DE MONSTERS ONZER EEUWE.

Men hoeft om monsters niet te reizen

Naar Afrika,

Europe broedt ze in haar paleizen,

Vol ongenâ:

De groote moeder van Europe[S]

Vindt schut noch scherm,

En sterreft balling, zonder hope,

Verdrukt en arm.

Der Engelandren tongen lekken

Huns vaders strot

En toonen 's Konings hoofd in 't bekken

Om snood genot.

De wraak wil Ottoman niet borgen:

De moeder laat

Den Keizer, haren zoon, verworgen,[T]

Uit blinden haat.

~Oranje, in 't harnas opgezeten.

Rukt Holland in,

Op Amsterdam te helsch gebeten,

's Lands noodvriendin.

Hij wenscht zijn dol rapier te stooten

Door 't hart des lands.

Hoe heeft de deugd haar verf[U] verschoten!

Waar is haar glans?

Verbeet ooit Wolf een lam verwoeder?

Waar baart de tijd

Een zoon, zoo boos, die zijne moeder[V]

De borst afsnijdt!—~

[S] Maria de Medicis.

[T] Moeder van _Ibrahim_ laat haar zoon door de Janitzaren vermoorden.

[U] Verf = gelaatskleur.

[V] d. i. Amsterdam.

* * * * *

Jan, Jannetje en hun jongste kind—Het Rijksmuseum met inleiding en aanteekeningen van L.S. en vier-en-veertig afbeeldingen · 第 50 / 62 题