XIX. HOOFDSTUK.

_De Baron trekt over den Teems zonder behulp van een brug, schip, boot,

of luchtbol, zelfs zonder zijn eigen wil; hij ontwaakt na een

langen slaap; en vernielt een gedrogt, het welk alleen leefde

van de verwoesting van anderen._

_Engeland_ ging ik voor de eerstemaal bezoeken in het begin der

regeringe van den tegenwoordigen Koning. Ik moest eenige goederen te

_Wapping_ gaan bezigtigen, die aldaar voor sommigen mijner Vrienden te

_Hamburg_ ingescheept zouden worden, en keerde van daar over het plein

van den Tower terug. Hier komende was ik zeer vermoeid, en vond de zon

zoo verkwiklijk, dat ik in een kanon kroop om wat uit te rusten, en

mij zelven te koesteren—en viel in slaap. Dit gebeurde omtrend de

klok van negen uuren, op den vierden van Zomermaand, zijnde 's Konings

geboortedag; en al het kanon, 't welk 's morgens vroeg al geladen was,

werd stiptelijk ten één uur afgelost, ter gedachtenisse van dien dag.

Ik, die niets kwaads vermoedde, ja zelfs niet gedacht had, dat de staat,

waarin ik mij plaatste, voor mij gevaarlijk konde worden, werd over de

huizen aan de andere zijde van de rivier geschoten, en viel, tusschen

_Bermondseij_ en _Deptford_, neder, in een grooten hooischelf, zonder te

ontwaaken. Hier bleef ik zoo lang in een vasten slaap liggen, tot dat

het hooi zoo dier werd ('t welk omtrend drie maanden naderhand was),

dat de boer goed vond zijn hooi te verkoopen. De schelf, waarop ik lag,

was de grootste van allen op de werf, en bedroeg meer dan vijfhonderd

voeders; waarom men denzelven het eerst aantaste. Het volk, dat met

ladders tegen mijn bestede opklom, maakte mij door hun geraas wakker; ik

begon te geeuwen, en mij wat uit te rekken; maar mij nog eens willende

omkeeren (want ik was nog niet uitgeslapen, en wist volstrekt niets van

den staat, waarin ik mij bevond) begon ik te rollen en viel van boven

neder op het hoofd van den boer, welken dit hooi toebehoorde; van dezen

val had ik zelf het minste leed niet; maar brak den boer den nek.

Tot mijn troost hoorde ik naderhand, dat hij een allerverfoeilijkst

charakter bezat, en de voordbrengselen van zijnen grond nooit dan voor

de buitensporigste prijzen verkogt.

De verrezen Gulliver; behelzende de zonderlinge reizen en avonturen, van den baron van Munchhausen, In Rusland, Ysland, Turkije, Egipte, Gibraltar, in de Kaspische, Middellandsche en Atlantische Zeëen, en door het middenpunt van den berg Etna naa de Zuid-zee · 第 47 / 49 题