den leeftijd van
drie jaar en vier maanden in 't volle bezit van al zijn vermogens
was. Toen werd hij door de scharlakenkoorts aangetast en wel met
het vreeselijke gevolg, dat hij in vier weken doof, en een week of
wat daarna blind, en in zes maanden stom werd. Zijn leedgevoel over
't gemis van 't laatstvermelde zintuig legde hij hierdoor aan den dag,
dat hij dikwijls de lippen van andere personen bevoelde als zij aan 't
spreken waren, en dan zijn hand aan zijn eigen lippen bracht, als om er
zich van te vergewissen, dat ze ook bij hem op de rechte plaats zaten.
"Zijn dorst naar kennis," zegt Dr. Howe, "openbaarde zich zoodra hij in
't huis kwam, door zijn oplettend onderzoek van ieder voorwerp dat hij
in zijn nieuwe woning maar kon voelen of ruiken. Als hij bij voorbeeld
op den rand van een fornuis trapte, dan bleef hij dadelijk stilstaan
en begon het te bevoelen, en dan duurde het niet lang of hij ontdekte
de wijze waarop de bovenste plaat op de onderste bewoog; maar dit
was hem niet genoeg; vandaar dat hij op zijn gezicht ging liggen,
en zijn tong eerst op de eene plaat legde en dan op de andere, en
zoodoende tot de ontdekking scheen te komen, dat ze van verschillende
soorten metaal waren.
"Zijn teekens waren sprekend en de strikt natuurlijke taal, bij
voorbeeld het lachen, schreeuwen, zuchten, kussen, omhelzen en wat
dies meer zij, liet niets te wenschen over.
"Enkele van de analogische teekens die hij, geleerd door zijn vermogen
van nabootsing, bedacht had, waren begrijpelijk, bij voorbeeld de
op en neer gaande beweging zijner hand, om een boot na te doen,
de draaiende beweging van een wiel, enz.
"Het eerste, waar ik mijn werk van maakte, was, het gebruik dier
teekens op te doen houden en ze door louter willekeurige te vervangen.
"Gebruik makende van de ondervinding, die ik in de andere gevallen
op had gedaan, liet ik verscheiden onderdeelen der vroeger gevolgde
methode na, en begon dadelijk met de vingerspraak. Ik nam daarom
verscheidene voorwerpen, die korte namen hebben, zooals sleutel,
[1] kop, kroes enz., en met Laura tot medehelpster ging ik zitten,
nam zijn hand, legde die op een dier voorwerpen en maakte dan met mijn
eigen hand de letters sleutel. Driftig bevoelde hij mijn handen met de
zijnen, en daar ik de beweging herhaalde, probeerde hij het, naar men
zien kon, om insgelijks de beweging mijner vingers na te bootsen. In
een minuut of wat gelukte het hem, die beweging met zijn eene hand
te voelen, en de andere uitstekende, probeerde hij om ze na te doen,
het uitproestende van lachen als hem dit gelukte. Laura was daarbij
tegenwoordig en nam er zelfs zooveel deel in, dat ze er zenuwachtig van
werd. Die twee kinderen leverden inderdaad een zonderling schouwspel
op: haar gezicht was hoogrood en teekende gejaagdheid, en zoo dicht
waren hare vingers tusschen de onzen gestoken, dat zij er elke beweging
van volgen kon, zonder ze echter in de beweging te hinderen, terwijl
Olivier er opmerkzaam bij stond, met zijn hoofd een beetje op zij,
zijn gezicht omhoog, zijn linkerhand in de mijne en met de rechterhand
uitgestoken. Bij iedere beweging mijner vingers teekende zijn gezicht
de uiterste aandacht; angstige verlegenheid sprak er uit wanneer hij
die bewegingen ten uitvoer legde; meende hij het echter te kunnen doen,
dan kwam er steelsgewijze een glimlach voor den dag, maar zoodra hij
er geheel en al in geslaagd was en voelde dat ik op zijn hoofd tikte
en Laura hem hartelijk op zijn rug sloeg en in haar blijdschap maar
niets anders deed dan op en neer springen, dan, dan barstte hij in
een schaterlach uit.
"Hij leerde meer dan een half dozijn letters in een half uur en scheen
in zijn schik over de vorderingen die hij maakte, ten minste over
de pluimpjes die ik hem gaf. Dan begon zijn aandacht te verflauwen,
waarop ik met hem spelen ging. Het was duidelijk, dat hij bij dat
alles tot dusverre alleen de beweging mijner vingers nagebootst en
zijn hand op den sleutel, het kopje als anderzins, wat ook bij de
les behoorde, gelegd had, zonder het geringste begrip van 't verband
tusschen het teeken en het voorwerp zelf.
"Toen hij het spelen moe was, nam ik hem weer aan tafel, en op staanden
voet was hij gereed om weer aan 't nabootsen te gaan. Het duurde
niet lang of hij leerde de letters voor sleutel, pen, pin maken;
en daar ik zorgde, dat het voorwerp zelf gedurig in zijn hand kwam,
merkte hij ten laatste het verband, dat ik tusschen teeken en voorwerp
wenschte vast te stellen. Dat bleek hieruit, dat, als ik de letters
pin of pen of kop of sleutel maakte, hij aan 't uitzoeken ging van
't daarop betrekking hebbende voorwerp.
"Het besef van dit verband ging niet vergezeld van die schitterende
flikkering van verstand en dien gloed van blijdschap, waardoor zich
het heerlijk oogenblik onderscheidde toen Laura voor 't eerst deze
ontdekking deed. Toen legde ik al de voorwerpen op de tafel, en mij een
beetje met de kinderen verwijderde, plaatste ik Olivier's vingers in de
verschillende positiën om sleutel te spellen, waarop Laura heenging en
het voorwerp bracht: dit scheen de kleine jongen erg prettig te vinden,
althans hij was toen zeer aandachtig en glimlachte. Ik liet hem toen
de letters brood maken, en in een wip ging Laura weer heen en bracht
hem een stuk: hij rook er aan; bracht het aan zijn lippen; richtte
zijn hoofd met een veelbeteekend gebaar op; scheen een oogenblik na
te denken, en begon toen luidkeels te lachen alsof hij wou zeggen:
"Zoo, zoo! nu begrijp ik wat die letters eigenlijk beteekenen."
"Nu was het duidelijk, dat hij èn leeren kon èn leeren wou, met andere
woorden dat hij de geschiktheid, de vatbaarheid bezat, om onderwijs
te ontvangen, en er van zijn kant niets anders dan volhardende
opmerkzaamheid vereischt werd. Vandaar dan ook dat ik hem aan een
kundig onderwijzer toevertrouwde, volstrekt niet twijfelende of hij
zou wel snelle vorderingen maken.