XVI. HOOFDSTUK.

_Dit hoofdstuk is zeer kort, maar behelst eene daad, waarvoor

de gedachtenis van den Baron dierbaar moet zijn bij iederen

_Engelschman_, bijzonderlijk bij allen die in 't vervolg het

ongeluk zullen hebben van krijgsgevangenen te worden._

Op mijn hertogt van _Gibralter_ naa _Engeland_ reisde ik door

_Frankrijk_, 't welk ik zonder eenigen hinder doen konde, omdat ik

geen engelsche van geboorte was. In de haven van _Calais_ zag ik een

schip binnen loopen, waarop een menigte _Engelsche_ matrozen als

krijgsgevangenen waren. Zoo als ik hen zag, nam ik het onverwijld

besluit, om dezen braven lieden hunne vrijheid weder te bezorgen. Tot

dat einde maakte ik twee vleugels, ieder van welken honderd-en-twintig

voeten lang en twee-en-veertig voeten breed waren: deze vleugels aan

mijn lijf vast gemaakt hebbende vloog ik op, met het aanbreken van den

dag, toen alle menschen, zelfs de wacht op het dek, nog sliepen. Toen

ik boven het schip was, maakte ik met mijn slinger drie ijzeren haken

aan de drie masten vast, en het schip alzoo eenige voeten uit het water

opgeligt hebbende vloog ik het kanaal over na _Dover_, alwaar ik in een

half uur aankwam.

Wat de _Engelsche_ gevangenen en _Fransche_ wachten aanbelangt: zij

waren al twee uuren in _Dover_ geweest, eer zij ontwaakten; wanneer de

_Engelschen_, bemerkende waar zij zig bevonden, hunnen staat met dien

der _Franschen_ veranderden, en wedernamen, het gene dezen hun ontroofd

hadden; _en niet meer_: want zij waren te edelmoedig om wederwrake te

nemen, en de _Franschen_ op hunne beurt te plunderen.

Van deze vleugelen heb ik in den oorlog met _Holland_ nog

eenige keeren gebruik gemaakt, doch zelden. Ik bezocht hunne

scheepstimmerwerven,—waarop, voor ons _Engelschen_, met al te grooten

ijver en voordvarenheid gewerkt wierd—om zoodanige hindernissen daar te

stellen, als geschikt waren om derzelver arbeid te vertraagen; of zo dit

niet gelukte, die schepen voor hen onbruikbaar te maaken; het welk ik

deed door de kielen van sommige schepen aan de helling vast te nagelen,

waardoor ze niet wilden afloopen, of om ver vielen; of door de bouten en

pennen in den boeg los te maaken of die daar uit te haalen, zoodat het

schip zoo spoedig zonk, als het te water kwam. enz. enz.[23]

[23] Hierom heb ik altijd moeten lachen over de _Hollandsche_

Patriotten, als ik hen in hunne nieuwspapieren hoorde klagen over

werkeloosheid—over hunne ongegronde en ongerijmde staatkundige

naarvorschingen naar de oorzaaken—hun ijdel geschreeuw van

verraad en omkoopinge. Ik was geen _Hollander_, deed het

buiten weten van een ieder, en kon daarvoor derhalven geen

geld trekken.—Zoude de Baron met zijne vleugels wel door het

Ministerie gebruikt zijn, om de tijding der vredebreuke en de

instructien aan den Heer RODNEY over te brengen?

Na het einde des oorlogs heb ik deze vleugelen aan den gouverneur van

het Kasteel van _Dover_ geschonken, om aldaar ten eeuwigen dage bewaard,

en aan de nieuwsgierigen vertoond te worden.

De verrezen Gulliver; behelzende de zonderlinge reizen en avonturen, van den baron van Munchhausen, In Rusland, Ysland, Turkije, Egipte, Gibraltar, in de Kaspische, Middellandsche en Atlantische Zeëen, en door het middenpunt van den berg Etna naa de Zuid-zee · 第 44 / 49 题